Jelmer zijn vrouw heeft een probleem

Ik zit in de Bloeikas, een ronkende bolide parkeert op de oprit, de ouwe Tukker is gearriveerd. Jelmer is een baasje, hij is rond de vijftig, altijd onderweg, in mooie auto’s, zaken doen in en buiten Europa. Mooie leren tasje, vlotte kleding en een regelmatig trillende telefoon bij zich.

Hij praat energiek en overtuigend, hij komt ‘oet Twente’ en is daar heel trots op. Vanuit Enschede komt hij sinds enige maanden bij me in coaching. Reizen in onderdeel van zijn bestaan en zelfs identiteit.

Hij is niet helemaal uitzichzelf naar me toe is gekomen, en de druk vanuit zijn gezin op hem neemt toe….

A: Hi ouwe Tukker!
J: [energiek, twents] Hi jongen, hoe is het? Goed oe te zien! Leuk om hier weer te zijn, lekker weertje man. Krijg ik een kop koffie van je? Pfff, weer gedoe met Duitsland, die gasten….ik had oe vorige keer toch verteld? Nou, ze snappen het nog steeds nie. [blabla]

Dat dus, vol van zichzelf, in hoog tempo, één en al onrust.

A: Ik zie eigenlijk niet zo wat jouw probleem is Jelmer. Ik bedoel je hebt het geweldig voor elkaar…
J: [alert] Ja, nou, weej wat et is? Ik ga zo verdomde snel altied, en dat vind ik wel prima, maar mijn gezin…nou ja. Die vinden dat ik te veel weg ben.
A: Precies! Maar dat is hun probleem, jij vind dat prima. Sterker nog, ik denk dat jij het wel lekker vindt, en bovendien, iemand moet toch het geld verdienen.
J: Ja, dat denk ik dus ook.
A: Nou, lijkt me duidelijk. Zeg gewoon tegen je gezin dat zij een probleem hebben en dat zij naar de Bloeikas moeten komen, ze moeten jou gewoon lekker met rust laten zodat jij jouw business kan laten groeien, toch?! Je zegt letterlijk dat hij het wel prima vind…dus. Ik dacht dat die Tukkers altijd zo duidelijk waren, lekker kort voor de kop. Is jouw vrouw wel een Tukker eigenlijk?
J: [verrast] hoezo?
A: Nou Jelmer…dat hoef ik je toch niet uit te leggen.
J: Ach, misschien het ze ook wel gelijk…
A: Wat!? Natuurlijk niet man. Nog één keer Jelmer, jij hebt geen probleem. Jij bent lekker onderweg, in de auto, bellen met klanten, af en toe naar China om leveranciers te bezoeken, alles in jouw tempo. Jij hebt geen probleem! Dus de volgende keer stuur je jouw vrouw gewoon, doen we jouw kids daarna wel….die zijn 13 en 15 toch? We beginnen met Elsa.
J: [geirriteerd] Elsbeth!
A: Precies! En dat zeg ik gewoon tegen haar dat ze blij moet zijn met zo’n vent, wat hij allemaal voor haar en gezin doet. Daarom kunnen jullie zo mooi wonen, met zijn vieren op wintersport en vakanties. Ik denk dat ze gewoon zo’n verwend prinsesje is….[zeurende stem]…nou Jelmer, ik zou het fijn vinden als je eens wat vaker thus bent….wat een zeikwijf! Ik zou doodmoe worden, ik snap wel waarom je zo hard werkt. Ondankbaar!
J: [timide] Als je het zo zegt…..
A: [rap, dominant] Ja precies! Zo zit het Jelmer! Jij werkt maar en werkt maar, en dan stank voor dank, ik zou…
J: [steekt hand in de lucht, onderbreekt, hij oogt ineens kwetsbaar] Arno….Elsbeth heeft natuurlijk wel een punt…
A: [slaat Jelmer op schouder, knipoog]. Yeah right. Ouwe tukker! Je speelt het spelletje heel handig…
J: [stemverheffing] Nee echt Arno. Elsbeth heeft gelijk. Als ik zo doorga komt het niet goed!

A: Mooi! Dus wat is het probleem Jelmer?
J: [lange stilte en dan traag]. Ik werk echt veel te veel, ik zie mijn gezin hierdoor nauwelijks en ik heb het gevoel dat ik ze aan het kwijtraken ben…

Ik laat een lange stilte vallen, Jelmer erkent dat hij een probleem heeft. Het kwartje is gevallen. Jelmer wordt emotioneel, ik sta op om voor ons beiden water in te schenken. Hij staart voor zich uit. Als ik weer kom zitten kijkt hij me verdrietig aan.

