Een moderne slaaf

Henk Jan komt voor de derde keer de Bloeikas binnen, een man van tegen de vijftig, woonachtig in Groningen, echtgenoot en vader van drie tieners. Hij werkt bij een landelijk opererend leverancier van bouwmaterialen als account manager.

Tijdens de eerste twee sessies ontstaat het beeld van een aardige vent, goed voor zijn klanten, goed voor zijn collega’s en goed voor zijn eigen gezin. En prioriteit ook in die volgorde..

A: Hoe is het nu?
HJ: Ik voel me rustiger en krijg dat ook terug van mijn gezin.
A: Mooi! Wat was ook alweer het probleem?
HJ: Druk, tijdsdruk en prioriteiten op de verkeerde plaats..
A: Dat lijkt me geen probleem, iemand moet het toch doen…je kunt jouw klanten niet laten zakken toch? Die rekenen op jou!
HJ: Precies!
A: Dus ik zeg: Ga zo door! Wat is het probleem?
HJ: Nou, ik heb teveel werk, dus..
A: Je doet je werk gewoon te goed, jij helpt zoveel klanten en maakt zoveel offertes dat ze nog meer bouwmaterialen bij jou willen kopen! Klanten blij, jouw baas heel blij…wat is het probleem?
HJ: [trots] Ja, hij is zeker blij, het bedrijf loopt heel goed, we verdienen veel geld.
A: Precies! Ga zo door Henk Jan! Een nadeel is natuurlijk wel dat jij vroeg komt te overlijden, door stress, druk en wellicht hartaanval ofzo. Ik zie de grafsteen al helemaal voor me: Hier rust HJ, we konden altijd op hem rekenen, als dank schenken we hem deze grafsteen. Al jouw klanten!
HJ: [schiet in de lach] Nou zo’n vaart zal het niet lopen..
A: [komt dichterbij, op samenzweerderige toon] Slavernij is toch afgeschaft?
HJ: [verbaasd] Huh, hoe bedoel je..
A: [begint fluisterend] Heb je dat gemist ofzo? Je hebt zitten slapen volgens mij. Heb je ook nog kettingen aan je voeten? [luider] Jij bent gewoon een moderne slaaf! Weet je wel op zo’n schip, ze lieten je eerst een teringeind roeien, degenen die het overleefden werden verkocht en aan het werk gezet in plantages. Ik zie jouw baas al staan, met zo’n grote trommel geeft hij het ritme aan [A begint te roeien] en jij maar peddelen. Sneller trommelen. Kettingen aan je voeten, zwetend als een otter, nauwelijks te eten en te drinken. [luider] Je komt aan op de markt, er staan allemaal klanten en hij verkoopt je aan de hoogste bieder….JIJ BENT EEN SLAAF! En jij hebt nog geluk, als je doodgaat regelen ze in ieder geval nog een mooie steen voor je, dus blijkbaar ben je een hele goeie, de meest flikkeren ze gewoon in een massagraf…Ga zo door Henk Jan!… [tik op knie] wat kost jij eigenlijk? Kan ik je niet kopen? [leunt achterover en vouwt handen, kijkt verwachtingsvol]

HJ is stil, hij kijkt vol ongeloof…hij pruttelt een beetje, komt niet tot een zin, zijn gelaat weet het ook ff niet, glimlach, toch niet, boos, ook niet…huh?

HJ: Ja, uh, zo is het natuurlijk niet, tenminste niet helemaal…maar..
A: [lacht] En daar is niets mis mee HJ! Een goede slaaf is veel waard….voor zijn baas en klanten. Dus, wat is het probleem?

HJ: Jezus man…zo voelt het echt! Ik wordt helemaal geleefd door die lui. En het maffe is….ik doe het natuurlijk helemaal zelf!
A: Zeg dat nog eens?
HJ: Ik..Doe..Het..He-le-maal..Zelf!

A: [vrolijk] Maar je wilt toch niet jouw eigen grafsteen betalen?
HJ: [schiet in de lach] Nee, man, Arno. Ik doe het helemaal zelf….als klanten me bellen met een onmogelijke planning ga ik alles doen om het voor ze te regelen, ik haal de hele hut overhoop, iedereen in de stress…en mijn klant heeft geen idee. Als mijn collega’s me een vraag stellen laat ik alles uit mijn handen vallen en ga ze helpen…als mijn kinderen iets willen ga ik het direct voor ze regelen…als

A: [luid] STOP! NEE! STOP!
HJ: [verbaasd] Ja maar als..
A: HENK JAN! STOP! NEE! Wat ik zo mooi vind aan jou is dat je zo goed kunt vertellen wat je allemaal voor anderen doet….maar wat doe jij voor jouzelf? Op welke manier vraag jij mensen om hulp? Hoe zorg jij dat mensen eens ophouden met jouw belasten?

Henk Jan is stil, hij kijkt me aandachtig aan, hij wil iets zeggen, maar doet zijn mond weer dicht. Hij kijkt naar zijn handen en draait zich naar me toe, hij kijkt me vermoeid aan.
HJ: Kut Arno…
A: Helemaal eens!
HJ: Kut! Ik ben een moderne slaaf…en dat vind ik kut! Ik weet nog niet hoe, maar ik ga er mee stoppen…
A: [guitig] Ja, tuurlijk Henk Jan….geloof je het zelf?
HJ: [resoluut] Zoals ik zeg, ik weet nog niet hoe, maar dit ga ik stoppen!

Heerlijk! Ik heb mijn relatie verbroken

Sinds twee maanden komt Jordi bij me in coaching. Hij is achtentwintig, werkt als bedrijfsleider van een groothandel en voelt zich al langere tijd niet goed.

Jordi is een lieve man, heeft drie jaar geleden zijn moeder verloren aan kanker, heeft het wel naar zijn zin op zijn werk en een lieve vriendin. Sara en hij wonen sinds enige tijd samen, zij wil graag verder, denkt na over kinderen en hij over enige tijd ook richting huisje, boompje, beestje zoals hij zegt.

Na de eerste sessie heb ik een beeld van een jongeman die uitgeblust is, een heel kalm leven leidt, conflictmijdend is en keurig doet wat Sara vraagt en zich vooral niet uitspreekt. ‘Dan wordt Sara verdrietig of boos, en dat moet maar niet’ aldus Jordi.

Soms zit iemand vast in zijn denken, overtuigingen en het systeem. Dan is er een gevoel van onmacht, niet meer weten wat slecht is voor zelfvertrouwen. Terwijl diegene vaak wel voelt wat er moet gebeuren, het (begrijpelijk) niet durft.

