Fryslan boppe Jelle!

Jelle komt voor de derde sessie de Bloeikas binnen. Hij is net veertig geworden, is een slimme man die na de TU Delft bewust weer naar Friesland is teruggekeerd om te wonen en werken. Sinds negen maanden is hij manager van de afdeling innovatie en ontwikkeling van een groot zuivelconcern.

Jelle is een beetje introvert en een man wiens brein overuren draait. Ook heeft is hij een geboren Fries met dito tongval. Hij vond het erg spannend om in coaching te komen, zeker naar een positief provocatief coach, maar na twee sessies begint hij het toch te zien.

A: Hoe zat het ook alweer Jelle? Ik vergeet telkens waarom je hier bent.
J: [kijkt naar zijn handen] Nou, ik weet niet of ik mijn werk nog leuk vind….
A: Kijk Jelle, dat weet ik wel!
J: [Kijkt op]. Nou, hoe dan?
A: Dat is mijn werk….snap je? Een geboren Fries die notabene Jelle heet gaat na het gymnasium naar de TU Delft….daar zijn allerlei niet Friezen, die ook leuk blijken te zijn….na vier jaar natuurlijk afgestudeerd….cum laude eigenlijk?
J: Nee….net niet…
A: Wat is cum laude eigenlijk in het Fries? In het Nederlands is het volgens mij met lof ofzo….wat is lof in het Fries?
J: [veert op] Dat is priizgje?
A: Wat?
J: PRIIZGJE….Dat is het. Dus cum laude is Mei Priizgje!
A: [lach] Nou Jelle, sil ik et efkes in it Frysk probjerje? Frysllan boppe!
J: [grote lach] Doch dat mar net, it hat gjin sin!
A: [geïrriteerd] Ben je me nu aan het corrigeren? Daar ben ik niet van gediend…
J: Oh, sorry Arno. Dat is niet mijn bedoeling…dit soort dingen gebeurd me ook telkens vaker op mijn werk.
A: Dat je mensen corrigeert op hun belabberde Fries bedoel je?
J: Nee…dat niet. Maar dat ik mensen aanspreek en ze dat niet leuk vinden….
A: Ik zei toch dat ik het weet?
J: Wat bedoel je daar toch mee? Wat weet je dan?
A: Ja, of jij je werk nog leuk vindt of niet. Dat weet ik.
J: Uh, ok. Hoe weet je dat dan?
A: Dat is mijn werk….dat heb ik toch gezegd? Maar even….hoe heette jouw zeilboot ook alweer? Daar was iets mee toch? Volgens mij heb ik je wel eens zien varen dan. Het was een lichtblauwe Randmeer toch? Ik denk vorig jaar op het Hegermeer, kan dat? Ergens in juni? Was een mooie dag weet ik nog.
J: [verward] Dat kan wel kloppen ja. We hebben de boot in Woudsend liggen. Hij heet Enigma.
A: Ja precies! Klopt! Enigma! Ik weet het zeker. Wat toevallig toch? Wat betekent Enigma ook alweer?
J: [helemaal aan] Enigma betekent raadsel of mysterie….dat is ook het leuke aan het werk op de afdeling innovatie, ik moest allerlei oplossingen verzinnen voor onze machines en processen, dat zijn allerlei raadsels eigenlijk. Ik was heel goed in het oplossen ervan…
A: En wat is Enigma eigenlijk in het Fries?
J: Oef, dat weet ik niet…
A: Nou zeg…ik dacht dat jij een echte Fries was. En het woord voor raadsel of enigma weet je dan niet? Dat is echt een raadsel toch?
J: [lacht hard] Ja….ja….eigenlijk wel…ik ga het opzoeken. [Jelle pakt telefoon, toetst Enigma in en laat me het scherm zien]. Zie je? Het woord kan niet vertaald worden via de vertaalapp…

Het gesprek gaat verder, maar ik dwaal bewust helemaal af. De sfeer is gemoedelijk, Jelle blijft beleefd, af en toe prik ik een beetje….maar de initiële vraag, of hij zijn werk nog leuk vind is lange tijd niet het onderwerp. Ondanks dat ik het zijdelings aanraak realiseert Jelle zich het niet…..Na een uurtje ronden we de sessie af.

J: Nog even terug…..je zei toch dat je het weet?
A: [guitig] Ja….ik wel….
J: Wil je me het vertellen?
A: Nou…ik vraag me af of je het wel echt wilt weten….ik dacht dat je zo van raadsels hield. Dit is echt een Enigma, maar met een duidelijke uitkomst!
J: [lijkt te aarzelen] ….nou…kom maar op!
A: Ok. Let op….komt ie…..ben je er klaar voor? Ik ga het zeggen, en dan moet je direct naar huis. Want er staat een volgende client voor de deur. Ok? Dus ik kan het niet meer toelichten….
J: [diepe zucht, zet zich schrap] ok, kom maar op.
A: Jij vind jouw werk heel erg leuk, het is echt iets voor jou! Tot over twee weken Jelle.

Jelle lijkt beduusd, is stil, geeft me een hand en gaat verward de deur uit….

Twee weken later komt hij binnen, voordat hij zit begint hij vol overtuiging tegen me te praten.

J: Jij met je Enigma, je wist het helemaal niet, je zat er helemaal naast! Ik heb er goed over nagedacht, over wat er gebeurde tijdens de sessie, maar ik vind het management helemaal niet leuk! Ik wil gewoon weer de inhoud in. Daar ben ik hartstikke goed in…..

J: [kijkt opgelucht en speels naar me] En ik heb al een gesprek gehad met mijn directeur, we gaan een vervanger voor me zoeken en ik ga weer lekker terug de inhoud in.

Dat heb je snel in de smiezen…

Hans is begin veertig, hij komt vandaag voor de eerste keer, na een korte telefonische afspraak. Ik ga direct van start.

A: Hi Hans, ik zie het al. Een man van rond de veertig, drukke baan, relatief jong gezin en dus helemaal geen eigen ruimte. Je bent vast heel moe, kom eens zitten, koffie, thee of dubbele whisky.
H: [glimlach]Koffie, als het kan…
A: Precies…dus je bent ook nog iemand die anderen niet tot last wil zijn…’Koffie als het kan…’ Jij bent een klassiek voorbeeld Hans. In huis is zij de baas, jij past je aan. Heb je kinderen?
H: Ja, twee
A: Precies, én een eigen zaak toch?
H: Ja, twee…
A: Ha! Twee zaken, twee kinderen en ook twee vrouwen?
H: [verrast] Wat?! Nee, ééntje. Een schat, echt waar….
A: Maar zij heeft de broek aan. Dus Hansje moet alles regelen, gaat conflictjes uit de weg, gaat vermijden en klein beetje liegen toch?
H: Huh…
A: Je bent een klassieke lieverd. Die te lief is voor anderen en dat teveel doet ten koste van zichzelf. Conflicten met anderen mijd je. Maar dus wel ruzie met jouzelf. En hierdoor helemaal geen eigen ruimte. En mede daardoor voel jij je niet goed.