A: Dat is niet zo mooi Jelmer.
J: [verbijt zijn emotie] Nee, nee…..da klopt.
A: Je gezin kwijtraken…..dat is niet zo mooi…..

Jelmer laat tranen. Hij probeert het tegen te houden, hij spant zijn middenrif, knijpt ogen dicht, af en toe een grom, een hmmp en een snik.
A: [lacht] Wat huilen jullie Tukkers raar!…Het gaat beter als je het laat gaan!
J: [lacht en huilt] Jij GVD, jij staat hier niet te janken… en vervolgens huilt hij even.

Jelmer kijkt me vervolgens aan, ogen rood, neus weer gesnoten. Met glimlach, dat was best ff lekker. Hij staat op en slaat me op mijn schouder, jij bent een mooie kloot!

Drie weken later stapt Jelmer uit en komt de Bloeikas weer binnen. Hij oogt wat zachter en rustiger. Het is tijd om het inzicht om te zetten naar verandering.

Ik zou nooit op mijn huidige job solliciteren!

David is een man van vijfenveertig, succesvol ondernemer en toch niet lekker in zijn vel. Zijn technologiebedrijf is snel gegroeid, het is een creatieve vindingrijke man die de laatste jaren energie verliest. We hebben een aantal coachingsessies achter de rug en het beeld wordt wel duidelijk.

D: [zwaarmoedig] Tja, ik weet het niet hoor. De laatste jaren vind ik het toch allemaal minder leuk
A: [vrolijk] Het leven is niet altijd leuk David, en een beetje ondernemer weet daar wel raad mee toch?
D: [zucht] Vroeger was het echt leuker…
A: [zucht luid] Pffff, je hebt gelijk…het was vroeger ook veel leuker.
D: [glimlacht] Jezus man, je lijkt mij wel….
A: [zakt verder in stoel, zucht hard] Pffff, was het nog maar vroeger, toen het leven nog fijn was…..pfffff….nog twintig jaar zwoegen….
D: [lacht hard] Maar het wás ook leuker, vroeger toen ik…….
A: [onderbreekt] Vroeger, vroeger, je klinkt als een oude man. Het was vroeger ook leuker, en het wordt in de toekomst alleen maar erger. Je hebt gewoon de beste tijd gehad. Het verval is begonnen! Dus wat is het probleem?
D: Het probleem…nou, het valt misschien ook wel mee. Ik heb een mooi bedrijf en ik boer hartstikke goed.
A: Precies. Ik hoor geen enkel probleem. Zullen we ruilen?|
D: Wat bedoel je?
A: Nou gewoon, ik neem jouw bedrijf en inkomen over, jij die van mij?!
D: [Kijkt verbaasd….en beetje in de war]…nou misschien
A: [onderbreekt en lacht]. Dat wil ik zeker niet! Wie wil dat nou, een mooi bedrijf met een gerieflijk inkomen. Weet je, we doen het helemaal anders. Ik ben de sollicatiecommissie en jij solliciteert op je huidige baan.
A: [Formele stem] Nou David, dank voor je brief en CV, waarom denk jij dat je geschikt bent als directeur van ……
D:[Spontaan] Ik zou nooit op mijn huidige positie solliciteren, echt nooit!!!

Nu houd ik mijn mond en kijk vrolijk naar David. Hij kijkt een beetje verbaasd en geschrokken terug.

D: Nee, echt niet Arno, ik zou nooit solliciteren op wat ik nu doe!
A: Dat is duidelijke taal David. Mooi. We zijn eruit. Hoeveel waarde voeg je dan eigenlijk nu nog toe?
D: Eigenlijk niet veel…

D: Jemig, ik realiseer me wat ik net heb gezegd en ik meen het echt. Jezus, dit is best confronterend…..

Door het perspectief te verschuiven en warmte, humor en provocatie in gesprek te gaan deed David deze ferme uitspraak. Hij realiseerde zich vervolgens dat het echt zo voelt en anders moet.

