Vader, zoon en twee zakdoeken.

Ronald is de zoon, hij is vijfenveertig jaar en werkt als chirurg. Zijn vader heet Jaap en stopte vijftien jaar geleden als huisarts. Vorige week kwamen ze voor een vader en zoon gesprek en stapten gereserveerd de Bloeikas binnen. De mannen voelen zich duidelijk niet op hun gemak.

‘Toen mijn vader overleed, wist ik precies hoe het tussen ons zat’ zeg ik tijdens mijn verhaal. Op dat moment kijkt Ronald naar zijn vader, die stuurs voor zich uit kijkt. Ronald zoekt contact, schraapt zijn keel en kijkt naar zijn vader. Jaap reageert niet, lijkt iets af te wenden. ‘Er is altijd veel liefde tussen vaders en zonen, maar ze vinden het ingewikkeld dit te tonen en hierover te praten’. Opnieuw zoekt Ronald tevergeefs contact. Jaap negeert Ronald compleet. Ik besluit om het gesprek te verleggen.

A: Jaap, ik zie dat Ronald contact met je probeert te maken, merk je dat niet?
J: Eh, nee, eerlijk gezegd niet echt.
A: Niet echt, maar wel een beetje toch Jaap?
J: Nou….
R: [lijkt te twijfelen] Pap?
J: [geagiteerd] Ja?!
A: Mannen, ik zeg wat ik zie. Het is mijn waarneming. Niet meer en minder. Benieuwd hoe jullie het ervaren. Ik zie dat Ronald een aantal keren nadrukkelijk contact met Jaap zoekt, maar Jaap doet alsof hij het niet merkt. Mijn waarneming is dat Jaap het wel merkt, maar niet weet hoe te reageren, en daarom verder afstand neemt. Dit doet Ronald zichtbaar pijn en verdriet. [dan kijk ik Jaap aan] En vermoedelijk jou ook.

Jaap slaat zijn ogen neer. Ronald is gespannen. Ik laat de stilte. Jaap speelt met zijn trouwring. Ronald kijkt naar mij. Het blijft stil.

A: Nu het zo lekker stil is, zet ik ff een plaatje op. Het heet papa, van Stef Bos. Misschien kennen jullie het wel.

Ronald en Jaap beginnen allebei te schuiven op hun stoel, er volgt een diepe zucht van beide kanten…..het voelt alsof ze zich overgeven.

Tijdens het lied komen de tranen bij Ronald, Jaap kijkt naar de grond, zeker niet naar zijn zoon, het lijkt alsof hij met kracht probeert zijn emoties te bedwingen.

A: Jaap! Kijk eens naar je zoon!
J: [staart naar de grond]
A: [Ik sta op en zeg vrolijk] Ok mannen. We stoppen! Jullie hebben lekker gepraat toch?

Jaap staat automatisch ook op en blijft een beetje onhandig staan. Ronald blijft stilletjes zitten. Voor het eerst draait hij naar Ronald, die met zijn hoofd in zijn handen zit. Jaap twijfelt, zet een stap richting zijn zoon en zakt door zijn knieën. Ronald grijpt zijn vader vast en Jaap omarmt hem. Er volgen veel tranen, een heel lange knuffel en zachtjes worden woorden gewisseld. Ik kan het niet horen, en eerlijk gezegd ben ik zelf écht geraakt dus ga maar zitten en aanschouw het tafereel.

Na enkele minuten laten ze elkaar los, er wordt verlegen en opgelucht gelachen, beide halen een zakdoek uit hun broek en snuiten hun volgelopen neus.

A: Zo! Er is contact zie ik! Vertel eens, hoe zit het eigenlijk tussen jullie?

Jaap begint te vertellen over zijn leven als huisarts, het te vroege overlijden van zijn eerste vrouw (van wie hij de trouwring nog draagt) en hoe hij het gezin met drie opgroeiende kinderen droeg. Hij werkte hard, was een geliefd huisarts, maar vond het gezin in zijn eentje draaien heel moeilijk. Hij kreeg snel na het overlijden van zijn vrouw een relatie, hij noemt het een vlucht, na twee jaar was het voorbij. Ronald ging als eerste studeren, de andere twee dochters verlieten het huis later. Jaap vertelt dat het als een opluchting voelde toen alle drie het huis hadden verlaten, en dat gevoel vond hij ingewikkeld. Jaap vertelt uitgebreid over hoe zwaar hij deze periode vond en hoe moeilijk hij het vond dat Ronald uit huis ging. Hij benoemt zijn onzekerheden en twijfels, soms geëmotioneerd, hij is helemaal open gegaan. Ronald luistert aandachtig en af en toe met ongeloof. Is dít zijn vader?! Ook benoemd Jaap hoe trots hij was toen Ronald medicijnen ging studeren, uiteindelijk als chirurg afstudeerde en nu al ruim tien jaar werkt. Al die tijd kijkt hij naar het vuur in de kachel, hij kijkt ons nauwelijks aan. Ronald golft mee met de emotie van zijn vader, hij is goed op hem afgestemd en lijkt te voelen hoe het voor zijn vader moet zijn geweest. Na een monoloog van twintig minuten kijkt Jaap op, eerst naar mij, en vervolgens, met moeite, durft hij Ronald aan te kijken.