Tweede sessie.
A: Wanneer denk je eigenlijk dat je vader wordt?
J: [grote ogen] Nou, dat ehh hoeft nog even niet.
A: Maar Sara wil wel….en je wilt haar niet boos maken. Dus…hoe lang nog!
J: We bespreken het wel, maar ik laat het in het midden.
A: [lacht, enthousiast] Ja, daar moet het ook gebeuren toch?! In het midden. Daar zit het genot en de pijn.
J: [in de war] Nou, ik weet het gewoon nog niet….
A: Iets meer naar links of naar rechts. Zeg het maar!
J: Ik probeer het onderwerp dan te verschuiven naar werk ofzo. Of ik ga naar mijn kamer, gamen met mijn koptelefoon op.
A: Jij bent gewoon LAF! Natuurlijk wil je het niet. En zeker niet met haar toch? Ze lijkt me een verschrikkelijke vrouw. Je mag niets meer. Zelfs niet met je vrienden gamen of andere dingen.
J: [gaat aan] Ja, ze wil het liefst samen op de bank. Maar ze is echt een lieve meid. Tja…ze is echt lief.
A: En dan praten over hoe het gezin eruit komt te zien, hoeveel kinderen wil je eigenlijk met Sara, twee of meer…
J: Nou, dat begint dan inderdaad…echt…
A: [hoog tempo] Wel mooi dat je het in het midden laat vind ik….ben je ook in de polder geboren eigenlijk?
J: [afwezig] huh
A: Polderen met Sara! Het in het midden laten. [vriendschappelijk, hand op zijn knie] Ik heb met je te doen Jordi, daar zit je dan. Een vrouw met klepperende eierstokken, ik zie het helemaal voor me….over twee jaar met z’n drieen en een jaartje erna nog een kleintje. GAME OVER.
J: [zwaar] Ik weet het niet man….

Jordi vertrekt, hij heeft een beeld in zijn hoofd. Benieuwd wat er gebeurt.

Twee weken later stapt Jordi de Bloeikas binnen.

A: [vrolijk] Hoe is het met je? Ben je er al uit? Ik zag dat de kinderwagens in de uitverkoop zijn.
J: [lachend] Ja ja, het moet nog maar even niet. Ik heb sowieso twijfels over mijn relatie met haar. Als ik op mijn werk ben, voel ik me goed en vrij. Als ik naar huis rijdt dan denk ik over alles na. Ben ik niet te laat? Heb ik wel de juiste dingen gezegd? Zou het niet mijn beurt zijn om boodschappen te doen? Pfffffff
A: [ga met hoofd in handen zitten, zwaarmoedig] Pfffff….ojee Jordi…het klinkt als een hele ingewikkelde relatie. Ik zou het wel weten…Zometeen mag je niet meer met jouw vrienden afspreken, de hele avond samen op de bank, pffffff….[maak het zwaar]
J: Ja man…het voelt ook zwaar.
A: Dat VOELT niet alleen zo, dat IS het ook! Maar ja, het is geven en nemen in een relatie, niet alleen de lusten Jordi. En je kunt Sara natuurlijk niet teleurstellen….stel je voor hoe verdrietig ze zou zijn…

Jordi is even stil, vervolgd dan…
J: Eerlijk? Ik hoop eigenlijk dat we over een tijdje ruzie krijgen en zij het uitmaakt!
A: Zeg dat nog eens?
J: Ik hoop het echt. Dat zij het doet.
A: [vrolijk] Ja, ik hoop ook dat ik de staatsloterij win. Of dat Nederland wereldkampioen voetbal wordt….maar ik weet wel beter.
J: [krijgt tranen in zijn ogen] Ze zal zo verdrietig zijn Arno….dat kan ik haar echt niet aandoen.
A: Dat vind ik zo mooi aan jou, dat je jouzelf opoffert aan die schat. Ik wordt er bijna emotioneel van…wat ben je toch een lieverd! Weet je, je bent ook al achtentwintig, dus het mooiste deel van je leven ligt toch al achter je! Tijd om huisje boompje beestje te gaan creeren met haar. Het is net oud en nieuw. Gewoon uitzitten….

Jordi vertrekt en is twee weken later terug. Er komt een vrolijke man binnen.

A: Zo Jordi, ben je naar de kapper geweest? Of heb je een andere look? Je ziet er heel anders uit!
J: [bijna jubelend]Ik heb het uitgemaakt met Sara! Heerlijk!

Hij vertelt hoe het ging, hoe moeilijk hij het vond maar dat hij zich realiseerde dat het moest. ‘Toen je zei: Het is net oud en nieuw….gewoon uitzitten. Dat bleef in mijn hoofd spoken, zo voelde het precies’

A: Gelukkig nieuwjaar Jordi!

Dat is geen probleem, dat is een feit!

Stefan komt de Bloeikas binnen. Een slimme en sympathieke man, rond de vijftig, financieel directeur bij een grote fabriek en behoorlijk in mineur. Hij probeert zijn relatie te redden. Dit is zijn derde sessie. Ik noem hem ‘de labrador’, hij is namelijk zo trouw als een hond. En ook tegen beter weten in…

Vaak wordt door de client een feit als probleem benoemt. Het verschil is duidelijk. Aan een probleem kun je zelf iets doen. Tot een feit dien je jezelf te verhouden. Dus de pijn zit dan vaak in het verhouden tot het probleem, of het accepteren ervan. Dat kan ook.

A: [knipoog] Daar hebben we mijn favoriete labrador, aaibaar, zacht en hondstrouw.
S: [grote glimlach] waf
A: Als ik de bal gooi, haal jij hem dan op?
S: Ja, ja Arno, ik weet het. Aan de slag maar weer….
A: [knipoog]Ik dacht dat je er nu wel uit zo zijn Stefan….het lijkt me vrij overzichtelijk.
S: [sip] Makkelijk gezegd.
A: [vrolijk], ja dat klopt! Dat is ook het leuke van mijn werk. Wat was nu ook nog maar het probleem?
S: Zoals je weet heeft mijn vrouw al een tijdje een andere relatie.
A: Dat is geen probleem, maar dat is een feit. Dus het probleem?
S: Ik weet niet wat te doen….maar ik wordt hier ook knetter van. En mijn kinderen ook.
A: Eigenlijk is het wel mooi, je krijgt jouw eigen leven weer terug. Hoeft niet meer op te zitten, de bal te apporteren en wachten op een knuffel of een dreun toch? Of krijg je ook soms lekkere brokjes of vers vlees?
S: [brede lach] Was het maar zo, ik doe alles en zorg ook nog voor de inkomsten. Er kan zelfs geen knuffel vanaf, dat is al jaren zo.
A: Dus eigenlijk heb jij zelf de regie toch? Dus ik zeg pak die maar….maar als ik je een beetje ken, dan…
S: Ja man, dat zou je wel zeggen. Maar ik blijf maar twijfelen, ze ziet die vent gewoon een paar keer per week, maar ze komt ook weer thuis. En dan wil ik het toch weer proberen…. Een aantal keren heeft ze beterschap belooft, maar ze blijft toch aanrotzooien.
A: Dat vind ik zo mooi aan jou, dat je zo lekker duidelijk naar haar bent. [gewichtige toon, slaat vuist op handpalm] Een échte directeur. Grenzen stellen en richting geven. Doe je dat in de fabriek ook op deze manier?
S: Nee tuurlijk niet man, daar ben ik duidelijk, eerlijk en besluitvaardig!
A: [guitig] Ja tuurlijk, dat zal wel….
S: [aprupt en direct] Nee echt! Ik had laatst een situatie, een leverancier had me besodemietert, daar ben ik direct mee in gesprek gegaan om te zeggen dat we afscheid nemen en….[Stefan stopt met praten, ik hoor een kwartje vallen]……..[hij vervolgt zachter] omdat ik niet met mensen wil zijn die ik niet kan vertrouwen.