Twee weken later komt hij de Bloeikas binnen. Hij lijkt tien kilo lichter en laat zich opgewekt in de stoel zakken. Nadat we koffie hebben vervolgen we het gesprek van vorige keer. Hij vertelt dat hij echt schrok van zijn eigen overtuiging dat hij nooit op zijn positie zou solliciteren, daar nog over heeft nagedacht en besproken thuis. Het werd hem letterlijk in één klap duidelijk.

Ondertussen is hij serieuze stappen aan het zetten om verandering aan te brengen in deze situatie. Hij is voornemens om te gaan overdragen aan een geschikte kandidaat. Mooi!

High five voor Edith

Edith komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, een slimme, zorgelijke en onzekere dame. Ze doet me denken aan een lief en angstig klein muisje dat heel goed om zich heen kijkt, snel iets te eten pakt als het veilig is en dan direct weer door het gaatje verdwijnt.

Ze is rond de vijftig, is getrouwd en heeft vijf kinderen waaronder een drieling. Haar leven is anders gelopen dat ze had gehoopt. Ze groeide op in een gezin waarin veiligheid en voorspelbaarheid keuzes domineerden. Ze begon een studie culturele antropologie (haar ogen schitteren nog steeds als ze daar over vertelt), echter na twee jaar ging ze toch maar accountancy doen (net als haar vader) vanwege baankansen. Ze studeerde in Amsterdam en voelde zich goed en vrij.

Ze kon (via haar vader) een baan krijgen bij een groot accountantskantoor…..en daar werkt ze nog steeds. Ze ontmoette haar huidige man nog voor ze ging studeren, een stabiele en lieve vent. Sinds bijna tien jaar is hij langdurig ziek en kan daardoor niet langer het uitdagende werk doen wat hij deed, hij is voornamelijk huisman en daarmee niet gelukkig. En dan zijn er vijf kinderen tussen de 17 en 25 waarover ze zich zorgen maakt.

Tijdens het eerste gesprek vertelde ze me het hele verhaal, ze leek zich er voor te schamen, er waren veel tranen en ze leek zich te hebben neergelegd bij haar lot. Dus het eerste gesprek ging deels als hieronder beschreven.

E: Mijn man vind zichzelf helemaal mislukt, een loser.
A: En als ik jou dit hoor zeggen denk ik……dat klopt! Hij voegt natuurlijk helemaal niets toe. Mislukt dus!
E: Nou…hij is wel lief en kan heerlijk koken.
A: Precies! Mislukt toch? Dat is toch geen man, zeg nou zelf….dat vind je toch zelf ook!
E: Nou…hij is echt lief… en kan natuurlijk niets aan zijn ziekte doen….maar hij zou heus wel iets meer initiatief kunnen nemen…hij is zo…..
A: [lacht] Hij is heel lief…..de lieve loser
E: [schuldige blik] Ja….ik vind hem eigenlijk ook wel een loser….[breekt, tranen met tuiten]
A: [vrolijk] Dus daar zijn jullie het over eens! Mooi toch!
E: [lacht en huilt] Nou, mooi….weet ik niet….maar het lucht wel op om dit eens te zeggen.

Gedurende het gesprek blijkt dat Edith helemaal geen eigen ruimte heeft (en neemt). Ze is kostwinner en werkt hard. Thuis deelt al haar eigen ruimte met vooral haar kinderen.

Ze loopt al haar kinderen langs met hun problemen, studieresultaten en ik hoor hoe beschermend ze voor de kinderen is. Ze vertelt bedeesd.

A: ok, Julian, de oudste heeft na een moeilijke start zijn studie bijna afgerond, heeft een leuke vriendin en is klaar voor de volgende stap. Dat klopt toch?
E: Ja.
A: [high five met Edith]. Goed gelukt!

A: Twee van de drieling zijn aan het studeren toch? En Jan heeft zijn MBO afgerond en is lekker aan het werk toch? Zijn ze verslaafd?
E: Eh, nee…?
A: In aanraking met justitie?
E: [glimlacht] Nee…ook niet.
A: Denk je dat ze gelukkig zijn?
E: [lacht] ja…volgens mij wel
A: [high five met Edith] Four down, one to go!