R: Jezus pap!

Ze kijken elkaar aan en Ronald legt zijn hand op de onderarm van zijn vader. De sfeer is totaal veranderd.

A: Goed Jaap, prachtig verhaal! Maar geen antwoord op mijn vraag, hoe zit het eigenlijk tussen jullie? Misschien kan Ronald hier zijn kijk op geven?
R: Jezus pap….nou, ik weet ff niet waar te beginnen.

Vervolgens vertelt Ronald zijn hele verhaal. Ook mooi, verdrietig en herkenbaar. Na ongeveer tien minuten blijft wederom de onderlinge relatie onbesproken.

A: [Met grote lach] Mooi verhaal Ronald. Maar het zit in de familie volgens mij, ik wil nu gewoon antwoord op mijn vraag!

Ronald en Jaap zijn nu een team, tegenover mij, en hebben heel veel lol. ‘Het is inderdaad waar, we kunnen blijkbaar wel een verhaal vertellen, maar niet tegen elkaar hoe het zit ofzo.’ De mannen lachen, er is verbinding, maar ik krijg geen antwoord op mijn vraag.

Ik speel een teleurgestelde man. ‘Als jullie mijn vraag niet willen beantwoorden, dan is dat maar zo….stelletje medische….’

J: [kijkt Ronald aan] Arno, ik wil je best antwoord geven. [kijkt trots, bij het uitspreken is hij zichtbaar geëmotioneerd]. Ik hou heel veel van Ronald, en…..[emoties nemen over].
R: [betraand] …ik zoveel van jou pap…..

Ronald omarmt zijn vader, tranen, opluchting en wederom een grote lach gevolgd door twee zakdoeken.

Carlos kan niet huilen.

Carlos loopt vast met een aantal grote projecten, hij is senior manager bij een groot Nederlands bouwbedrijf. Hij heeft contact gezocht en stapt de Bloeikas binnen.

Hij vertelt over zijn baan die hij leuk vindt, zijn drukke gezin en hoe hij is opgegroeid. Tijdens de coaching gebeurt ongeveer het volgende:

C: Ik huil echt nooit! Volgens mij voel ik het gewoon niet.
A: Gelukkig! Ik kan ook echt niet tegen huilers. Het moet voor mij ook een beetje leuk blijven.
C: [lacht een beetje]. Nee, echt niet. Ik kan me niet heugen.
A: Ok Carlos, we spreken het volgende af. Ik ga je verder coachen, maar we laten géén tranen vloeien. Een man een man, een woord een woord! Deal?
C: [timide] euh, ok denk ik? Wel gek, maar ok. [vertwijfeld] Ik zit hier bij een coach toch? Daar horen toch emoties bij?
A: Als jij zegt dat je nooit huilt, geloof ik dat, bovendien is dat een gave! Past helemaal bij het plaatje van senior manager bij een bouwbedrijf. Veel mannen daar lijkt me. Dus geen emoties! Top. Dus geen emoties in de Bloeikas vandaag! [ik gooi theatraal het doosje tissues aan de kant]
C: Prima…

De coaching vervolgt. Hij vertelt over zijn vader.

A: Ik neem aan dat jouw vader net als jij ook nooit huilde. Zit gewoon in de familie. Geen emotionele incontinentie maar gewoon doorpakken!
C: [begint zacht te praten] Hij was een prima vader, maar….
A: Carlos, we hebben een afspraak, GEEN EMOTIE. Dus die weg gaan we niet in!
C: Er is wel iets dat ik wil vertellen….
A: Prima, maar GEEN EMOTIE!………[nog harder] GEEN EMOTIE!
C: [natte ogen] Ik had best vaker met hem willen….
A: Carlos! GEEN EMOTIE. We hadden een deal!
C: [begint te huilen] Het was best ingewikkeld…
A: [ik geef Carlos een tik tegen zijn schouder en sta op] Carlos! Stop! GEEN EMOTIE! We hadden een deal!

Carlos breekt. Hij lacht en huilt. Tranen vloeien minutenlang. Ik pak het doosje tissues. Enigszins verbaasd kijkt hij naar me op, hij oogt vermoeid en tegelijk guitig.

Hij vertelt over de relatie met zijn vader, hoe hij hem vroeger had gemist en nooit had ingezien hoeveel dat met hem had gedaan. Vanaf het moment dat zijn zoons naar middelbare school gaan begon er iets bij hem te knagen. Er vloeien heel veel tranen en we hebben ook heel veel lol.

C: Jeetje Arno…
A: [met lach] Ho, ho Carlos. Geen emotionele betogen en inzichten alsjeblieft. Ik heb wel even genoeg gehad!
C: [lacht] Je hebt gelijk. Het is mooi geweest voor vandaag! Maar wat een mooie…
A: [onderbreekt en geeft een speelse tik] Carlos hou op! Begin nu niet weer, we zien elkaar over twee weken. Ik zal me mentaal voorbereiden en extra tissues kopen….man, man, man…. Fijn weekend voor nu. Ben ik ook aan toe!