Ik blijf stil en kijk hem aan. Stefan laat zijn schouders zakken en huilt. Na een minuutje kijkt hij me bedroefd en ook zelfverzekerd aan.

S: [gelaten] Al meer dan een jaar schuif ik dit voor me uit, natuurlijk begrijp ik dat ik een duidelijke grens moet stellen. Maar het doet pijn. Ik besef dat het tijd is, ik hou dit niet meer vol zo en verlang eerlijk gezegd naar eigen koers. Het is genoeg!
A: [gespeeld geschrokken] Ho, ho Stefan, nu geen overhaaste beslissingen nemen, ik wil dit niet op mijn geweten hebben…..denk eens aan de relatie die je hebt opgebouwd, jouw kinderen, man….dit kun je niet maken!

Hij kijkt me met een glimlach aan en hij recht zijn rug.

S: Het is echt mooi geweest Arno. De labrador gaat zijn eigen richting kiezen
A: Ja, ja…..ik moet het nog zien
S: [lacht] Echt Arno, ik laat je weten hoe het verder gaat. Tot over een week…..

Twee weken later krijg ik Stefan weer in de Bloeikas, hij is opgelucht, hij heeft gekozen….het was niet makkelijk, maar hij ervaart weer eigen regie. Hij heeft zijn scheiding in gang gezet en beweegt. Hij ervaart rust, heeft waardevolle gesprekken met zijn aankomend ex vrouw en kinderen gehad. Naast het grote verdriet is er toch bij iedereen voornamelijk een positief gevoel… Hij was vooral bang voor de gesprekken met zijn kinderen, die gingen er begripvol mee om. Zowel naar hem als zijn aankomend ex vrouw

En Stefan is vooral blij dat hij gekozen heeft…..hij wist het al lang. Het heeft hem zijn waardigheid en zelfvertrouwen laten groeien.

Dit heeft nog nooit iemand tegen me gezegd!

Rianne komt de Bloeikas binnen. Een verzorgde jonge vrouw, eind twintig, keurig pak, zakelijke uitstraling en beetje afstandelijk. Rianne werkt als projectleider bij een innovatief high tech productiebedrijf.

Tijdens het begin van het gesprek heb ik het gevoel dat ze heel erg haar best doet om geïnteresseerd te zijn. Ze zit op het puntje van haar stoel. Benen over elkaar geslagen. Ze zit duidelijk in een rol. Ik heb het gevoel alsof ze uit een fotoshoot is gestapt, waarbij een jonge Amerikaanse zakenvrouw wordt gefotografeerd, met maniertjes. Alsof ik met een barbiepop in gesprek ben.

A: Vertel eens, hoe is het met je?
R: [glimlacht] Wel goed hoor.
A: Hoe vind je jouw werk?
R: [glimlacht]. Ja eigenlijk leuk. Het is soms een beetje een mannenwereld, maar daar kan ik me heel goed in bewegen [veegt haar achter oor, glimlacht].
A: [zoete stem, lief] Oh, fijn. Jij staat je mannetje dus wel.
R: [glimlacht] Oh ja, zeker…[schuift beetje op stoel, maar blijft in actieve houding op het puntje van de zitting]

Deze conversatie gaat zo nog een tijdje door. Als een tenniswedstrijd. Rianne heeft oppervlakkige ademhaling en is alert. Ik ben duidelijk in gesprek met het masker, de reclame uiting, de ambitieuze en succesvolle projectleider. Ik ben er klaar mee. Ik voel geen verbinding, geen contact en geen echtheid.

R: [glimlacht] blablabla    blablabla…..bla bla….oh, nee hoor…bla bla….het gaat prima.

A: [tikje op haar knie, ik kijk haar recht in ogen] Rianne, ik ga je eerlijk vertellen hoe ik het zie. Als een soort spiegel.  [met telkens luidere stem] Ik vraag me af of jij van plastic bent, met je mooie make up, nette pak. Je lijkt op een barbiepop! Uitvoering ‘young high potential businesswoman’ ofzo…..Ik voel je niet! Ik hoor wat je zegt, maar het klinkt blikkerig, ingestudeerd. Waarom laat je jezelf niet gewoon zien! [luidste stem] WIE BEN JIJ EIGENLIJK ECHT?!

Rianne heeft tranen in haar ogen, na mijn eerste woorden reageerde ze verontwaardigd, en voelde zich aangevallen. Dit maakte snel plaats voor een ENORM KWARTJE dat ik hoorde  vallen…..ze is stil. Kijkt me aan, in de war….Ik houd even mijn mond.

 R: [zonder glimlach] Dit heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd….[stil]…Ik had niet door dat….ik realiseerde me echt niet dat….[grote ogen] Is het zo duidelijk?

Ze vertelt hoe ze opgroeide, hoe haar werd geleerd voor zichzelf op te komen, hoe haar ouders vanuit Egypte moesten altijd vechten voor hun plek. Hoe ze altijd ‘schattig’ werd gevonden op school en tijdens haar studie. Hoe vreselijk ze dit vond waardoor ze zich wat stoerder wilde opstellen, ze werd afstandelijk en stond haar mannetje.

Ik vraag haar achterover te leunen, te ontspannen en we raken in gesprek over haar drijfveren. Haar stem wordt lager, ademhaling dieper en haar strakke houding ontspant. Ik zie de natuurlijke Rianne. Ik neem haar mee in hoe maskers werken, hoeveel energie het kost en dat maskers niet kunnen verbinden maar mensen wel.

A: Je hoeft niet zo hard te werken, je bent nog jong, je hoeft niet alles te weten….maar als je jezelf meer laat zien zoals nu ben je veel betrouwbaarder en veiliger. En als je het niet weet is het prima, stel je wat meer open, laat zien als je het weet….en ook als je het niet weet. Dat is prima. Je stem is dieper, je oogt veel fijner en nu voel ik je wel!