A: De jongste…..tja…..die gaat voor galg en rad.
E: [lacht] Nou…dat valt wel mee denk ik
A: Hij heeft het moeilijk toch? Problemen op school, wil niet luisteren. Maar hij is zeventien, een puber, wil ruimte die hij niet krijgt. Lijkt me vrij normaal pubergedrag toch? Herken je wat hij voelt?
E: Nou….niet altijd….maar ik snap hem wel hoor.
A: Maar hij is verloren…..het zwarte schaap….dus jouw bezorgdheid is terecht….ik denk dat de politie binnenkort aan de deur staat….dat je hem mag bezoeken….twee keer per maand…
E: [schiet in de lach] Nou, zo erg is het echt niet hoor, hij doet zijn best en heeft veel vrienden. Dat het niet lukt op school snap ik wel….hij heeft gewoon een andere interesse op dit moment…maar dat komt…[realiseert zich wat ze zegt en haar blik veranderd]
A: [high five met Edith, met veel energie en enthousiasme]….Gelukt! Edith…..al.jouw.kinderen.zijn. gelukt!!!!!

Ze komt nu binnen voor de tweede keer, ik vroeg haar wat het meest is bijgebleven van de vorige sessie.

E: [twinkel] De high fives! Toen ik naar huis reed vorige keer had ik een ander perspectief, de kinderen zijn veel verder dan ik dacht. De afgelopen weken heb ik ook met een andere bril naar ze kunnen kijken. Ik ben eigenlijk heel trots hoe wij het als gezin doen en hebben gedaan de afgelopen tijd!…..en toen je het had over eigen ruimte…..
E: [met een beetje schuldige maar vrolijke blik] Ik heb het wielrennen weer opgepakt, ik heb afgelopen weken iedere zondag weer gefietst! Heerlijk….

Edith onthield dus het spelen, de positieve energie met warmte naar de feitelijke situatie. Het is mooi te merken hoe je mensen kunt raken door niet mee te gaan in hun zorgelijke energie, maar juist te spiegelen en met warmte uit te dagen.

De kern van provocatief werken is om mensen met warmte, humor en uitdaging in beweging te krijgen. Bij Edith is dat gelukt!

Carlos kan niet huilen.

Carlos loopt vast met een aantal grote projecten, hij is senior manager bij een groot Nederlands bouwbedrijf. Hij heeft contact gezocht en stapt de Bloeikas binnen.

Hij vertelt over zijn werk dat hij leuk vindt, zijn drukke gezin en hoe hij is opgegroeid. Tijdens de coaching gebeurt ongeveer het volgende:

C: Ik huil echt nooit! Volgens mij voel ik het gewoon niet.
A: Gelukkig! Ik kan ook echt niet tegen huilers. Het moet voor mij ook een beetje leuk blijven.
C: [lacht een beetje]. Nee, echt niet. Ik kan me niet heugen.
A: Ok Carlos, we spreken het volgende af. Ik ga je verder coachen, maar we laten géén tranen vloeien. Een man een man, een woord een woord! Deal?
C: [timide] euh, ok denk ik? Wel gek, maar ok. [vertwijfeld] Ik zit hier bij een coach toch? Daar horen toch emoties bij?
A: Als jij zegt dat je nooit huilt, geloof ik dat, bovendien is dat een gave! Past helemaal bij het plaatje van senior manager bij een bouwbedrijf. Veel mannen daar lijkt me. Dus geen emoties! Top. Dus geen emoties in de Bloeikas vandaag! [ik gooi theatraal het doosje tissues aan de kant]
C: Prima…

De coaching vervolgt. Hij vertelt over zijn vader.

A: Ik neem aan dat jouw vader net als jij ook nooit huilde. Zit gewoon in de familie. Geen emotionele incontinentie maar gewoon doorpakken!
C: [begint zacht te praten] Hij was een prima vader, maar….
A: Carlos, we hebben een afspraak, GEEN EMOTIE. Dus die weg gaan we niet in!
C: Er is wel iets dat ik wil vertellen….
A: Prima, maar GEEN EMOTIE!………[nog harder] GEEN EMOTIE!
C: [natte ogen] Ik had best vaker met hem willen….
A: Carlos! GEEN EMOTIE. We hadden een deal!
C: [begint te huilen] Het was best ingewikkeld…
A: [ik geef Carlos een tik tegen zijn schouder en sta op] Carlos! Stop! GEEN EMOTIE! We hadden een deal!

Carlos breekt. Hij lacht en huilt. Tranen vloeien minutenlang. Ik pak het doosje tissues. Enigszins verbaasd kijkt hij naar me op, hij oogt vermoeid en tegelijk guitig.