Carlos verlaat zichtbaar opgelucht, vermoeid en vrolijk de Bloeikas.

Peter is zijn visitekaartje geworden

Met regelmaat coach ik managers en directeuren. Een veel voorkomend thema waar ze mee komen heeft te maken met de identificatie met het werk dat ze doen en daarbij behorend ‘serieus’ gedrag.

Vroeger was een directeur ook gewoon iemand die voetbalde, wel eens een snoepje stal en met vriendjes ging spelen . Tijdens de studententijd ging dat spel vaak nog wel door in de kroeg, op gekke gala’s, en tijdens sportwedstrijden. Uiteraard werd er voorbereid op het latere ‘serieuze’ leven door vergaderingen van commissies, projectgroepen en studeren voor tentamens. Dit waren er oprecht serieuze uitdagingen voor de aankomend directeur, maar veelal bleef het toch een vrolijke en luchtige manier van leven.

Kortom, tot en met de studententijd is er veel ruimte voor spel, avontuur en vrijheid. Daarna komt de eerste baan, een serieuze relatie, hypotheek, kinderen, betere baan, meer verantwoordelijkheid et cetera. Hierbij hoort verantwoordelijk gedrag, belangrijke keuzes, managementtaal en serieuze blikken. En dit gaat allemaal niet in één keer, maar stap voor stap waardoor de manager of directeur langzaam in een staat van ‘terminale serieusheid*’ belandt en zijn visitekaartje wordt.

A: Wat wil je drinken?
P: Koffie, zwart en geen koekje.
A: Ah, ik zie het al. Jij bent een geboren directeur. Neemt direct de leiding en ben heel duidelijk. Koffie, zwart, geen koekje!
P: Uh, ja..
A: De meeste directeuren hebben geen probleem, voldoende geld, mooie auto en succesvolle kinderen, net als hun vader. Dus Peter, wat kom je eigenlijk doen?
P: Nou, zo’n directeur ben ik misschien dan niet
A: Niet?! Ik zie hier een heel serieus en goed voorkomend iemand binnen komen. Met een keurig pak aan. Dus een succesvolle en vooral serieuze man. Dat hoort ook zo! Maar wat is dan precies het probleem?
P: Ja, dat pak draag ik voor mijn werk.
A: Dat vind ik ook zo mooi aan jou, dat jij je helemaal aanpast aan jouw werk. Zelfs jouw kleding pas je aan. Maar ja, een succesvol directeur draagt nu eenmaal een mooi pak. Dus wat was het probleem ook alweer?
P: Ik vind het allemaal best zwaar om eerlijk te zijn
A: Dat vind je niet alleen, dat is ook zo. Dus dat is een feit! Daarom hebben directeuren van die brede schouders Peter, die dragen dat allemaal. Zoals een echte directeur dat ook doet! Dus dat het zwaar is is logisch, dat hoort erbij toch? Je bent geen winkelbediende of buschauffeur, maar directeur. Dus wat is dan precies het probleem?
P: […..ehh]
A: Als jij het niet weet, weet ik het wel. Laat me jouw visitekaartje eens lezen?

Peter haalt het visitekaartje uit zo’n chique doosje en geeft het aan me. Ik lees hardop ‘Peter, Chief Financial Officer……..zo zeg, ik ben onder de indruk CHIEF betekent baas volgens mij, FINANCIAL is iets met veel geld en OFFICER lijkt me ook belangrijk en serieus. Dus jij hebt een heel serieuze baan en je bent dan ook een heel serieuze man met een heel serieus pak. Dus dat klopt toch? Wat is dan het probleem

P: Nou, zo belangrijk en serieus ben ik niet..
A: [ik knipoog en geef Peter een schopje tegen zijn schoen] Wel, CHIEF FINANCIAL OFFICER dat is heeeeel serieus, dat weet jij ook Peter, en dat is niet gespeeld, jij bent écht heel serieus. Ik neem aan dat..
P: [onderbreekt en kijkt me verbaasd aan]….Shit…ik ben mijn visitekaartje geworden..

Een drietal sessies verder is er veel met Peter gebeurd. Meer inzicht in gedrag, patronen en vooral meer spel in zijn leven. De provocatieve sessies hebben Peter geholpen om de staat van terminale serieusheid te herkennen en te relativeren.

Wat ik vaak ervaar is dat volwassenen stoppen met spelen en het leven echt serieus nemen. Het terug brengen van spel ik het leven van ‘serieuze volwassenen’ zie ik als een belangrijke bijdrage in de levens van mensen alsook in hun organisaties.

* De term ‘terminale serieusheid’ komt van de Vrije Denkers, zie het filmpje Doen is de beste manier van denken .

Kees is een nobody

Kortgeleden rondde ik een coaching traject af. In vier sessies was Kees klaar. Het patroon van Kees is iets wat vaak voorkomt, hij deelde zijn eigen ruimte met anderen ten koste van zichzelf. Van oudsher om te beschermen en te overleven. Nu neemt hij zijn eigen ruimte weer.