R: [tranen in haar ogen]….Nogmaals, dit heeft nooit iemand tegen me gezegd….ik vond het moeilijk te horen…..maar dankjewel.

Rianne komt hierna nog twee keer in gesprek, ze worstelt met het veranderen, maar is zachter, toont meer onzekerheid en ik ervaar haar veel menselijker. Ze vertelt dat ze zich heel bewust is van haar uitstraling, werkt bewust aan ontspanning en oogt als een echt mens.

A: Je bent een soort Pinokkio, je wordt een echt mens! Van vlees en bloed, met onzekerheden, twijfels en moeilijke keuzes. Oprecht, kwetsbaar en krachtig!
R: [lacht enthousiast] Ja! Het voelt fijn en ook nog moeilijk, maar ik durf me meer te laten zien zoals ik ben en dat is heerlijk.

Yasser loopt vast, dat is de schuld van de vrouwen

Yasser komt de Bloeikas binnen. Het is een goedverzorgde veertiger met een baardje. Hij komt in coaching omdat hij ‘het gevoel heeft dat hij zijn volgende carrière stap niet maakt en niet weet hoe het komt’.

Hij vertelt over zijn huidige situatie met een jong gezin met twee dochters, een zieke schoonmoeder en carrière wens om een volgende stap te maken. De man is een waterval, onrustig en vertelt een chaotisch verhaal.

A: Het lijkt me duidelijk Yasser, jij hebt gewoon veel te veel tijd voor jouzelf. En als je veel tijd hebt is er geen druk om te kiezen. Ik zou er nog een nieuwe hobby bij doen ofzo. Of een extra project op je werk? Goed voor je carrière.
Y: [verbaasd] Teveel tijd? Nou, dat valt wel mee hoor…
A: Nou, je hebt twee jonge kinderen, dat is niets. Ik ken een man met vijf kinderen, die heeft een groot bedrijf en alle tijd om te golfen. Jij hebt er maar twee en bent gewoon teamleider. Dus…
Y: [verbolgen] Die doet zeker niets in het huishouden en met de kinderen dan ofzo…
A: [vrolijk] Precies! Hij besteedt dat helemaal uit. Dat is veel fijner. Bovendien is het vaderschap ook wel erg onderhevig aan inflatie. Dus dat kun je wel een beetje laten gaan. En jouw echtgenote, dat is tenslotte toch een vrouw. Dus die kan gewoon wat meer in huis doen, daar is ze ook beter in. Dus geen punt. Jij bent de man, de jager, en zij de verzorger..
Y: [schiet in de lach] Het is eerder andersom…Marlies heeft een heel drukke baan én doet er een opleiding naast.
A: Zie je wel. Jij laat je weer voor het karretje spannen. Dacht ik al. Jouw kinderen, jouw schoonmoeder, Marlies én jouw baas is zeker ook een vrouw.
Y: [vrolijk verbaasd] Ja verrek!
A: Dus jij laat je helemaal piepelen door de vrouwen in jouw leven! [ik geef hem tik op zijn knie] En dat voor een Marrokaan!
Y: [Fel] Ik kom uit Syrië. En daar zorgen we voor elkaar! In Nederland is dat misschien anders maar..
A: [Speels tikje tegen knie] Oh, excuus. Maar dan ben je nog niet helemaal goed ingeburgerd Yasser. Je moet nog leren dat de mannen in Nederland de baas zijn!
Y: [lacht voluit]. Welke cursus is dat? Die wil ik graag doen!
A: [enthousiast met lach] De cursus heet: ‘De man en de vrouw, de keizer en de dienster’ Gaat over de Nederlandse cultuur van het onderdrukken van de vrouw en daar leer je hoe je je verantwoordelijkheid kunt ontlopen, hoe je de taken naar de vrouw delegeert en hoe je af en toe een corrigerende tik uitdeelt, dat is trouwens wel de intensieve opleiding. Dus, wat denk je?
Y: [lacht nog steeds voluit]….waar kan ik me inschrijven!

Yasser en ik zijn uitgelachen, hij lijkt weer te landen en wordt ineens serieus.

Y: Ik realiseer me ineens hoe ongelooflijk druk ik het de laatste tijd heb. Mijn ouders leven niet meer, van mijn vader leerde ik om trots te zijn door voor anderen te kunnen zorgen. En dat is wat ik nu doe. Het maakt me ook trots, maar het is gewoon te veel. Toen jij die opleiding beschreef hoorde ik allemaal dingen die ik doe en zojuist besefte ik me dat ik dat natuurlijk helemaal niet hoef te doen….en nu ik dit zeg hoor ik mijn vader praten….hoe zou hij het vinden dat het me niet lukt?
A: Hij draait zich om in zijn graf. Wat een waardeloze zoon heb ik grootgebracht…ik heb me in Yasser vergist….tssss
Y: [emotie in ogen, teder] Nee Arno, ik ben ervan overtuigd dat hij trots zou zijn als ik wat meer tijd voor mijzelf zou creëren. Vlak voordat hij stierf gaf hij me mee hoe kostbaar tijd is….

Yasser huilt zacht, het lijkt alsof hij zijn vader herinnert. Als hij weer opkijkt heeft hij een vastberaden en zachte uitstraling.

Y: Ik ga in gesprek met mijn leidinggevende, ik heb het te druk en ga zeggen dat ik het moet oplossen. Ik vind het belangrijk mijn kindjes, Marlies en schoonmoeder nu te ondersteunen, als ik een dag minder werk zou me dat heel veel ruimte geven.

Als Yasser is vertrokken ben ik stil. Wat is het toch mooi om met warmte, humor en provocatie te werken en mensen verder te brengen. We deden hierna nog twee sessies, maar dit was echt het keerpunt.

Een zombie wordt wakker

Coen komt voor zijn eerste sessie de Bloeikas binnen, ik krijg het beeld van een zombie. Via zijn werkgever is hij naar me verwezen. Hij is 35, heeft weinig uitdrukking en lijkt niets meer te weten.

Hij gaat zitten, we doen een praatje pot, ik geef hem iets te drinken, het voelt alsof hij verdwaasd en verdwaald is.

A: [opgewekt] Ken je die clip van Thriller van Michael Jackson?
C: [verbaasd] huh, nog eens?
A: Michael Jackson?
C: Ja?
A: Het nummer Thriller?
C: [trekt gezicht] Ja??
A: De clip met de zombies??
C: Euhh…ja???
A: Volgens mij speelde jij daar een rolletje toch? [ik sta op, met lege ogen doe ik een zombie loopje]
C: [scheef glimlachje] Ja…nu………ahh…precies dat.
A: Wat bedoel je? Precies wat??
C: [zwaar] Nou….zo voel ik me inderdaad…..als een zombie…..