Hij vertelt over de relatie met zijn vader, hoe hij hem vroeger had gemist en nooit had ingezien hoeveel dat met hem had gedaan. Vanaf het moment dat zijn zoons naar middelbare school gaan begon er iets bij hem te knagen. Er vloeien heel veel tranen en we hebben ook heel veel lol.

C: Goddomme Arno…
A: [met lach] Ho, ho Carlos. Geen emotionele betogen en inzichten alsjeblieft. Ik heb wel even genoeg gehad!
C: [lacht] Je hebt gelijk. Het is mooi geweest voor vandaag! Maar wat een mooie…
A: [onderbreekt en geeft een speelse tik] Carlos hou op! Begin nu niet weer, we zien elkaar over twee weken. Ik zal me mentaal voorbereiden en extra tissues kopen….man, man, man…. Fijn weekend voor nu. Ben ik ook aan toe!

Carlos verlaat zichtbaar opgelucht, vermoeid en vrolijk de Bloeikas.

Dat is geen probleem, dat is een feit!

Stefan komt de Bloeikas binnen. Een slimme en sympathieke man, rond de vijftig, financieel directeur bij een grote fabriek en behoorlijk in mineur. Hij probeert zijn relatie te redden. Dit is zijn derde sessie. Ik noem hem ‘de labrador’, hij is namelijk zo trouw als een hond. En ook tegen beter weten in…

Vaak wordt door de client een feit als probleem benoemt. Het verschil is duidelijk. Aan een probleem kun je zelf iets doen. Tot een feit dien je jezelf te verhouden. Dus de pijn zit dan vaak in het verhouden tot het probleem, of het accepteren ervan. Dat kan ook.

A: [knipoog] Daar hebben we mijn favoriete labrador, aaibaar, zacht en hondstrouw.
S: [grote glimlach] waf
A: Als ik de bal gooi, haal jij hem dan op?
S: Ja, ja Arno, ik weet het. Aan de slag maar….

A:Stefan, wat was nu ook nog maar het probleem?
S: Zoals je weet heeft mijn vrouw al een tijdje een andere relatie.
A: Dat is geen probleem, maar dat is een feit. Dus het probleem?
S: Ik weet niet wat te doen….maar ik wordt hier ook knetter van. En mijn kinderen ook.
A: Eigenlijk is het wel mooi, je krijgt jouw eigen leven weer terug. Hoeft niet meer op te zitten, de bal te apporteren en wachten op een knuffel of een dreun toch? Of krijg je ook soms lekkere brokjes of vers vlees?
S: [brede lach] Was het maar zo, ik doe alles en zorg ook nog voor de inkomsten. Er kan zelfs geen knuffel vanaf, dat is al jaren zo.
A: Dus eigenlijk heb jij zelf de regie toch? Dus ik zeg pak die maar….maar als ik je een beetje ken, dan…
S: Ja man, dat zou je wel zeggen. Maar ik blijf maar twijfelen, ze ziet die vent gewoon een paar keer per week, maar ze komt ook weer thuis. En dan wil ik het toch weer proberen…. Een aantal keren heeft ze beterschap belooft, maar ze blijft toch aanrotzooien.
A: Dat vind ik zo mooi aan jou, dat je zo lekker duidelijk naar haar bent. Een échte directeur. Grenzen stellen en richting geven. Doe je dat in de fabriek ook op deze manier?
S: Nee tuurlijk niet man, daar ben ik duidelijk, eerlijk en besluitvaardig!
A: [guitig] Ja tuurlijk, dat zal wel….
S: [aprupt en direct] Nee echt! Ik had laatst een situatie, een leverancier had me besodemietert, daar ben ik direct mee in gesprek gegaan om te zeggen dat we afscheid nemen en….[Stefan stopt met praten, ik hoor een kwartje vallen]……..[hij vervolgt zachter] omdat ik niet met mensen wil zijn die ik niet kan vertrouwen.

Ik blijf stil en kijk hem aan. Stefan laat zijn schouders zakken en huilt. Na een minuutje kijkt hij me bedroefd en ook zelfverzekerd aan.

S: Al meer dan een jaar schuif ik dit voor me uit, natuurlijk begrijp ik dat ik een duidelijke grens moet stellen. Maar het doet pijn. Ik besef dat het tijd is, ik hou dit niet meer vol zo en verlang eerlijk gezegd naar eigen koers. Het is genoeg.

Hij kijkt me met een glimlach aan en hij recht zijn rug.