Kees is een man van einde dertig, zakelijk zeer succesvol en eigenlijk wel tevreden. Zijn initiële coachvraag ging over zijn werk, na tien minuten was dat een bijzaak en ging het over zijn eigenheid of authenticiteit.

A: Dus jij laat continu over je heen lopen
K: Nou, nee, maar, ik vind het lastig om…
A: Precies. Je bent een NOBODY!
K: Nou dat gaat wel ver…
A: [plagerig] Jij gaat nooit ergens voor staan, nobody
K: [weifelend] Niet!
A: Wanneer ging je voor het laatst ergens voor staan?
K: Nou, bijna dagelijks
A: Ok, waar ben je maandag voor gaan staan?
K: Euhh
A: En dinsdag?
K: Nou moet je luisteren….
A: [praat bewust door hem heen]. En woensdag? Zie je wel, je bent echt een nobody, je zegt dat je dagelijks voor iets gaat staan, en dat is niet zo. Dus je bent ook nog onbetrouwbaar….Jij bent helemaal niemand Kees! [met grote lach en aanraking van Kees]. Ik kan ineens ook door je heen kijken, je wordt een beetje doorzichtig. Je bent echt een NO BODY, géén lichaam. Geinig!

Kees kijkt me aan, valt stil. Ik hoor een kwartje vallen..

K: Vroeger werd ik op school gepest, ik droeg een bril en was een beetje bedachtzaam. Mijn klasgenoten zagen me niet staan. Mijn echte naam is Sijs van Akker. Op de basisschool was er een juf die de naam Sijs belachelijk maakte, mijn tweede naam is Kees. Vanaf dat moment ben ik die gaan gebruiken. Toen ik op mijn twaalfde ging verhuizen naar Amsterdam had ik een Brabantse tongval, ik leerde Amsterdams praten omdat ik werd uitgelachen….[Kees kijkt me aan alsof hij het ineens helemaal ziet. Hij lijkt geschokt]

A: Jij hebt letterlijk jouw authentieke zelf losgelaten ter bescherming. Jouw patroon is aanpassen en onzichtbaar worden in de groep. Hiermee ben je jouw eigenheid kwijtgeraakt alsook het begrip dat je eigen ruimte nodig hebt. En niet altijd jouw ruimte en waarden laat overnemen door anderen.

K: Toen je zei dat je door me heen kon kijken voelde ik dat ik dat vroeger het liefste wilde, dat ze me niet zagen. Jezusmina! Ik heb me dit nooit zo gerealiseerd……

In de evaluatie schrijft Kees het volgende: ‘Mijn grootste winst is het herkennen wanneer ik in een situatie kom die niet bij mijn ‘authentieke ik’ hoort en daarmee veel beter reageer, dit geeft me heel veel rust en zekerheid’

En tenslotte: ‘Het schijnbare gemak waarmee Arno de diepte in kan gaan en de gevoelige onderwerpen boven tafel weet te krijgen vond ik indrukwekkend. Hij drong razendsnel door tot de kern van mijn vraagstuk!’

Provocatief coachen werkt! Fijn om dit keer op keer te ervaren.

Vader en zoon – zeker weter en twijfelaar

Bram en Antonie komen de Bloeikas binnen. Bram is rond de veertig en Anthonie zeventig jaar.

Ik vertel ze over wie ik ben, hoe mijn leven loopt en hoe mijn relatie met mijn vader was. Op welke manier de gesprekken voor zijn overlijden voor ons beide waardevol waren. Maar pas toen mijn vader kwetsbaar werd door de kanker dit soort gesprekken écht lukte.

Bram wil beginnen en is direct emotioneel, zijn vaders ogen raken ook gelijk betraand. Ze zoeken elkaars hand. De sfeer is veilig en gespannen.

Bram vertelt over hoe hij zich probeert te ontwikkelen, letterlijk loskomen van thuis, over wat hij zijn vader gunt en hoe moeilijk hij het vind altijd een oordeel van hem te ervaren. ‘Hierdoor laat ik me niet echt zien pap’. Op het moment dat hij zijn vader direct toespreekt is er altijd emotie, trillende stem en verhullende lach. Wel lukt het hem om rake woorden te vinden.

Anthonie komt uit een ondernemersfamilie waar zijn vader veel afwezig was,  in een tijd waar vader en moeder nog U waren. Problemen werden goed opgelost, praktisch, met daadkracht en geld. Maar kwetsbaarheid en onzekerheid hadden in die tijd geen plek in het gezin. Hij is zich heel erg bewust van zijn eigen opvoeding, patronen en ziet precies wat hij zijn zoon ‘aandoet’ met zijn oordeel. En hij vertelt dat zijn intentie wel goed is, namelijk vanuit liefde en bezorgdheid.

Het is duidelijk dat ze erg veel van elkaar houden, dat wordt ook letterlijk gezegd. Wel is er voorzichtigheid in woordkeuze, ze willen elkaar wel dingen vertellen, maar zonder de ander te kwetsen.

‘Waarom zeggen jullie niet gewoon hoe het is? Jullie praten zo omzichtig dat ik er he-le-maal niets van snap! zeg ik.