Coen begint zijn verhaal te vertellen, hij spreekt eentonig, met een lege blik. Hij vertelt over een aantal indrukwekkende gebeurtenissen en ervaringen de afgelopen vijf jaar. Het overlijden van zijn soulmate, een onveilige relatie, het overlijden van een goede vriendin, zelfmoordpogingen in zijn directe familie en allerlei werk gerelateerde grensoverschrijdende situaties. Zelf ben ik onder de indruk van hetgeen hij me vertelt. In zijn verhaal laat hij ook blijken dat hij het moeilijk vind dat hij vastloopt, hij lijkt het zwak te vinden.

Ik laat hem zijn verhaal vertellen, vraag naar details, naar namen en tijdlijn. Vervolgens ga ik tegenover heb zitten en vertel zijn verhaal zo goed mogelijk tegen hem.

A: Coen, ik wil dat je even je ogen sluit en een aantal keer diep ademhaalt, ik ga je een verhaal vertellen, laat het op je inwerken, ik wil niet dat je reageert, onderbreek me niet en luister goed.

Ik gebruik dezelfde vlakheid, intonatie en namen. Ik vertel vanuit de ‘ik’ vorm, dus ik speel Coen. Ondertussen observeer ik hem, af en toe moet ik hem vertellen zijn ogen gesloten te houden, met name als hij emotioneel wordt, als de tranen vloeien. In totaal ben ik ongeveer tien minuten aan het woord.

A: Ok Coen, je mag je ogen openen…..
C: [snuit zijn neus, dept zijn tranen….en kijkt me aan]
A: Ik heb het hele verhaal vertelt….ik zie dat het je enorm raakt….
C: [timide] Jeetje Arno, als je me dit zo allemaal vertelt…..dan is het inderdaad nogal wat….maar het hoort ook bij het leven, bovendien wil ik mijn werk goed blijven doen…dus…
A: Dat vind ik dus ook Coen! Volgens mij stel jij je een beetje aan….een paar kleine dingetjes….en jij wankelt….de jeugd van tegenwoordig is ook niets meer gewend….[met stemverheffing] je bent gewoon een aansteller! Man, man….een paar mensen overleden, wat zelfmoordpogingen en ingewikkelde werksituaties en Coentje zit huilie huilie op de bank…… [knuisten in ogen, huilmondje, piepstem]…..ik vind het allemaal zo zwaar…..[luid] kom op Coen! Gewoon weer door!
C: [breekt, huilt]…..Nee! Ik kan niet meer….er is zoveel gebeurd, ik ben altijd doorgegaan….maar ik voel dat het echt niet meer gaat….
A: [probeert 😉 de lach uit Thriller na te doen, geeft Coen tik tegen schouder]….whahahahaha…..hahaha…..
C: [lacht hard en huilt tegelijkertijd]…….ik voel me een zombie Arno…..ik kan niet meer….wat moet ik doen……

Coen moet bijkomen, ik ook. We drinken wat water, in stilte en laat het even indalen.

A: Ik ben geen dokter Coen, maar als je nu naar een dokter gaat….denk ik dat hij zegt dat je ziek bent.
C: [kijkt verbaasd op] Oh…
A: En dat hij je adviseert om ruimte te creëren…
C: Oh..
A: En misschien wel te stoppen met werken om beter te worden…
C: [schrikt] Oh…….oh….

Coen blijft nog even zitten en gaat vermoeid weer naar buiten. Een dag later krijg ik een bericht van hem….de dokter sprak over burn-out verschijnselen…Coen is voor nu gestopt met werken en over een week vervolgen we de coaching.

Vader, zoon en twee zakdoeken.

Ronald is de zoon, hij is vijfenveertig jaar en werkt als chirurg. Zijn vader heet Jaap en stopte vijftien jaar geleden als huisarts. Vorige week kwamen ze voor een vader en zoon gesprek en stapten gereserveerd de Bloeikas binnen. De mannen voelen zich duidelijk niet op hun gemak.

‘Toen mijn vader overleed, wist ik precies hoe het tussen ons zat’ zeg ik tijdens mijn verhaal. Op dat moment kijkt Ronald naar zijn vader, die stuurs voor zich uit kijkt. Ronald zoekt contact, schraapt zijn keel en kijkt naar zijn vader. Jaap reageert niet, lijkt iets af te wenden. ‘Er is altijd veel liefde tussen vaders en zonen, maar ze vinden het ingewikkeld dit te tonen en hierover te praten’. Opnieuw zoekt Ronald tevergeefs contact. Jaap negeert Ronald compleet. Ik besluit om het gesprek te verleggen.

A: Jaap, ik zie dat Ronald contact met je probeert te maken, merk je dat niet?
J: Eh, nee, eerlijk gezegd niet echt.
A: Niet echt, maar wel een beetje toch Jaap?
J: Nou….
R: [lijkt te twijfelen] Pap?
J: [geagiteerd] Ja?!
A: Mannen, ik zeg wat ik zie. Het is mijn waarneming. Niet meer en minder. Benieuwd hoe jullie het ervaren. Ik zie dat Ronald een aantal keren nadrukkelijk contact met Jaap zoekt, maar Jaap doet alsof hij het niet merkt. Mijn waarneming is dat Jaap het wel merkt, maar niet weet hoe te reageren, en daarom verder afstand neemt. Dit doet Ronald zichtbaar pijn en verdriet. [dan kijk ik Jaap aan] En vermoedelijk jou ook.

Jaap slaat zijn ogen neer. Ronald is gespannen. Ik laat de stilte. Jaap speelt met zijn trouwring. Ronald kijkt naar mij. Het blijft stil.

A: Nu het zo lekker stil is, zet ik ff een plaatje op. Het heet papa, van Stef Bos. Misschien kennen jullie het wel.

Ronald en Jaap beginnen allebei te schuiven op hun stoel, er volgt een diepe zucht van beide kanten…..het voelt alsof ze zich overgeven.

Tijdens het lied komen de tranen bij Ronald, Jaap kijkt naar de grond, zeker niet naar zijn zoon, het lijkt alsof hij met kracht probeert zijn emoties te bedwingen.

A: Jaap! Kijk eens naar je zoon!
J: [staart naar de grond]
A: [Ik sta op en zeg vrolijk] Ok mannen. We stoppen! Jullie hebben lekker gepraat toch?

Jaap staat automatisch ook op en blijft een beetje onhandig staan. Ronald blijft stilletjes zitten. Voor het eerst draait hij naar Ronald, die met zijn hoofd in zijn handen zit. Jaap twijfelt, zet een stap richting zijn zoon en zakt door zijn knieën. Ronald grijpt zijn vader vast en Jaap omarmt hem. Er volgen veel tranen, een heel lange knuffel en zachtjes worden woorden gewisseld. Ik kan het niet horen, en eerlijk gezegd ben ik zelf écht geraakt dus ga maar zitten en aanschouw het tafereel.