S: Het is echt mooi geweest Arno. De labrador gaat zijn eigen richting kiezen
A: Ja, ja…..ik moet het nog zien
S: [lacht] Echt Arno, ik laat je weten hoe het verder gaat. Tot over een week…..

Twee weken later krijg ik Stefan weer in de Bloeikas, hij is opgelucht, hij heeft gekozen….het was niet makkelijk, maar hij ervaart weer eigen regie. Hij heeft zijn scheiding in gang gezet en beweegt. Hij ervaart rust, heeft waardevolle gesprekken met zijn aankomend ex vrouw en kinderen gehad. Naast het grote verdriet is er toch bij iedereen voornamelijk een positief gevoel… Hij was vooral bang voor de gesprekken met zijn kinderen, die gingen er begripvol mee om. Zowel naar hem als zijn aankomend ex vrouw

En Stefan is vooral blij dat hij gekozen heeft…..hij wist het al lang. Het heeft hem zijn waardigheid en zelfvertrouwen laten groeien.

Frank doet zwaar depressief.

Frank komt de Bloeikas binnen, hij komt voor zijn tweede sessie. Hij heeft de diagnose zwaar depressief gekregen, staat op een wachtlijst voor behandeling, zoekt tussentijds hulp en komt daarom bij mij.

Hij is 24 jaar, woont nog thuis, heeft problemen met studeren, benoemd een laag zelfbeeld en onzeker over zichzelf en de toekomst. Hij straalt somberheid uit, zwarte kleding en een sombere blik. Hij vermijd zoveel mogelijk oogcontact en doet continu zijn mouwen over zijn handen. Alsof hij zich zo weinig mogelijk wil laten zien.

Het gesprek gaat over zijn afgelopen week, het vermijden van mensen en situaties en ook over zijn pestverleden. Ook hebben we het over echt authentiek gedrag en net alsof. Daar heeft hij een enorme hekel aan. Ik maak veel lol met hem en er is al veel meer lach en energie dan in de eerste sessie.

A: Wat is nu precies het probleem?
F: [vaag] Weet ik eigenlijk niet. Het is….tja….onzekerheid of laag zelfbeeld?
A: Hoe onzeker ben je dan? Tussen de nul en de tien.
F: [moeizaam] Nou…een twee of zo?
A: Ben je er zeker van?
F: Mwa…ja…zoiets.
A: [vrolijk] Klinkt inderdaad niet heel zeker…..dus die onzekerheid klopt! Mooi. En dan ff jouw zelfbeeld….hoe verschrikkelijk ben jij?
F: [zwaar] Nou….het is wel laag….ja….
A: Hoe voel jij je als je alleen in een ruimte bent?
F: [veert op, licht] Dan ben ik best optimistisch, vrolijk en druk…
A: [verbaasd] Huh? Dus je zit hier als een zoutzak, somber met zwarte kleren en een zwaar gemoed. En als je dan alleen bent…..dan ben je optimistisch? Vrolijk? En….druk? [lacht hard]
F: [opener met glimlach] Ja….eigenlijk wel….
A: [lacht weer] Nu ben ik echt volkomen in de war! Dan is jouw zelfbeeld toch niet heel laag? Je vind jouzelluf dan wel leuk toch?! Of niet….ik weet het echt niet meer….jij?
F: [lacht] Nee…maar als ik dan ineens vrolijk ga doen…..met die mensen om mij heen….dat is toch heel raar? Dat zijn ze niet van me gewend.
A: Dus ff voor mij…..ik ben geen psycholoog en al helemaal geen psychiater…dus waarschijnlijk zit ik er helemaal naast. En ik heb geen ervaring met gevallen zoals jij, die ZWAAR depressief zijn. Maar let op: Dus, ook al VOEL jij je vrolijk….dan DOE je somber….omdat anderen het anders raar vinden? Klopt dat?
F: [verward] Ja….volgens mij wel….het is toch raar dat ik dan vrolijk doe als ik zwaar depressief ben?
A: [doet in de war] Ja maar….huh….als je vrolijk BENT en alleen? Dan doe je wel vrolijk?
F: Ja! Als ik alleen op mijn kamer ben….dan wel!
A: Hoe doe je dat dan? Hoe uit je dat?
F: [lacht ongemakkelijk….alsof hij iets niet durft te zeggen] ff nadenken.
A: [tikje tegen voet] Nee! Niet nadenken, gewoon zeggen! Ik wil het weten.
F: [gespannen verlegen lachje] Nou….dan sta ik de dansen en zingen en ben ik gewoon druk.
A: [staat op] Huh!!!!!! Dus dan kan de zoutzak ineens bewegen? En dansen???? En ZINGEN?????? Hoe zit dat dan met authentiek gedrag en net alsof…..Ik ben helemaal de weg kwijt Frank…