Na mijn opmerkingen nemen directheid en luchtigheid toe. Het elkaar beschermen wordt herkend. Beiden hebben niet geleerd de confrontatie als verbindend te zien, maar gaan het uit de weg. Ze zijn te voorzichtig.

Halverwege het gesprek sta ik op om het liedje Father and son van Cat Stevens te draaien. Bram is zeer geraakt door het nummer. Het gaat over een vader die goede raad geeft en een zoon die zijn eigen pad wil volgen.

Tijdens het gesprek wordt zichtbaar dat Bram hier zit voor zijn relatie met Anthonie, maar óók onbewust namens zijn broer en zus. Maar misschien wel het meeste voor zijn vader. Hij gunt vooral hem wel een goede relatie met zijn kinderen, omdat hij het verdient, omdat hij de beste pa is die hij zich kan wensen.

Vader presenteert zich als een zeker weter, op hoog niveau in medische wereld gefunctioneerd, belezen en begaafd. Bram is openlijk een twijfelaar, en hiermee weet Anthonie geen raad. ‘Je moet toch een keer kiezen jongen. Je snapt zelf toch ook wel dat….’

Bovendien nemen ze het heel serieus, ik laat ze zien dat er meer luchtigheid mogelijk is, dat ze allebei met de allerbeste intentie maar wat doen.

Na wat geplaag en directheid van mijn kant komt vader meer bij zijn gevoel, spreekt zijn onzekerheden en verwarring uit. Op het moment dat hij vertelt over hoe hij soms buiten het lijntje kleurt verschijnt er een jongensachtige blik. Dit brengt nieuwsgierigheid en een lach bij Bram. Alsof het voor het eerst is. Vervolgens benoemt Anthonie zijn gevoel, hoe hij twijfelt of hij de juiste dingen doet als vader, dat hij bang is dat hij tekortschiet richting Bram.

Dit emotioneert Bram duidelijk. Hij beschrijft dat zowel hij als zijn pa exact hetzelfde doen. Elkaar beschermen en hiermee uit verbinding gaan. Vanuit liefde.

Ze herkennen elkaar als twijfelaars, het uitspreken van hun onzekerheden, hun momenten waarbij ze uit de bocht vlogen en dat wat ze verbind brengt het gesprek tot een mooi einde.

Uiteindelijk vraag nog wat ze tegen elkaar willen zeggen, niet via mij, maar direct en terwijl ze elkaar aankijken….er volgen prachtige en directe woorden. Een lach en een traan.

De dag erop ontvang ik een appbericht van Bram: Een oprecht bedankje namens vader en zoon. Blij dat ze het hebben gedaan en zeer de moeite waard!

Mijn dag is weer goed.

Een jonge weduwe stapt in (2)

Het is drie weken na het Bloeigesprek in de Jag met Tanja, ze stapt de Bloeikas binnen. Minder energiek dan vorige keer, het lijkt alsof iets is veranderd. Ik besluit een provocatieve aanpak.

Wat is nú het probleem?’ vraag ik. Tanja reageert met ‘Na ons Bloeigesprek van vorige keer realiseerde ik me dat ik echt heel moe ben en eigenlijk echt even rust nodig heb’.  ‘Nu is Tom al vier jaar dood, en na één Bloeigesprek heb je ineens rust nodig? Dat lijkt me niet het probleem!’. ‘Ondanks zijn ziekte was Tom toch ineens weg, dat was echt zo……….’ [Tanja huilt].

Ik besluit door te drukken (met warmte, gespeelde boosheid en provocatie). ‘Typisch Tom, op zo’n gemene manier ineens doodgaan. Wat een eikel, ik wordt gewoon boos op hem!’. ‘Dat is het precies, waarom moest die eikel nou zo plotseling doodgaan, ik ben gewoon nog zo F*CKING BOOS!!’ [Tanja huilt en schreeuwt het uit]. Ik biedt haar ruimte en ze schokt en huilt minutenlang…

Tijdens het gesprek blijkt dat Tanja boos op Tom is en ze zich daarover heel schuldig voelt. Hij kan er natuurlijk niets aan doen dat hij doodgaat, hij heeft er niet voor gekozen, ik mag blij zijn dat ik nog leef, het is voor hem erger dan voor mij…dit zijn allemaal gedachten die continu door Tanja haar hoofd spelen. En dus duwt ze haar boosheid weg. Hoe kun je nu boos zijn op iemand die dood is?

Ik vraag ‘Stel je voor dat ik Tom ben, wat wil je tegen me zeggen!’ Ze schrikt een beetje en lacht nerveus. Een beetje in de war, maar dan verwoord ze heel zuiver wat ze na zijn dood heeft beleefd, hoe zwaar het voor haar is, hoezeer ze hem mist en ook dat ze teleurgesteld en boos op hem is. Ik blijf Tom spelen.

‘Godverdomme Tom, weet je nog die week na de diagnose, jij bleef maar zeggen dat het goed zou komen en ik vertelde je dat ik bang was voor dit scenario dat jij vervolgens een beetje wegwuifde, ik voelde me niet gekend en ik heb toch gelijk gekregen…..en ik mis je zo….LUL!’