H: Nou zeg…dat heb je snel in de smiezen.
A: Dank je. Is mijn vak. Ik ga koffie voor je maken…

In provocatief coaching werken we met ‘eerste ziensdiagnostiek’. Gebruik wat je als eerste ziet of ervaart als de client voor het eerst binnenkomt, heel vaak klopt deze intuitie. Bovendien hebben mensen in bepaalde leeftijdscategorieen vaak dezelfde problemen. Daarmee kun je snel tot de kern komen. Zo ook bij Hans.

Hans vertelt over zijn vrije bestaan tot zijn twintigste. Zijn neiging om anderen te willen helpen en pleasen. De druk van klanten, drukke gezin en zijn verminderde energieniveau sinds een half jaar.

Ik besluit door te zetten en Hans uit te dagen.

A: [energiek met veel gebaren] Nou, lijkt me duidelijk Hans. Je hebt te weinig ruimte. Halveren die handel. Eén zaak weg, één kind weg en één vrouw weg!
H:[lacht hard] Die ene vrouw is al weg, mijn kinderen blijf je van af, maar één zaak weg lijkt me heerlijk!
A: Mooi! Goed besluit. Welke van de twee wordt het? Ik zou de zaak wegdoen met de meeste omzet, hatsekiedee! Weg!
H: [beduusd] Het is heel gek Arno, maar als ik je dit hoor zeggen wordt ik direct blij…

Hans vertelt verder over zijn horecabestaan, hoe het groeide en welke hobbels hij overwon. Hij kan bijna niet meer voorstellen dat het ook anders kan, hij is zo druk dat zijn perspectief heel smal geworden is. Het idee dat hij het zelf kan veranderen voelt voor hem al heel vrij….

A: [enthousiast en gezond wantrouwend] Ja, dat klinkt wel leuk allemaal….maar dit mag jij natuurlijk helemaal niet beslissen. Wat vind jouw vrouw daar van? Die gaat er tenslotte over toch?
H: [harde lach] Nou, daar heb je wel gelijk in. Maar het idee alleen al geeft al ruimte….

Opgelucht verlaat Hans de Bloeikas. Er is een zaadje geplant….

Frank doet zwaar depressief.

Frank komt de Bloeikas binnen, hij komt voor zijn tweede sessie. Hij heeft de diagnose zwaar depressief gekregen, staat op een wachtlijst voor behandeling, zoekt tussentijds hulp en komt daarom bij mij.

Hij is 24 jaar, woont nog thuis, heeft problemen met studeren, benoemd een laag zelfbeeld en onzeker over zichzelf en de toekomst. Hij straalt somberheid uit, zwarte kleding en een sombere blik. Hij vermijd zoveel mogelijk oogcontact en doet continu zijn mouwen over zijn handen. Alsof hij zich zo weinig mogelijk wil laten zien.

Het gesprek gaat over zijn afgelopen week, het vermijden van mensen en situaties en ook over zijn pestverleden. Ook hebben we het over echt authentiek gedrag en net alsof. Daar heeft hij een enorme hekel aan. Ik maak veel lol met hem en er is al veel meer lach en energie dan in de eerste sessie.

A: Wat is nu precies het probleem?
F: [vaag] Weet ik eigenlijk niet. Het is….tja….onzekerheid of laag zelfbeeld?
A: Hoe onzeker ben je dan? Tussen de nul en de tien.
F: [moeizaam] Nou…een twee of zo?
A: Ben je er zeker van?
F: Mwa…ja…zoiets.
A: [vrolijk] Klinkt inderdaad niet heel zeker…..dus die onzekerheid klopt! Mooi. En dan ff jouw zelfbeeld….hoe verschrikkelijk ben jij?
F: [zwaar] Nou….het is wel laag….ja….
A: Hoe voel jij je als je alleen in een ruimte bent?
F: [veert op, licht] Dan ben ik best optimistisch, vrolijk en druk…
A: [verbaasd] Huh? Dus je zit hier als een zoutzak, somber met zwarte kleren en een zwaar gemoed. En als je dan alleen bent…..dan ben je optimistisch? Vrolijk? En….druk? [lacht hard]
F: [opener met glimlach] Ja….eigenlijk wel….
A: [lacht weer] Nu ben ik echt volkomen in de war! Dan is jouw zelfbeeld toch niet heel laag? Je vind jouzelluf dan wel leuk toch?! Of niet….ik weet het echt niet meer….jij?
F: [lacht] Nee…maar als ik dan ineens vrolijk ga doen…..met die mensen om mij heen….dat is toch heel raar? Dat zijn ze niet van me gewend.
A: Dus ff voor mij…..ik ben geen psycholoog en al helemaal geen psychiater…dus waarschijnlijk zit ik er helemaal naast. En ik heb geen ervaring met gevallen zoals jij, die ZWAAR depressief zijn. Maar let op: Dus, ook al VOEL jij je vrolijk….dan DOE je somber….omdat anderen het anders raar vinden? Klopt dat?
F: [verward] Ja….volgens mij wel….het is toch raar dat ik dan vrolijk doe als ik zwaar depressief ben?
A: [doet in de war] Ja maar….huh….als je vrolijk BENT en alleen? Dan doe je wel vrolijk?
F: Ja! Als ik alleen op mijn kamer ben….dan wel!
A: Hoe doe je dat dan? Hoe uit je dat?
F: [lacht ongemakkelijk….alsof hij iets niet durft te zeggen] ff nadenken.
A: [tikje tegen voet] Nee! Niet nadenken, gewoon zeggen! Ik wil het weten.
F: [gespannen verlegen lachje] Nou….dan sta ik de dansen en zingen en ben ik gewoon druk.
A: [staat op] Huh!!!!!! Dus dan kan de zoutzak ineens bewegen? En dansen???? En ZINGEN?????? Hoe zit dat dan met authentiek gedrag en net alsof…..Ik ben helemaal de weg kwijt Frank…

Frank voelt zijn authentieke gedrag en neigingen dus wel, maar heeft door zijn ontwikkeling, pestverleden en continu op- en aanmerkingen afgeleerd om zichzelf te zijn. Alleen als hij alleen is durft hij dat….en is hij best wel positief. Tijdens het gesprek vertelt hij hoe hij is gevormd, ervaringen in jeugd, hoezeer in zijn thuissituatie het moeilijk is om een echt gesprek te voeren, de mantel der liefde, net als of gedrag.