Na enkele minuten laten ze elkaar los, er wordt verlegen en opgelucht gelachen, beide halen een zakdoek uit hun broek en snuiten hun volgelopen neus.

A: Zo! Er is contact zie ik! Vertel eens, hoe zit het eigenlijk tussen jullie?

Jaap begint te vertellen over zijn leven als huisarts, het te vroege overlijden van zijn eerste vrouw (van wie hij de trouwring nog draagt) en hoe hij het gezin met drie opgroeiende kinderen droeg. Hij werkte hard, was een geliefd huisarts, maar vond het gezin in zijn eentje draaien heel moeilijk. Hij kreeg snel na het overlijden van zijn vrouw een relatie, hij noemt het een vlucht, na twee jaar was het voorbij. Ronald ging als eerste studeren, de andere twee dochters verlieten het huis later. Jaap vertelt dat het als een opluchting voelde toen alle drie het huis hadden verlaten, en dat gevoel vond hij ingewikkeld. Jaap vertelt uitgebreid over hoe zwaar hij deze periode vond en hoe moeilijk hij het vond dat Ronald uit huis ging. Hij benoemt zijn onzekerheden en twijfels, soms geëmotioneerd, hij is helemaal open gegaan. Ronald luistert aandachtig en af en toe met ongeloof. Is dít zijn vader?! Ook benoemd Jaap hoe trots hij was toen Ronald medicijnen ging studeren, uiteindelijk als chirurg afstudeerde en nu al ruim tien jaar werkt. Al die tijd kijkt hij naar het vuur in de kachel, hij kijkt ons nauwelijks aan. Ronald golft mee met de emotie van zijn vader, hij is goed op hem afgestemd en lijkt te voelen hoe het voor zijn vader moet zijn geweest. Na een monoloog van twintig minuten kijkt Jaap op, eerst naar mij, en vervolgens, met moeite, durft hij Ronald aan te kijken.

R: Jezus pap!

Ze kijken elkaar aan en Ronald legt zijn hand op de onderarm van zijn vader. De sfeer is totaal veranderd.

A: Goed Jaap, prachtig verhaal! Maar geen antwoord op mijn vraag, hoe zit het eigenlijk tussen jullie? Misschien kan Ronald hier zijn kijk op geven?
R: Jezus pap….nou, ik weet ff niet waar te beginnen.

Vervolgens vertelt Ronald zijn hele verhaal. Ook mooi, verdrietig en herkenbaar. Na ongeveer tien minuten blijft wederom de onderlinge relatie onbesproken.

A: [Met grote lach] Mooi verhaal Ronald. Maar het zit in de familie volgens mij, ik wil nu gewoon antwoord op mijn vraag!

Ronald en Jaap zijn nu een team, tegenover mij, en hebben heel veel lol. ‘Het is inderdaad waar, we kunnen blijkbaar wel een verhaal vertellen, maar niet tegen elkaar hoe het zit ofzo.’ De mannen lachen, er is verbinding, maar ik krijg geen antwoord op mijn vraag.

Ik speel een teleurgestelde man. ‘Als jullie mijn vraag niet willen beantwoorden, dan is dat maar zo….stelletje medische….’

J: [kijkt Ronald aan] Arno, ik wil je best antwoord geven. [kijkt trots, bij het uitspreken is hij zichtbaar geëmotioneerd]. Ik hou heel veel van Ronald, en…..[emoties nemen over].
R: [betraand] …ik zoveel van jou pap…..

Ronald omarmt zijn vader, tranen, opluchting en wederom een grote lach gevolgd door twee zakdoeken.

Waarom geven we apen zwemles?

Rudi komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, hij werkt als manager op de Zuidas, is 43 jaar en loopt vast. Hij komt een beetje over als een nerd, slim, bril en vooral op de feiten en inhoud.

A: [enthousiast] Rudi, de eerste keer dat ik je zag dacht ik direct: dat is een slimme man, en ook een echte nerd!
R: [beetje in de war] Een echte nerd?!
A: [met kracht] Ja man, bril, kijkt slim uit zijn ogen, beetje klunzig, beetje techneut, een echte nerd dus!
R: En is dat goed of slecht?
A: Tja….ik heb geen idee…wat vind je eigenlijk zelf?
R: Ik ben wel goed in mijn vak!
A: [flauwtjes] Tja….dat zal wel.
R: [passievol] Weet je? Misschien ben ik wel een nerd, maar ik weet precies waar ik het over heb, ik ben een echte technoloog en kon me helemaal verliezen als ik in het lab werkte. Dat was te gek!
A: Wat is dan eigenlijk het probleem?
R: Sinds ik manager ben…tja…weet ik het niet meer ofzo….raar toch?
A: Volgens mij ben je een aap met zwemdiploma’s!

Veel managers die bij me in coaching komen zijn zonder dat ze het beseffen in een totaal andere context belandt. Ze lopen vast en begrijpen niet precies hoe het komt. Veel organisaties vragen vaardigheden van werknemers die niet natuurlijk voor ze zijn, waar ze te veel moeite voor moeten doen.

Apen horen in de jungle, daar weten ze hoe het werkt, waar ze veilig zijn, waar ze voedsel halen, waar ze kunnen slapen et cetera. Organisaties gooien die apen vaak in de zee, geven ze zwemles, diploma A, B en C én een cursus reddingzwemmen om ze vervolgens aan de slag te laten gaan. Die apen moeten dan ongelooflijk hard werken om zich staande te houden, ze kunnen wel een beetje zwemmen, maar nooit zo goed als de andere dieren in de zee, de vissen.

Dus werknemers krijgen allerlei trainingen, communicatietraining, conflicthantering, positieve feedbacktraining et cetera. Diploma A, B en C dus….terwijl die apen het helemaal niet echt vóelen, echt snappen waar ze terecht zijn gekomen. In de zee wordt een andere taal gesproken, is een ander ritme, en zijn andere vaardigheden van belang. Dus ze werken zich het apelazarus, gebruiken veel meer energie dan de vissen en nóg lukt het niet. Terwijl ze vroeger in de jungle moeiteloos in bomen klommen, via lianen van de ene naar andere plek gingen en vanuit hun oorsprong konden functioneren.

Organisaties moeten beter nadenken over in welke context hun mensen goed functioneren, een goede technoloog hoort in zijn jungle. Uiteraard moeten ook de mensen zelf goed beseffen waar ze moeiteloos hun werk kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat er soms hard gewerkt wordt voor resultaat, maar alle energie die een aap verliest in de zee kan hij niet steken in zijn werk in de jungle. Daar waar hij kan excelleren.