Wederom zijn er veel tranen en maak ik ruimte om vervolgens de provocatieve lijn weer op te pakken. ‘Die Tom, dat was echt een enorme onbetrouwbare en onverantwoordelijke zak, blij dat je vrij bent om een écht leuke man te vinden’ Tanja reageert verbouwereerd en een beetje boos: ‘Tom was een superlieve man met wie ik prachtige herinneringen heb en twee heerlijke kinderen. Ik zie hem helemaal terug in mijn oudste zoon…..en’ ‘Nou, dat is dan geregeld. En al een nieuwe liefde?’ onderbreek ik.

Ze begint te glimlachen en een beetje te blozen…’Ojee, wat vind Tom daarvan?’ ‘Dat houdt me echt bezig Arno, Tom heeft altijd gezegd dat hij me een nieuwe liefde gunt, het voelt goed maar tegelijkertijd ook als verraad ofzo’. ‘Terecht, die arme Tom, nog maar vier jaar dood en dan..’ ‘Ik weet zeker dat hij het heel fijn zou vinden Arno, ik zie in dat ik verder wil en ook altijd van Tom zal houden. Het is goed!’

Tanja vertrekt de Bloeikas zichtbaar opgelucht en met stevige tred. Het lijkt alsof ze iets achterlaat en haar weg vervolgt.

In één minuut ontdooit

”Ik ben benieuwd hoe je het gesprek gaat ervaren, Albert is nogal op zichzelf en absoluut geen prater, hult zich in mist”, aldus Elise. Van haar heeft Albert voor zijn zestigste verjaardag een Bloeigesprek in de Jag gekregen.

Ik pik Albert op in de buurt van Leeuwarden. Het is een mistige grijze dag. Hij staat buiten op me te wachten. Hij heeft een ruig voorkomen. Bij het instappen oogt hij nerveus en ongemakkelijk. Ook heeft hij een tic. Een knipperende beweging met zijn ogen en hierbij een gekke trek met zijn gezicht.

Ik besluit direct en provocatief contact met hem te maken. Ik sla hem op zijn knie en geef hem een met opzet mislukte knipoog. ‘Welkom in de auto Albert, wat doe jij met je gezicht? Maak ik je aan het schrikken of zo?”. Albert kijkt me verbaasd aan en de tic is weer zichtbaar. Ik zeg lachend ”Je doet het weer! Wat is dat? Doe het nog eens? Ga ik een foto van je maken. Kun je het zelf zien!” Albert begint te lachen, ontspant en zegt ”Ook goedemorgen, gaan we nog rijden of hoe zit het?!” We gaan onderweg. En Albert begint te vertellen…

Na een roerige en onveilige start van zijn leven heeft hij op zijn achtste een traumatische ervaring, er is veel strijd en geweld in zijn gezin. Voor zijn ogen ziet hij het op een dramatische manier escaleren. Hierna wordt hij bij familie ondergebracht. Dit moment tekent hem en hierna zal hij nooit meer zonder tic door het leven gaan.

Hij groeit op in een onrustige situatie, hij kent geen veiligheid en wordt gepest. Hierdoor wordt hij een survivor en richt zich op extreme buitensport. Een moeizame schoolcarrière, op zeer jonge leeftijd uit huis, af en toe in aanraking met justitie voor kleine vergrijpen en onzeker over zichzelf. Uiteindelijk maakt hij geen enkele opleiding af, maar is heel erg goed geworden in buitensport.

Hij weet dat hij zichzelf moet redden en wil niet afhankelijk zijn. Zijn onveilige jeugd maakt dat hij weinig vertrouwen heeft in mensen en dus gaat Albert zijn eigen boontjes doppen. Relaties zijn ook niet aan hem besteed. Hij besluit te vertrekken en op reis te gaan. Elders beginnen. Al op zijn twintigste heeft hij zijn eerst bedrijf in Frankrijk. Hij begint in zijn eentje met het begeleiden van individuen en teams op ruige locaties in de natuur. Na twee jaar heeft hij een fors klantenbestand en vijf instructeurs in dienst. Financieel gaat het voor de wind en hij zet een tweede locatie op in Schotland. Ook hier lukt het binnen enige tijd een goed draaiend bedrijf neer te zetten. Na zes jaar heen en weer reizen tussen Schotland en Frankrijk verkoopt hij zijn zaak. Heeft voldoende middelen om een paar jaar vrij te zijn. Hij besluit naar IJsland te gaan. Hij verdiend daar geld als zelfstandig koerier. In Reykjavik leert hij een leuke vrouw kennen en wordt verliefd. Samen met haar krijgt hij een zoon. Een relatie vind hij complex, te dichtbij, benauwend en echt vertrouwen durft hij niet. Na ongeveer acht jaar trekt hij verder en laat zijn zoon Boreas achter bij zijn moeder. Na enige tijd keert hij terug naar Nederland. Hier leeft hij teruggetrokken, blijft uit de drukte, gaat weer aan het werk als manusje van alles en verdiend hiermee voldoende geld. Hij ziet Boreas af en toe, heeft zijn huisje afbetaald en reist nog veel door de natuur, altijd alleen.