A: Dus ff voor mij….jij….de depressieve zwartgeklede zoutzak…bent dus best optimistisch en vrolijk?
F: [grote lach] Ja!
A: [kijkt met warmte aan, hand op schouder] En waarom lieve jongen……waarom laat je dat dan niet meer zien?
F: [in één klap klein en onzeker] ik…ik weet niet hoe dat moet..

Frank moet enorm huilen.

A: Maar JIJ hebt dus geen laag zelfbeeld, jij DENKT dat anderen dat van jou hebben. En als anderen jou zien ga je somber doen en alleen voel je je vaak prima. [opgewekt] En jij kunt echt geweldig goed toneelspelen, daar zou je iets mee moeten doen. Of misschien moet je gaan werken met blinden. Die zien niet hoe depressief of vrolijk je eruit ziet!
F: [glimlacht] Dat zou echt goed zijn!

We besluiten de sessie, Frank gaat in gesprek met diegene in zijn vriendengroep bij wie hij zich het veiligst voelt, en zichzelf echt tonen.

Als hij naar vertrekt loopt hij best kwiek….

A: Hohohoho Frank….pas op, je gaat weer naar buiten….daar zien mensen je….dus je moet zo lopen [Ik slot met gebogen rug en kijk half uit mijn ogen].

Frank loopt lachend naar buiten….

Ik ben echt verbaasd, Frank dóét zoals de diagnose zwaar depressief vraagt, hij loopt al enkele jaren met klachten en is zo vergroeid geraakt dat hij richting zijn omgeving niet durft te veranderen…

De weken erna zie ik hem vrolijker worden, eerlijker en lichter. Hij durft wat meer, krijgt weer structuur en is aan het veranderen. Dit is niet makkelijk, zijn omgeving was inderdaad gewend aan zijn depressieve rol en reageerd soms ongemakkelijk. Wel maakt hij stappen.

Hij vertelt me dat hij zich juist serieus genomen voelde door de humor en het absurde. De gedachten die hij had, benoemde ik letterlijk, ook al waren ze heel vreemd. Juist dát benoemt hij als verbindend.

Het is dat ik ooit een heel goede provocatief coach heb gehad….en dat ik me veel beter voel dan destijds…..anders zou ik direct weer gaan. Wat een vak!

Waarom geven we apen zwemles?

Rudi komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, hij werkt als manager, is 43 jaar en loopt vast. Hij komt een beetje over als een nerd, slim, bril en vooral op de feiten en inhoud.

A: [enthousiast] Rudi, de eerste keer dat ik je zag dacht ik direct: dat is een slimme man, en ook een echte nerd!
R: [beetje in de war] Een echte nerd?!
A: [met kracht] Ja man, bril, kijkt slim uit zijn ogen, beetje klunzig, beetje techneut, een echte nerd dus!
R: En is dat goed of slecht?
A: Tja….ik heb geen idee…wat vind je eigenlijk zelf?
R: Ik ben wel goed in mijn vak!
A: [flauwtjes] Tja….dat zal wel.
R: [passievol] Weet je? Misschien ben ik wel een nerd, maar ik weet precies waar ik het over heb, ik ben een echte technoloog en kon me helemaal verliezen als ik in het lab werkte. Dat was te gek!
A: Wat is dan eigenlijk het probleem?
R: Sinds ik manager ben…tja…weet ik het niet meer ofzo….raar toch?
A: Volgens mij ben je een aap met zwemdiploma’s!

Veel managers die bij me in coaching komen zijn zonder dat ze het beseffen in een totaal andere context belandt. Ze lopen vast en begrijpen niet precies hoe het komt. Veel organisaties vragen vaardigheden van werknemers die niet natuurlijk voor ze zijn, waar ze te veel moeite voor moeten doen.

Apen horen in de jungle, daar weten ze hoe het werkt, waar ze veilig zijn, waar ze voedsel halen, waar ze kunnen slapen et cetera. Organisaties gooien die apen vaak in de zee, geven ze zwemles, diploma A, B en C én een cursus reddingzwemmen om ze vervolgens aan de slag te laten gaan. Die apen moeten dan ongelooflijk hard werken om zich staande te houden, ze kunnen wel een beetje zwemmen, maar nooit zo goed als de andere dieren in de zee, de vissen.

Dus werknemers krijgen allerlei trainingen, communicatietraining, conflicthantering, positieve feedbacktraining et cetera. Diploma A, B en C dus….terwijl die apen het helemaal niet echt vóelen, echt snappen waar ze terecht zijn gekomen. In de zee wordt een andere taal gesproken, is een ander ritme, en zijn andere vaardigheden van belang. Dus ze werken zich het apelazarus, gebruiken veel meer energie dan de vissen en nóg lukt het niet. Terwijl ze vroeger in de jungle moeiteloos in bomen klommen, via lianen van de ene naar andere plek gingen en vanuit hun oorsprong konden functioneren.

Organisaties moeten beter nadenken over in welke context hun mensen goed functioneren, een goede technoloog hoort in zijn jungle. Uiteraard moeten ook de mensen zelf goed beseffen waar ze moeiteloos hun werk kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat er soms hard gewerkt wordt voor resultaat, maar alle energie die een aap verliest in de zee kan hij niet steken in zijn werk in de jungle. Daar waar hij kan excelleren.

Nadat ik Rudi had meegenomen in bovenstaande was hij stil…hij keek me geroerd en verbaasd aan. We praatten nog een beetje na en Rudi vertrok. Twee weken later zag ik hem terug.

A: Hoe is het ondertussen met je?
R: Ik ben een aap met zwemdiploma’s. Ik hoor niet in de zee! ……[lange stilte]………
R: [met overtuiging en grote lach] Ik ga terug! Terug de jungle in!
A: [argwanend] Nou Rudi…rustig aan jongen. Ik zie het jou niet doen!
R: [lacht]…echt!
A: Wil je een banaan om het te vieren?!