Nadat ik Rudi had meegenomen in bovenstaande was hij stil…hij keek me geroerd en verbaasd aan. We praatten nog een beetje na en Rudi vertrok. Twee weken later zag ik hem terug.

A: Hoe is het ondertussen met je?
R: Ik ben een aap met zwemdiploma’s. Ik hoor niet in de zee! ……[lange stilte]………
R: [met overtuiging en grote lach] Ik ga terug! Terug de jungle in!
A: [argwanend] Nou Rudi…rustig aan jongen. Ik zie het jou niet doen!
R: [lacht]…echt!
A: Wil je een banaan om het te vieren?!

Frank doet zwaar depressief.

Frank komt de Bloeikas binnen, hij komt voor zijn tweede sessie. Hij heeft de diagnose zwaar depressief gekregen, staat op een wachtlijst voor behandeling, zoekt tussentijds hulp en komt daarom bij mij.

Hij is 24 jaar, woont nog thuis, heeft problemen met studeren, benoemd een laag zelfbeeld en onzeker over zichzelf en de toekomst. Hij straalt somberheid uit, zwarte kleding en een sombere blik. Hij vermijd zoveel mogelijk oogcontact en doet continu zijn mouwen over zijn handen. Alsof hij zich zo weinig mogelijk wil laten zien.

Het gesprek gaat over zijn afgelopen week, het vermijden van mensen en situaties en ook over zijn pestverleden. Ook hebben we het over echt authentiek gedrag en net alsof. Daar heeft hij een enorme hekel aan. Ik maak veel lol met hem en er is al veel meer lach en energie dan in de eerste sessie.

A: Wat is nu precies het probleem?
F: [vaag] Weet ik eigenlijk niet. Het is….tja….onzekerheid of laag zelfbeeld?
A: Hoe onzeker ben je dan? Tussen de nul en de tien.
F: [moeizaam] Nou…een twee of zo?
A: Ben je er zeker van?
F: Mwa…ja…zoiets.
A: [vrolijk] Klinkt inderdaad niet heel zeker…..dus die onzekerheid klopt! Mooi. En dan ff jouw zelfbeeld….hoe verschrikkelijk ben jij?
F: [zwaar] Nou….het is wel laag….ja….
A: Hoe voel jij je als je alleen in een ruimte bent, bijvoorbeeld op jouw kamer?
F: [veert op, licht] Dan ben ik best optimistisch, vrolijk en druk…
A: [verbaasd] Huh? Dus je zit hier als een zoutzak, somber met zwarte kleren en een zwaar gemoed. En als je dan alleen bent…..dan ben je optimistisch? Vrolijk? En….druk? [lacht hard]
F: [opener met twijfel en glimlach] Ja….eigenlijk wel….
A: [lacht weer] Nu ben ik echt volkomen in de war! Dan is jouw zelfbeeld toch niet heel laag? Je vind jouzelluf dan wel leuk toch?! Of niet….ik weet het echt niet meer….jij?
F: [lacht] Nee…maar als ik dan ineens vrolijk ga doen…..met die mensen om mij heen….dat is toch heel raar? Dat zijn ze niet van me gewend…dan snappen zij er niets meer van. En het voelt ook raar voor mijzelf.
A: Dus ff voor mij…..ik ben geen psycholoog en al helemaal geen psychiater…dus waarschijnlijk zit ik er helemaal naast. En ik heb geen ervaring met gevallen zoals jij, die ZWAAR depressief zijn. Maar let op: Dus, ook al VOEL jij je vrolijk….dan DOE je somber….omdat anderen het anders raar vinden? Klopt dat?
F: [verward] Ja….volgens mij wel….het is toch raar dat ik dan vrolijk doe als ik zwaar depressief ben?
A: [doet in de war] Ja maar….huh….als je vrolijk BENT en alleen? Dan doe je wel vrolijk?
F: Ja! Als ik alleen op mijn kamer ben….dan wel!
A: Hoe doe je dat dan? Hoe uit je dat?
F: [lacht ongemakkelijk….alsof hij iets niet durft te zeggen] ff nadenken.
A: [tikje tegen voet] Nee! Niet nadenken, gewoon zeggen! Ik wil het weten.
F: [gespannen verlegen lachje] Nou….in mijn kamer, dan luister ik leuke muziek, ben ik best op mijn gemak en zelfs af en toe dansen!
A: [staat op] Huh!!!!!! Dus dan kan de zoutzak ineens bewegen? En dansen???? En ZINGEN?????? Hoe zit dat dan met authentiek gedrag en net alsof…..Ik ben helemaal de weg kwijt Frank…

Frank voelt zijn authentieke gedrag en neigingen dus wel, maar heeft door zijn ontwikkeling, pestverleden en continu op- en aanmerkingen afgeleerd om zichzelf te zijn. Alleen als hij alleen is durft hij dat….en is hij best wel positief. Tijdens het gesprek vertelt hij hoe hij is gevormd, ervaringen in jeugd, hoezeer in zijn thuissituatie het moeilijk is om een echt gesprek te voeren, de mantel der liefde, net als of gedrag.

A: Dus ff voor mij….jij….de depressieve zwartgeklede zoutzak…bent dus best optimistisch en vrolijk?
F: [grote lach] Ja!
A: [kijkt met warmte aan, hand op schouder] En waarom lieve jongen……waarom laat je dat dan niet meer zien?
F: [in één klap klein en onzeker] ik…ik weet niet hoe dat moet..

Frank moet enorm huilen.

A: Maar JIJ hebt dus geen laag zelfbeeld, jij DENKT dat anderen dat van jou hebben. En als anderen jou zien ga je somber doen en alleen voel je je vaak prima. [opgewekt] En jij kunt echt geweldig goed toneelspelen, daar zou je iets mee moeten doen. Of misschien moet je gaan werken met blinden. Die zien niet hoe depressief of vrolijk je eruit ziet!
F: [glimlacht] Dat zou echt goed zijn!

We besluiten de sessie, Frank gaat in gesprek met diegene in zijn vriendengroep bij wie hij zich het veiligst voelt, en zichzelf echt tonen.

Als hij naar vertrekt loopt hij best kwiek….

A: Hohohoho Frank….pas op, je gaat weer naar buiten….daar zien mensen je….dus je moet zo lopen [Ik slot met gebogen rug en kijk half uit mijn ogen].

Frank loopt lachend naar buiten….

Ik ben echt verbaasd, Frank dóét zoals de diagnose zwaar depressief vraagt, hij loopt al enkele jaren met klachten en is zo vergroeid geraakt dat hij richting zijn omgeving niet durft te veranderen…

De weken erna zie ik hem vrolijker worden, eerlijker en lichter. Hij durft wat meer, krijgt weer structuur en is aan het veranderen. Dit is niet makkelijk, zijn omgeving was inderdaad gewend aan zijn depressieve rol en reageerd soms ongemakkelijk. Wel maakt hij stappen.