Gedurende de rit van drie uur vertelt hij uitgebreid zijn verhaal, voor mij voelt het alsof hij zijn leven aan zich voorbij ziet trekken. Zijn tic is er continu, maar hij oogt ontspannen en vrij. Voor mijn gevoel is Albert zijn hele leven aan het zwerven geweest, niet gehecht, niet aan mensen en ook niet aan plaatsen. Een onrustig, avontuurlijk bestaan waardoor hij enigszins eenzaam is geworden. Maar hij oogt tevreden.

”Ik hou niet van mensen, vind het moeilijk ze te vertrouwen. Ook al heb ik nu al vijftig jaar geen echte problemen met ze gehad vergeet ik het beeld uit mijn jeugd nooit meer, dat heeft me voorgoed getekend.”

Ik vertel meestal zo weinig mogelijk over mijzelf, dat gaat mensen niks aan en ik had ook echt niet verwacht dat ik je dit hele verhaal zou vertellen. Dankjewel voor jouw veiligheid Arno. Geen idee hoe je het doet. Maar echt bedankt!

Bij het uitstappen geeft hij me een stevige knuist, van mij krijgt hij wederom een ietwat gekke knipoog en hij loopt met een glimlach zijn huis in.

Provocatief coachen gaat over lef hebben. Over durven te benoemen wat iedereen ziet of voelt en niemand durft te zeggen. Als je dat op een warme en humoristische manier doet maak je een ijzersterke verbinding. De opening over zijn tic maakte dat hij me vertrouwde en zich kwetsbaar durfde opstellen. Natuurlijk vond ik het spannend om het gesprek zo te openen maar het was het dubbel en dwars waard!

Ik geloof dat ik nog maar even doorga met mijn Bloeigesprekken!

CEO zoekt zelfvertrouwen.

Deze week voerde ik een coachgesprek met Bob. Eind vijftig, imposante man met indrukwekkend zakelijk verleden. Al vijfendertig jaar in het vak, opgeleid in de havensector en de laatste vijftien jaar directiefuncties in havens van Rotterdam, New York en Dubai. Een man die zich weet te manifesteren in de havensector, leiding weet te geven aan duizenden mensen en moeilijke beslissingen durft te nemen. Kortom, een stevige directeur met dito uitstraling.

Na enkele minuten blijkt waarom hij bij me gekomen is….”Ben ik eigenlijk wel goed in mijn vak? Weet ik eigenlijk wel wat ik leuk vind? Zakelijk heb ik verschillende opportunities, maar ik wil zeker weten dat ik de juist keuze maak. Kun jij me helpen?” Hij vertelt het als een kleine onzekere jongen. Waar is de stevigheid, waar is het zelfvertrouwen, waar is de CEO gebleven?

Bob vertelt over zijn leven en met name de laatste twee jaren. Daarin heeft hij te maken gekregen met tegenslag, ziekte van zijn partner, een aantal mislukte zakelijke transacties en mede hierdoor het afnemen van eigen ruimte. En daardoor zit hij nu als een onzeker jochie naast me op de stoel, bang om te bewegen, bang om verkeerde keuzes te maken en bijna in paniek.

Bij cliënten in gesprekken bemerk ik regelmatig hoe belangrijk eigen ruimte is voor mensen. Fysieke alsook mentale ruimte. Ook beluister ik hoe gemakkelijk we deze ruimte verliezen of weggeven zonder te beseffen hoe essentieel dit is. Als mensen te maken krijgen met tegenslag en problemen vermindert de mentale ruimte, daalt veelal het zelfvertrouwen en gaan zoeken naar houvast. En deze wordt vaak gezocht in structuur of doelen bijvoorbeeld. Een soort (schijn)duidelijkheid voor de toekomst. Dit is vaak niet hun natuur of eigen manier. Deze houvast hebben ze echter niet nodig als ze zich goed voelen, dan maken ze makkelijk keuzes, hebben vertrouwen dat het goed komt en blijven dicht bij hun eigen manier.

Ook Bob was zijn eigen ruimte kwijtgeraakt en zocht naar duidelijkheid in zijn leven. Hij twijfelde daarmee ook aan zijn eigen manier. Iets wat hij nooit had gehad in de zestig jaar daarvoor. Tijdens de coaching bracht ik hem terug bij zijn waarden en vervolgens prikkelde ik hem.

Uiteraard ben je slecht in jouw vak Bob, daar hoef je niet over te twijfelen, dat is gewoon een feit! Dus de keuze die je nu gaat maken zal ook wel weer mislukken. Dat is the story of your life! Eindelijk val je door de mand en wordt duidelijk dat je eigenlijk een mislukkeling bent Bob!