Een zombie wordt wakker

Coen komt voor zijn eerste sessie de Bloeikas binnen, ik krijg het beeld van een zombie. Via zijn werkgever is hij naar me verwezen. Hij is 24, heeft weinig uitdrukking en lijkt niets meer te weten.

Hij gaat zitten, we doen een praatje pot, ik geef hem iets te drinken, het voelt alsof hij verdwaasd en verdwaald is.

A: [opgewekt] Ken je die clip van Thriller van Michael Jackson?
C: [verbaasd] huh, nog eens?
A: Michael Jackson?
C: Ja?
A: Het nummer Thriller?
C: [trekt gezicht] Ja??
A: De clip met de zombies??
C: Euhh…ja???
A: Volgens mij speelde jij daar een rolletje toch? [ik sta op, met lege ogen doe ik een zombie loopje]
C: [scheef glimlachje] Ja…nu………ahh…precies dat.
A: Wat bedoel je? Precies wat??
C: [zwaar] Nou….zo voel ik me inderdaad…..als een zombie…..

Coen begint zijn verhaal te vertellen, hij spreekt eentonig, met een lege blik. Hij vertelt over een aantal indrukwekkende gebeurtenissen en ervaringen de afgelopen vijf jaar. Het overlijden van zijn soulmate, een onveilige relatie, het overlijden van een goede vriendin, zelfmoordpogingen in zijn directe familie en allerlei werk gerelateerde grensoverschrijdende situaties. Zelf ben ik onder de indruk van hetgeen hij me vertelt. In zijn verhaal laat hij ook blijken dat hij het moeilijk vind dat hij vastloopt, hij lijkt het zwak te vinden.

Ik laat hem zijn verhaal vertellen, vraag naar details, naar namen en tijdlijn. Vervolgens ga ik tegenover heb zitten en vertel zijn verhaal zo goed mogelijk tegen hem.

A: Coen, ik wil dat je even je ogen sluit en een aantal keer diep ademhaalt, ik ga je een verhaal vertellen, laat het op je inwerken, ik wil niet dat je reageert, onderbreek me niet en luister goed.

Ik gebruik dezelfde vlakheid, intonatie en namen. Ik vertel vanuit de ‘ik’ vorm, dus ik speel Coen. Ondertussen observeer ik hem, af en toe moet ik hem vertellen zijn ogen gesloten te houden, met name als hij emotioneel wordt, als de tranen vloeien. In totaal ben ik ongeveer tien minuten aan het woord.

A: Ok Coen, je mag je ogen openen…..
C: [snuit zijn neus, dept zijn tranen….en kijkt me aan]
A: Ik heb het hele verhaal vertelt….ik zie dat het je enorm raakt….
C: [timide] Jeetje Arno, als je me dit zo allemaal vertelt…..dan is het inderdaad nogal wat….maar het hoort ook bij het leven, bovendien wil ik mijn werk goed blijven doen…dus…
A: Dat vind ik dus ook Coen! Volgens mij stel jij je een beetje aan….een paar kleine dingetjes….en jij wankelt….de jeugd van tegenwoordig is ook niets meer gewend….[met stemverheffing] je bent gewoon een aansteller! Man, man….een paar mensen overleden, wat zelfmoordpogingen en ingewikkelde werksituaties en Coentje zit huilie huilie op de bank…… [knuisten in ogen, huilmondje, piepstem]…..ik vind het allemaal zo zwaar…..[luid] kom op Coen! Gewoon weer door!
C: [breekt, huilt]…..Nee! Ik kan niet meer….er is zoveel gebeurd, ik ben altijd doorgegaan….maar ik voel dat het echt niet meer gaat….
A: [probeert 😉 de lach uit Thriller na te doen, geeft Coen tik tegen schouder]….whahahahaha…..hahaha…..
C: [lacht hard en huilt tegelijkertijd]…….ik voel me een zombie Arno…..ik kan niet meer….wat moet ik doen……

Coen moet bijkomen, ik ook. We drinken wat water, in stilte en laat het even indalen.

A: Ik ben geen dokter Coen, maar als je nu naar een dokter gaat….denk ik dat hij zegt dat je ziek bent.
C: [kijkt verbaasd op] Oh…
A: En dat hij je adviseert om ruimte te creëren…
C: Oh..
A: En misschien wel te stoppen met werken om beter te worden…
C: [schrikt] Oh…….oh….

Coen blijft nog even zitten en gaat vermoeid weer naar buiten. Een dag later krijg ik een bericht van hem….de dokter sprak over burn-out verschijnselen…Coen is voor nu gestopt met werken en over een week vervolgen we de coaching.

In memoriam mijn vriend Michiel

Vandaag is het precies acht jaar geleden dat één van mijn allerbeste vrienden kwam te overlijden. Hij heet Michiel, werd 44 jaar en liet een prachtig gezin achter met de liefde van zijn leven en zijn zeer dierbare dochter en zoontje.

Michiel was duidelijk, eerlijk, recht voor zijn raap en gevoelig. Hij had een groot gevoel voor humor, een machtig rechtvaardigheidsgevoel en een enorm sociaal hart. Hij was een bourgondiër, hield van zijn vrienden en had een prachtige carrière waarin hij werkplezier en zingeving nadrukkelijk boven status stelde.

Michiel kreeg slokdarmkanker en ging in een periode van een jaar na de diagnose dood. Ik weet nog zo goed dat hij me belde…Broer, ik heb slecht nieuws, er is kanker geconstateerd, maar ik ga mijn kinderen zeker zien opgroeien! Tijdens het gesprek was er ongeloof, verbijstering en nadrukkelijk ook overtuiging over de goede afloop.

Er volgde een periode vol van uitslagen, mogelijke behandelingen, selectie van ziekenhuis, beste dokters en uiteindelijk een plan. Eerst bestralingen, vervolgens een zware operatie, dan herstel. Enkele weken voordat de behandelingen gingen starten gaf Michiel een Carpe Diem feest voor al zijn dierbaren. Hij benadrukte dat het geen afscheidsfeest van hem was, maar wel van zijn slokdarm.

De eerste operatie was zwaar, maar leek hoopvol. Toch niet gelukt, een tweede zware operatie gaf complicaties waardoor er een derde operatie nodig was. Lange tijd op IC, vervolgens naar een revalidatiekliniek, echter al met behoorlijke fysieke beperkingen. Toen het bericht dat de kanker teruggekomen was, hij was uitbehandeld. Hij belde wederom, ik haalde op dat moment mijn zoon van zijn sportclub. Broer, het is einde oefening……!Thuisgekomen viel ik verslagen in de armen van mijn vrouw en huilde….MICHIEL GAAT DOOD!