Hij vertelt me dat hij zich juist serieus genomen voelde door de humor en het absurde. De gedachten die hij had, benoemde ik letterlijk, ook al waren ze heel vreemd. Juist dát benoemt hij als verbindend.

Het is dat ik ooit een heel goede provocatief coach heb gehad….en dat ik me veel beter voel dan destijds…..anders zou ik direct weer gaan. Wat een vak!

Inez wist het eigenlijk al

Inez is een jonge vrouw van eind twintig, ze komt voor haar vierde sessie, de aanleiding is vermoeidheid. De eerste keer dat ze kwam was ze uitgeput en lusteloos, na die eerste sessie is ze via de bedrijfsarts ziekgemeld. De jaren hiervoor waren heel erg roerig, Inez had te maken met verlies en rouw, veranderingen van werkgever, oppakken van studie en een impactvolle verhuizing. De rust deed haar goed, de gesprekken over grenzen, haar patronen en  doorzetten gaven inzicht.

We zijn twee maanden in gesprek, ze is opgeknapt, voelt meer rust en stevigheid en we zijn in gesprek over haar relatie.

A: Hoeveel ruimte ervaar jij thuis?
I: Nou, nu overdag is het heerlijk. is Alfred aan het werk, en ik geniet en het is rustig.
A: Dus eigenlijk moet Alfred maar weg.
I: [geschrokken] Nee….natuurlijk niet!
A: [lacht] Nee, tuurlijk niet. Wat moet je zonder hem.
I: [weifelend] Ja….eh…precies dat
A: En met al die ruimte die je zelf kunt invullen. Hij bepaalt gelukkig hoe jij die indeelt en hoe jij jouw leven inricht. Dus dat is wel fijn, hoef je dat zelf niet te doen. Bovendien, in deze tijd, een vrouw alleen…….wil je nog een kop koffie?
I: [afwezig] eh, ja……

Ik sta op om koffie te maken. Inez blijft zitten.

Ze heeft in een eerder gesprek vertelt dat haar vriend zakelijk plannen heeft die ingrijpend zijn voor haar, wederom een verhuizing, meewerken in zijn bedrijf en daarmee het loslaten van haar eigen koers.

Als ik terugkom zit ze door het raam te staren, ze is in gedachten verzonken. Nadat ik ben gaan zitten kijkt ze me verbaasd aan.

I: eh, wat bedoel je eigenlijk?
A: Nee niks, je had toch geen melk in jouw koffie?
I: [verward] huh, nee. Of nou ja.
A: Precies dat. Lijkt me gewoon beter. Geen melk en vooral geen suiker. Dus wanneer gingen jullie ook alweer op wintersport?
I: [geïrriteerd] Wat bedoelde je net!
A: Gewoon, jullie zouden toch gaan skiën?
I: Nee….daarvoor!
A: [quasi verbaasd, lacht] Gaan jullie daarvoor ook skiën? Wat bedoelde jij nu eigenlijk?
I: Nou, over de relatie met Alfred!
A: Ah, dat. Het is fijn dat hij jouw leven indeelt toch? En wat zou jij zonder hem moeten. Hij brengt stabiliteit, toekomst en jij kunt je heel goed schikken. Dus dat bedoel ik….En jij hebt ook niet veel nodig, zeker geen ruimte toch?
I: [voorzichtig] Nou….wat je nu zegt, daar heb ik wel over nagedacht.
A: [tik op knie] Fijn! Dat is altijd goed. En je bent tot de conclusie gekomen dat het goed is toch?
I: Als het gaat over ruimte….en MIJN leven….Alfred doet helemaal zijn eigen ding. Hij gaat helemaal voor zijn nieuwe zaak, of ik het nou leuk vind of niet. Hij zegt dat hij het samen met mij wil doen….maar….


Inez vertelt dat ze zich nu realiseert hoeveel ze aanpast, dat ze na haar roerige jaren een soort veiligheid bij Alfred voelde, maar haar eigen koers helemaal heeft losgelaten. Nu merkt ze hoeveel hij bepaalt en hoe weinig rekening hij met Inez houdt. Tijdens het gesprek merkt ze dat het al heel lang dwarszit, maar dat ze het nooit eerder zo kon zien. Ze is nu bezig haar grenzen beter aan te geven op haar werk, en merkt hoe goed dat voelt en ook wat het aan ruimte en lucht oplevert. Ze realiseert zich nu hoe ze dat thuis ervaart. Ze gaat een beetje beduusd naar huis en ook met een duidelijke opdracht om het thuis te bespreken.

Twee weken later komt ze de Bloeikas binnen. Ze wil me duidelijk iets vertellen.

A: [vrolijk] Vol verwachting klopt mijn hart…vertel Inez!
I: [stralend] Ik heb de relatie verbroken!

Ze vertelt me hoe ze het de avond na onze sessie aan Alfred voorlegde, ze gaf aan dat ze niet nogmaals wilde verhuizen en geen zin had om met hem te gaan meewerken in zijn nieuwe zaak. Hij schrok ervan en het was een pittig gesprek. Toen ze er een paar dagen later nogmaals over spraken bleek dat hij niet voornemens was zijn plannen aan te passen, zijn nieuwe zaak en de verhuizing kregen prioriteit boven de relatie.

Toen maakte Inez het uit. Vertrok, nam haar spullen mee naar een vriendin waar ze tijdelijk kan inwonen. Uiteraard was er verdriet bij haar, maar tegelijkertijd een enorme opluchting. Ze besefte hoeveel ze was aangepast en dat ze haar eigenheid en koers had losgelaten vanuit angst en de geboden veiligheid.

Nu voelt zich weer krachtig, met plezier in werk, weer aan het opbouwen, geeft grenzen duidelijker aan en ervaart heel veel ruimte om haar eigen leven vorm te geven.

Na deze sessie heb ik haar nog twee keer gezien, ze is op koers, voelt zich vrij en ziet ook vooral in hoe haar patroon versterkt werd in onzekere tijden. Terugkijkend liet ze haar eigenheid gaan toen ze vijf jaar geleden in zeer roerige tijden verzeild raakte.

Ze durft weer te spelen, maakt eigen keuzes, voelt zich luchtiger en heeft weer de energie om zich te richten op datgene wat voor haar belangrijk is.

I: Toen we elkaar vier maanden geleden voor het eerst spraken had ik dit nooit verwacht. Maar als ik heel eerlijk ben wist ik het eigenlijk al heel lang, dat dit een keer ging gebeuren. Het was moeilijk, maar ik ben heel erg blij dat ik de keuze heb gemaakt.