Bob keek me aan en begon voluit te lachen. Ik zag hem helemaal ontspannen, relativeren en er ontstond mentale ruimte. Hij wist wat hem te doen stond en klaarde helemaal op. De rest van het gesprek nam hij het voortouw, vertelde over zijn plannen en te nemen stappen. Hij had zijn zelfvertrouwen hervonden

Bij afscheid keek Bob me aan. Dankjewel Arno, in deze 2 uur ben ik 300 uur opgeschoten. Ik knipoogde en zei: Goed te weten, ik zal mijn factuur navenant aanpassen.

Met een brede grijns vertrok hij, met eenzelfde grijns bleef ik achter in de Bloeikas.

Family business

Deze keer geen Bloeigesprek in de Jaguar, maar een verslag van de coaching van Wouter (niet echte naam) in de Bloeikas.

Wouter is een man rond de vijftig, hij is zakelijk erg succesvol en zo ziet hij er ook uit. Gebruind, rijdt een dure sportwagen, goed gekleed met een zichtbaar duur horloge. Sinds enige tijd is hij bij mij in coaching en komt vandaag weer in de Bloeikas.

Hij oogt altijd alsof hij heel tevreden is met zichzelf, vertelt graag over zijn business, zakenreizen en zijn slimme zakeninstinct. Hij houdt kortom graag zijn masker op (dat doen we allemaal). Nu is het aan mij als coach om hem de veiligheid te bieden en moed te geven zijn masker te laten zakken. Ik besluit hem met een positieve en provocatieve aanpak te benaderen.

Hij vertelt over zijn zakenreis naar Rome en het gezellige restaurant waar hij vaste gast is en altijd heerlijke wijn schenken. Ik laat hem vertellen, ik merk dat hij zich verschuilt achter zijn verhaal. Hij vind het moeilijk zichzelf met zijn problemen te laten zien.

A: Wat een heerlijk leven heb jij Wouter! Italië, lekker weer, mooie wijn en dan na een paar dagen weer in jouw bolide lekker naar huis. Ruilen?
W: Als je eens in Rome bent, moet je echt naar dat restaurant gaan
A: Heerlijk! Ik bel je als ik er naar toe ga. Ruilen?
W: Ruilen? Wat bedoel je
A: Nou, zullen we ons leven ruilen. Ik wil wel. Mooie auto’s, reisjes, mooie deals en een beetje wijn drinken. En krijg jij mijn leven. Wonen en werken in Tjalleberd, brood smeren voor de lunch, iedere avond met gezin aan tafel, zaterdag met kinderen langs voetbalveld, wasjes draaien en op zondag met gezin naar het bos, een saai en burgerlijk bestaan. Ik zou het wel weten! Ruilen?
W: Nou, als ik het echt mag zeggen….
A: Het is aan jou. Jij bent een succesvol zakenman en kan dus zijn eigen leven helemaal inrichten.
W: Ik zie mijn kinderen eigenlijk te weinig.
A: [met krachtige stem] Ach welnee, die redden zich wel zonder jou. Jij moet deals maken, liefst in het buitenland, lekker slapen in luxe hotels en je kunt tegenwoordig gewoon via de tablet prima met ze beeldbellen.
W: Ze klagen dat ze me te weinig zien
A: [beetje bozig] Ach joh, daar worden ze hard van. Kom op zeg. Je wilt toch niet van die papa kindjes? Hoe eerder zelfstandig ze zijn hoe beter!
W: Laatst zijn mijn jongste van negen vol trots dat ze het voetbaltoernooi hadden gewonnen, [spreek heel zacht] en ik wist niet eens dat hij een toernooi had gespeeld…

Het masker is even af. Ik hou mijn mond en laat het bij hem indalen. Hij is zichtbaar verdrietig en lijkt te beseffen dat hij iets wil veranderen. Na enige tijd kijkt hij me aan, met twijfel en onzekerheid in zijn ogen. Ik laat de provocatieve aanpak nu even gaan en blijf ‘bij’ hem.

W: Ik voelde al enige tijd onrust. Maar als ik dan onderweg ben en zaken doe voel ik me helemaal top. Ik had echt niet in beeld dat het me zo in de weg zit. Het is juist nu belangrijk er voor mijn kids te zijn. Nu zijn ze jong, over een paar jaar hebben ze veel meer hun eigen leven. Shit.
A: Shit
W: Ja man. Zo is het niet goed.
A: Wat is de eerste stap die je gaat zetten?
W: Mijn jongste is nu al acht jaar, ik wil hem zien voetballen en mijn meisjes zien tennissen. Man, wat ongelooflijk stom dat ik dit niet eerder zo zag….
A: De eerste stap graag….
W: Ik ga vanavond de agenda’s bekijken, van voetbal en tennis en mijn kids beloven dat ik er bij ga zijn.
A: Mooi! Stuur je me de foto’s?
W: Jaa, ik beloof je selfies met mijn kids op de sportvelden!

Veel mensen zitten in een routinematig patroon en een ritme. Deze automatische piloot is handig, het geeft mentale rust. Anderzijds worden vaak waardevolle bezigheden hierdoor langzaam weggedrukt, soms ongemerkt (zoals bij Wouter). Op het moment dat mensen in coaching komen lopen ze vaak vast op dit soort zaken en als ze weer wakker worden ervaren ze weer ruimte en moed om te veranderen.