Tijdens de beschreven periode zocht ik Michiel wekelijks op. We hadden geweldig mooie gesprekken, moeilijke momenten alsook uiterst vrolijke. We bespraken onze studententijd, de mooie momenten, de feesten, onze carrière, de liefdes en uiteindelijk zijn prachtige gezin. Broer, als het zo moet zijn heb ik er vrede mee, ik heb meer geleefd dan een vent van 88. Hij leefde tussen hoop en vrees, soms was hij zo moe, zonder energie en hoefde het van hem niet meer, op andere momenten was hij optimistisch en keek vooruit.

Wat me bijblijft is zijn continue interesse in mijn situatie, zijn relativerende humor en zijn bezorgdheid (ik zat in burn-out herstel). De dag na de zelfmoord van Joost Zwagerman bezocht ik hem in de revalidatiekliniek. Broer, zei hij, soms ben ik bang dat jij…..hij brak….dat jij zoiets doet. Ik stelde hem gerust. Man, wat een vriend!

In december bezocht ik hem thuis, op zijn slaapkamer. Hij had nog enkele maanden of weken. Broer, ik zou het fijn vinden als je wat wilt zeggen op mijn uitvaart en of ik ook als ceremoniemeester wilde optreden (zoals ook tijdens zijn huwelijk). Natuurlijk doe ik dat! Wat een eer! We grapten nog wat over zijn torenhoge verwachtingen, mijn even hoge uurtarief en de foute grappen die ik zou maken.

Twee weken voor zijn overlijden hebben we op zijn verzoek met de Echt Fijne Vrienden (onze vriendengroep uit studententijd Groningen) een diner bij hem thuis gehad. We boden hem zijn zelfportret aan gemaakt uit allemaal foto’s van deze vriendengroep, we zaten letterlijk in hem. Michiel was altijd een energieke, goedlachse, forse en aanwezige vent. Nu zat hij op zijn bed in de huiskamer, één voor één nodigde hij ons op zijn bed uit, fysiek was hij geen schim meer van wie hij was, maar mentaal scherp en duidelijk aanwezig. Hij gunde ons allen een laatste gesprekje, adviesje en knuffel. Het was een prachtige emotionele avond, Michiel genoot!

Twee dagen voor zijn overlijden ben ik afscheid gaan nemen. Een lange rit naar Voorburg, wat ga je in Godsnaam nog zeggen. We wisten alles al, hadden alles al besproken en gedeeld. Voor de laatste keer zei ik hoe belangrijk hij voor me was, hoeveel ik van hem hield en dat ik er zou zijn voor zijn gezin. Michiel was heel zwak, onze gezichten raakten elkaar, hij fluisterde: Broer, zorg eerst goed voor jezelf, dan een tijdje niks, zorg dan heel goed voor je gezin, dan een hele tijd niks en vervolgens voor je vrienden….we keken elkaar nog een laatste keer in de ogen. Beloofd Michiel!

Michiel heeft me geïnspireerd om mijn eigen pad te volgen, de Bloeigesprekken te gaan voeren, coachingsopleidingen te doen en een feestje van mijn leven te maken. Ik nam me voor een goede vader, echtgenoot en vriend te zijn en moeiteloos mijn werk te gaan doen. En dat is wat ik nu doe, ik geniet van het leven, doe waardevolle dingen en maak andere keuzes.

Zijn vrouw noemde Michiel de liefde van zijn leven, gelukkig heeft zijn vrouw nu de liefde van ‘de rest van haar leven’ gevonden. Het is mooi te zien dat Michiel zijn gezin weer opveert en ook zijn kinderen hun draai hebben gevonden. Ook zijn ouders hebben de draad weer kunnen oppakken. Wat zijn mensen toch veerkrachtig.

Zelf bewaar ik prachtige herinneringen aan hem, de heerlijke studententijd, de feestjes, kroegen alsook de serieuze gesprekken en momenten. Michiel zijn foto staat bij mij in de kast, ik kijk regelmatig naar hem en heel af en toe ben ik met hem in gesprek of vraag ik zijn advies.

Lieve Michiel, ik ga je nooit vergeten!

Arno en Michiel
Michiel en ik. Zomer 2015.

PS Dit bericht publiceer ik jaarlijks. Voor Michiel.

Japie zijn Lego is afgepakt

Jaap komt de Bloeikas binnen voor een eerste sessie. Een grote vent, hij ziet er wat slonzig uit, geeft me onzeker een hand en gaat weifelend zitten. In 2022 heeft hij een ernstig bedrijfsongeval gehad waardoor hij zijn ‘droombaan’ nooit meer zal kunnen uitvoeren, sinds die tijd zit hij thuis.

Hij vertelt over zijn huidige leven, opstaan op onregelmatige tijden, een beetje hangen, soms lunchen, beetje gamen en tv kijken. Zijn vrouw is ook veel thuis omdat ze het huishouden runt en 24 uur per week thuiswerkt. Ook vertelt hij over het ongeval (een serieus heftig verhaal) en hoe hij zijn ‘droombaan’ hierdoor kwijtraakte. Zijn wereld stortte in…..en hij heeft geen enkele puf er nog iets van te maken. Hij voelt zich somber.

Zijn ‘droombaan’ was in de visserij. Hij voer op een groot schip om op allerlei soorten te vissen, deels Noordzee en ook verder. Met een groep mannen, dagen achterelkaar weg, kameraadschap, vrijheid en avontuur.

A: En wat doe je dan op een dag?
J: Nou, niet zo veel….
A: Dat klinkt eigenlijk een beetje niks..
J: Precies dat.
A: [vrolijk] Dus eigenlijk ben je nutteloos toch? Je doet niks, wilt niks en kan ook niet veel meer na je ongeluk. Wel overzichtelijk!
J: Dat wel.
A: Dat vind ik zo mooi aan jou! Dat je dan toch het positieve ervan inziet…
J: [kijkt naar de grond]….
A: [enthousiast] En ’s ochtends uit bed springt om er iets van te maken!
J: [kijkt me met sombere blik aan]
A: En dat je dit al twee jaar volhoudt! Ik vind dat je een medaille verdient, je mag er echt trots op zijn Jaap!

Jaap is niet te vermurwen, hij heeft besloten dat het leven kut is nu hij zijn droombaan niet meer kan uitvoeren. Hij is somber, punt uit.

A: [vrolijk prikken]Dus jouw leven is eigenlijk voorbij! Gelukkig ben je jong begonnen op de visserij, je vijftiende toch? Dus eigenlijk ben je al verder dan de meesten op jouw leeftijd. De meeste mensen gaan vissen als ze met pensioen gaan, jij hebt ook dat al achter de rug.
J: [donker] Iedere keer als ik een schip zie…….dan denk ik…..dat kan ik dus nooit meer doen…..
A: Weet je wat ik nu zie? [tikje tegen knie] Ik zie een kleuter van wie de Lego is afgepakt! [zielige stem] Iedere keer als ik dan langs de Intertoys loop zie ik jongens die Lego kopen, en ik mag er nooit meer mee spelen….en het was mijn favoriete speelgoed….huilie huilie….Ik vond Lego echt het allermooiste, maar nu kan ik er nooit meer mee spelen…..dat vind ik niet eerlijk! [jankerig] Ik wil mijn Legooooooooooooo…..snif snif….

Jaap kijkt me met grote ogen aan, zijn grote handen gaan naar zijn gezicht en een grote lach breekt door.

J: [lacht en luid] Dat is verdomme precies hoe het voelt! En ik irriteer me mateloos aan mezelf, dat ik zo zielig doe, dat ik in een hoekje blijf zitten….ik heb altijd zo’n hekel aan dit gedrag gehad, en ik doe precies dat! [hij is een beetje verbijsterd]…Precies!…..Dat!
A: [zet enthousiast door] Mooi! Nooit meer met Lego dus! Welk speelgoed heb je nog meer, Mecano, Playmobil, autootjes, of wil je buiten spelen. Met welk speelgoed ga je WEL spelen, wat is je plan?

J:[leunt achterover] Ach man…ik heb het al helemaal uitgedacht. Zoals je dus ziet hou ik enorm van de visserij, de kotter ga ik nooit meer op. Maar je hebt veel leveranciers van materiaal, één van onze leveranciers maakt kraansystemen om de netten in te halen [ogen fonkelen, stem krachtiger], die techniek is prachtig. Ik zou heel graag in die wereld verder willen….bla bla…maar dan moet ik een extra opleiding doen en..
A: [onderbreekt] Ja, de schoolbanken weer in….dat wordt natuurlijk niks! Jij bent op je vijftiende begonnen met werken….
J: [schrikt, zachte stem, onzeker] Dat houdt me inderdaad tegen….klopt…goed gezien…
A: Dankje! En terecht! Het lijkt me duidelijk dat het niets wordt met dit verhaal toch?
J: [schrikt] Denk je? Pffff. Precies dit.
A: Tuurlijk wordt het niks. Iemand die vijftien jaar ervaring heeft aan boord, met techniek, visserij, het echte werk….die nemen ze natuurlijk niet aan op de opleiding. Welke opleiding is het eigenlijk?
J: [enthousiast] Het is een opleiding in de maritieme techniek….bla bla….kraan en smeersystemen…..GPS gestuurd…..[hij heeft zich blijkbaar helemaal ingelezen en is enthousiast]
A: [guitig] Klinkt allemaal hartstikke leuk….maar JOU nemen ze natuurlijk niet aan daar en als dat al zou lukken is de opleiding veel te ingewikkeld voor je….jammer Jaap!
J: [duidelijk] Ach welnee Arno! Tuurlijk kan ik dit, ik zie het zelfs voor me, ik zal het je laten zien!
A: [verbaasd] Wat zeg je Jaap? Rustig nou, dit wordt niks…
J: [lacht] Ik zal het je laten zien!

Jaap had zich voorgenomen om boos te zijn, somber te zijn en de slachtofferrol aan te nemen. Zijn ongeluk en daar uit voorkomend zijn handicap zijn ook serieus, maar hij bleef hangen.

Enkele weken later is Jaap voor zijn derde gesprek. Hij heeft zich ondertussen aangemeld voor de opleiding, ziet er verzorgder uit en is echt op de weg terug. ‘Die Lego……dat was het precies! Ik realiseerde me hoe ik me irriteerde aan mijn eigen gedrag en heb er met mijn vrouw hartelijk om gelachen……ze gebruikt het met regelmaat thuis’

Dit heeft nog nooit iemand tegen me gezegd!

Rianne komt de Bloeikas binnen. Een verzorgde jonge vrouw, eind twintig, keurig pak, zakelijke uitstraling en beetje afstandelijk. Rianne werkt als projectleider bij een innovatief high tech productiebedrijf.

Tijdens het begin van het gesprek heb ik het gevoel dat ze heel erg haar best doet om geïnteresseerd te zijn. Ze zit op het puntje van haar stoel. Benen over elkaar geslagen. Ze zit duidelijk in een rol. Ik heb het gevoel alsof ze uit een fotoshoot is gestapt, waarbij een jonge Amerikaanse zakenvrouw wordt gefotografeerd, met maniertjes. Alsof ik met een barbiepop in gesprek ben.

A: Vertel eens, hoe is het met je?
R: [glimlacht] Eigenlijk wel goed hoor.
A: Hoe vind je jouw werk?
R: [glimlacht]. Ja eigenlijk leuk. Het is soms een beetje een mannenwereld, maar daar kan ik me heel goed in bewegen [veegt haar achter oor, glimlacht].
A: [zoete stem, lief] Oh, fijn. Jij staat je mannetje dus wel.
R: [glimlacht] Oh ja, zeker…[schuift beetje op stoel, maar blijft in actieve houding op het puntje van de zitting]

Deze conversatie gaat zo nog een tijdje door. Als een tenniswedstrijd. Rianne heeft oppervlakkige ademhaling. Ik ben duidelijk in gesprek met het masker, de reclame uiting, de ambitieuze en succesvolle projectleider. Ik ben er klaar mee. Ik voel geen verbinding, geen contact en geen echtheid.

R: [glimlacht] blablabla    blablabla…..bla bla….oh, nee hoor…bla bla….het gaat prima.

A: [tikje op haar knie, ik kijk haar recht in ogen] Rianne, ik ga je eerlijk vertellen hoe ik het zie. Als een soort spiegel.  [met telkens luidere stem] Ik vraag me af of jij van plastic bent, met je mooie make up, nette pak. Je lijkt op een barbiepop! Uitvoering ‘young high potential businesswoman’ ofzo…..Ik voel je niet! Ik hoor wat je zegt, maar het klinkt blikkerig, ingestudeerd. Waarom laat je jezelf niet gewoon zien! [luidste stem] WIE BEN JIJ EIGENLIJK ECHT?!

Rianne heeft tranen in haar ogen, na mijn eerste woorden reageerde ze verontwaardigd, en voelde zich aangevallen. Dit maakte snel plaats voor een ENORM KWARTJE dat ik hoorde  vallen…..ze is stil. Kijkt me aan, in de war….Ik houd even mijn mond.

 R: [zonder glimlach] Dit heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd….[stil]…Ik had niet door dat….ik realiseerde me echt niet dat….[grote ogen] Is het zo duidelijk?

Ze vertelt hoe ze opgroeide, hoe haar werd geleerd voor zichzelf op te komen, hoe haar ouders vanuit Egypte moesten altijd vechten voor hun plek. Hoe ze altijd ‘schattig’ werd gevonden op school en tijdens haar studie. Hoe vreselijk ze dit vond waardoor ze zich wat stoerder wilde opstellen, ze werd afstandelijk en stond haar mannetje.

Ik vraag haar achterover te leunen, te ontspannen en we raken in gesprek over haar drijfveren. Haar stem wordt lager, ademhaling dieper en haar strakke houding ontspant. Ik zie de natuurlijke Rianne. Ik neem haar mee in hoe maskers werken, hoeveel energie het kost en dat maskers niet kunnen verbinden maar mensen wel.

A: Je hoeft niet zo hard te werken, je bent nog jong, je hoeft niet alles te weten….maar als je jezelf meer laat zien zoals nu ben je veel betrouwbaarder en veiliger. En als je het niet weet is het prima, stel je wat meer open, laat zien als je het weet….en ook als je het niet weet. Dat is prima. Je stem is dieper, je oogt veel fijner en nu voel ik je wel!

R: [tranen in haar ogen]….Nogmaals, dit heeft nooit iemand tegen me gezegd….ik vond het moeilijk te horen…..maar dankjewel.

Inez wist het eigenlijk al

Inez is een jonge vrouw van eind twintig, ze komt voor haar vierde sessie, de aanleiding is vermoeidheid. De eerste keer dat ze kwam was ze uitgeput en lusteloos, na die eerste sessie is ze via de bedrijfsarts ziekgemeld. De jaren hiervoor waren heel erg roerig, Inez had te maken met verlies en rouw, veranderingen van werkgever, oppakken van studie en een impactvolle verhuizing. De rust deed haar goed, de gesprekken over grenzen, haar patronen en  doorzetten gaven inzicht.

We zijn twee maanden in gesprek, ze is opgeknapt, voelt meer rust en stevigheid en we zijn in gesprek over haar relatie.

A: Hoeveel ruimte ervaar jij thuis?
I: Nou, nu overdag is het heerlijk. is Alfred aan het werk, en ik geniet en het is rustig.
A: Dus eigenlijk moet Alfred maar weg.
I: [geschrokken] Nee….natuurlijk niet!
A: [lacht] Nee, tuurlijk niet. Wat moet je zonder hem.
I: [weifelend] Ja….eh…precies dat
A: En met al die ruimte die je zelf kunt invullen. Hij bepaalt gelukkig hoe jij die indeelt en hoe jij jouw leven inricht. Dus dat is wel fijn, hoef je dat zelf niet te doen. Bovendien, in deze tijd, een vrouw alleen…….wil je nog een kop koffie?
I: [afwezig] eh, ja……

Ik sta op om koffie te maken. Inez blijft zitten.

Ze heeft in een eerder gesprek vertelt dat haar vriend zakelijk plannen heeft die ingrijpend zijn voor haar, wederom een verhuizing, meewerken in zijn bedrijf en daarmee het loslaten van haar eigen koers.

Als ik terugkom zit ze door het raam te staren, ze is in gedachten verzonken. Nadat ik ben gaan zitten kijkt ze me verbaasd aan.

I: eh, wat bedoel je eigenlijk?
A: Nee niks, je had toch geen melk in jouw koffie?
I: [verward] huh, nee. Of nou ja.
A: Precies dat. Lijkt me gewoon beter. Geen melk en vooral geen suiker. Dus wanneer gingen jullie ook alweer op wintersport?
I: [geïrriteerd] Wat bedoelde je net!
A: Gewoon, jullie zouden toch gaan skiën?
I: Nee….daarvoor!
A: [quasi verbaasd, lacht] Gaan jullie daarvoor ook skiën? Wat bedoelde jij nu eigenlijk?
I: Nou, over de relatie met Alfred!
A: Ah, dat. Het is fijn dat hij jouw leven indeelt toch? En wat zou jij zonder hem moeten. Hij brengt stabiliteit, toekomst en jij kunt je heel goed schikken. Dus dat bedoel ik….En jij hebt ook niet veel nodig, zeker geen ruimte toch?
I: [voorzichtig] Nou….wat je nu zegt, daar heb ik wel over nagedacht.
A: [tik op knie] Fijn! Dat is altijd goed. En je bent tot de conclusie gekomen dat het goed is toch?
I: Als het gaat over ruimte….en MIJN leven….Alfred doet helemaal zijn eigen ding. Hij gaat helemaal voor zijn nieuwe zaak, of ik het nou leuk vind of niet. Hij zegt dat hij het samen met mij wil doen….maar….


Inez vertelt dat ze zich nu realiseert hoeveel ze aanpast, dat ze na haar roerige jaren een soort veiligheid bij Alfred voelde, maar haar eigen koers helemaal heeft losgelaten. Nu merkt ze hoeveel hij bepaalt en hoe weinig rekening hij met Inez houdt. Tijdens het gesprek merkt ze dat het al heel lang dwarszit, maar dat ze het nooit eerder zo kon zien. Ze is nu bezig haar grenzen beter aan te geven op haar werk, en merkt hoe goed dat voelt en ook wat het aan ruimte en lucht oplevert. Ze realiseert zich nu hoe ze dat thuis ervaart. Ze gaat een beetje beduusd naar huis en ook met een duidelijke opdracht om het thuis te bespreken.

Twee weken later komt ze de Bloeikas binnen. Ze wil me duidelijk iets vertellen.

A: [vrolijk] Vol verwachting klopt mijn hart…vertel Inez!
I: [stralend] Ik heb de relatie verbroken!

Ze vertelt me hoe ze het de avond na onze sessie aan Alfred voorlegde, ze gaf aan dat ze niet nogmaals wilde verhuizen en geen zin had om met hem te gaan meewerken in zijn nieuwe zaak. Hij schrok ervan en het was een pittig gesprek. Toen ze er een paar dagen later nogmaals over spraken bleek dat hij niet voornemens was zijn plannen aan te passen, zijn nieuwe zaak en de verhuizing kregen prioriteit boven de relatie.

Toen maakte Inez het uit. Vertrok, nam haar spullen mee naar een vriendin waar ze tijdelijk kan inwonen. Uiteraard was er verdriet bij haar, maar tegelijkertijd een enorme opluchting. Ze besefte hoeveel ze was aangepast en dat ze haar eigenheid en koers had losgelaten vanuit angst en de geboden veiligheid.

Nu voelt zich weer krachtig, met plezier in werk, weer aan het opbouwen, geeft grenzen duidelijker aan en ervaart heel veel ruimte om haar eigen leven vorm te geven.

Na deze sessie heb ik haar nog twee keer gezien, ze is op koers, voelt zich vrij en ziet ook vooral in hoe haar patroon versterkt werd in onzekere tijden. Terugkijkend liet ze haar eigenheid gaan toen ze vijf jaar geleden in zeer roerige tijden verzeild raakte.

Ze durft weer te spelen, maakt eigen keuzes, voelt zich luchtiger en heeft weer de energie om zich te richten op datgene wat voor haar belangrijk is.

I: Toen we elkaar vier maanden geleden voor het eerst spraken had ik dit nooit verwacht. Maar als ik heel eerlijk ben wist ik het eigenlijk al heel lang, dat dit een keer ging gebeuren. Het was moeilijk, maar ik ben heel erg blij dat ik de keuze heb gemaakt.

Bedoel je uitgeput?

Ellis is een vrouw van tegen de dertig, ze maakt onderdeel uit van één van de teams van een organisatie die ik begeleid. Ze komt de Bloeikas binnen, gaat zitten, neemt een slok thee en antwoord keurig op mijn vragen.

Ze antwoord beleefd, laat niet het achterste van haar tong zien, en reageert sociaal wenselijk (voor haarzelf) en dus binnen de veilige zone.

E: Ja, dus het gaat eigenlijk best goed met me.
A: Dat is fijn, geen probleem dus. Misschien zeg ik iets geks Ellis, maar ik vind je een beetje vlak of dof.
E: [grote ogen] Bedoel je……..[tranen in ogen] uitgeput?
A: Uitgeput?
E: [begint te huilen] Soms kan ik niet meer. Dan ben ik zo ongelooflijk moe. Na het werk lukt het me nog net om thuis te komen.
A: [vrolijk] Wel mooi dat je dan vind dat het best goed met je gaat!Ik ben benieuwd hoe je dan bent als het niet zo goed gaat
E: [glimlach door tranen] Welnee, ik hou mezelf natuurlijk voor de gek. Al sinds vier maanden lukt het gewoon niet zo goed meer. Ik weet het ook wel maar….[dikke tranen]…..ik…wil…[snik, geknepen stem] mijn…collega’s…gewoon… niet….[snik] in…de….steek….laten. [er volgen heel veel tranen]

Ellis vertelt hoe lang ze al worstelt, vindt dat ze zich niet moet aanstellen, dat het na de vakantie beter zal gaan en cetera. Ik hoor een vrouw die allerlei argumenten gebruikt om zichzelf te overtuigen. Tegelijkertijd zie ik een vrouw die met moeite functioneert, zich ongemakkelijk voelt omdat het niet lukt en niet wil opgeven.

Het is een situatie die ik herken bij vele anderen en binnen organisaties. Mensen die eigenlijk al lange tijd niet meer goed functioneren, die ongelooflijk snel leeglopen en het gevoel hebben dat ze geen keuze hebben. Daardoor doorgaan op een weg die niet goed voor de mens én de organisatie is. Uiteindelijk loopt de mens langzaam vast, levert niet voldoende voor de organisatie en doordat er schaamte of ongemak is wordt het niet op tijd benoemd richting die organisatie waardoor het ongemak en de irritatie doorgaan. Dit heeft vervolgens weer een effect op het team waarbinnen deze persoon werkzaam is.

A: [vrolijk] Ik ben wel trots op jou. Jij bent de ideale werknemer, wil je niet bij mij komen werken? Je gaat door TOT . DAT . JE . ERBIJ . NEERVALT! Super. En zo tof dat je jouw collega’s niet in de steek laat. Ik vind eigenlijk dat je nog wel iets meer kunt doen, we zitten nu al bijna een kwartier in gesprek, laten we afronden zodat je weer keihard aan de slag kunt!
E: [lacht] Dat is precies wat ik denk! Hoe lang duurt dit nog. Ik moet nog zoveel doen!
A: En terecht! Jouw collega’s dan? Die kunnen niet zonder je. Snel. Volgens mij zit je hier jouw tijd te verdoen. Hup. Aan de slag!
E: [beduusd] …Ik denk….nou ja…dit kan zo niet langer…
A: Precies! Aan de slag!
E: Nee! Ik bedoel precies het tegenovergestelde?
A: [verbaasd] Huh, dat begrijp ik niet.
E: [duidelijk] Ik wil zo niet verder! Ik moet echt iets veranderen! Toen je net zei ‘Tot je erbij neervalt’…..dat is echt wat ik doe…en dat wil ik niet meer.
A: Zeg dat nog eens?
E: [opgelucht] Dat wil ik niet meer!

Ellis kreeg een haakje aangereikt om het eerlijke verhaal te vertellen. Toen ik benoemde dat ik haar ‘vlak of dof’ vond, toen was er de opening….bedoel je uitgeput…toen volgde de rest.

Het oprecht benoemen wat je ziet maakt ruimte. Hoe waardevol zou het zijn als we dit wat vaker zouden durven en doen. Het zou mensen een eerste zetje geven om de ruimte te ervaren die nodig is om het echte verhaal te vertellen. Ik ben ervan overtuigd dat zowel de mens als de organisatie hiermee enorm geholpen is.

Enige dagen na de coaching ging Ellis in gesprek met haar manager en ze heeft ruimte gecreerd. Haar manager belde me om te bedanken, hij vertelde dat hij eerder al het zijdelings tegen Ellis had benoemd en dat ze het had weggewuifd. ‘Jouw radicale eerlijkheid deed het hem’ aldus de manager.