Frank voelt zijn authentieke gedrag en neigingen dus wel, maar heeft door zijn ontwikkeling, pestverleden en continu op- en aanmerkingen afgeleerd om zichzelf te zijn. Alleen als hij alleen is durft hij dat….en is hij best wel positief. Tijdens het gesprek vertelt hij hoe hij is gevormd, ervaringen in jeugd, hoezeer in zijn thuissituatie het moeilijk is om een echt gesprek te voeren, de mantel der liefde, net als of gedrag.

A: Dus ff voor mij….jij….de depressieve zwartgeklede zoutzak…bent dus best optimistisch en vrolijk?
F: [grote lach] Ja!
A: [kijkt met warmte aan, hand op schouder] En waarom lieve jongen……waarom laat je dat dan niet meer zien?
F: [in één klap klein en onzeker] ik…ik weet niet hoe dat moet..

Frank moet enorm huilen.

A: Maar JIJ hebt dus geen laag zelfbeeld, jij DENKT dat anderen dat van jou hebben. En als anderen jou zien ga je somber doen en alleen voel je je vaak prima. [opgewekt] En jij kunt echt geweldig goed toneelspelen, daar zou je iets mee moeten doen. Of misschien moet je gaan werken met blinden. Die zien niet hoe depressief of vrolijk je eruit ziet!
F: [glimlacht] Dat zou echt goed zijn!

We besluiten de sessie, Frank gaat in gesprek met diegene in zijn vriendengroep bij wie hij zich het veiligst voelt, en zichzelf echt tonen.

Als hij naar vertrekt loopt hij best kwiek….

A: Hohohoho Frank….pas op, je gaat weer naar buiten….daar zien mensen je….dus je moet zo lopen [Ik slot met gebogen rug en kijk half uit mijn ogen].

Frank loopt lachend naar buiten….

Ik ben echt verbaasd, Frank dóét zoals de diagnose zwaar depressief vraagt, hij loopt al enkele jaren met klachten en is zo vergroeid geraakt dat hij richting zijn omgeving niet durft te veranderen…

De weken erna zie ik hem vrolijker worden, eerlijker en lichter. Hij durft wat meer, krijgt weer structuur en is aan het veranderen. Dit is niet makkelijk, zijn omgeving was inderdaad gewend aan zijn depressieve rol en reageerd soms ongemakkelijk. Wel maakt hij stappen.

Hij vertelt me dat hij zich juist serieus genomen voelde door de humor en het absurde. De gedachten die hij had, benoemde ik letterlijk, ook al waren ze heel vreemd. Juist dát benoemt hij als verbindend.

Het is dat ik ooit een heel goede provocatief coach heb gehad….en dat ik me veel beter voel dan destijds…..anders zou ik direct weer gaan. Wat een vak!

Waarom geven we apen zwemles?

Rudi komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, hij werkt als manager, is 43 jaar en loopt vast. Hij komt een beetje over als een nerd, slim, bril en vooral op de feiten en inhoud.

A: [enthousiast] Rudi, de eerste keer dat ik je zag dacht ik direct: dat is een slimme man, en ook een echte nerd!
R: [beetje in de war] Een echte nerd?!
A: [met kracht] Ja man, bril, kijkt slim uit zijn ogen, beetje klunzig, beetje techneut, een echte nerd dus!
R: En is dat goed of slecht?
A: Tja….ik heb geen idee…wat vind je eigenlijk zelf?
R: Ik ben wel goed in mijn vak!
A: [flauwtjes] Tja….dat zal wel.
R: [passievol] Weet je? Misschien ben ik wel een nerd, maar ik weet precies waar ik het over heb, ik ben een echte technoloog en kon me helemaal verliezen als ik in het lab werkte. Dat was te gek!
A: Wat is dan eigenlijk het probleem?
R: Sinds ik manager ben…tja…weet ik het niet meer ofzo….raar toch?
A: Volgens mij ben je een aap met zwemdiploma’s!

Veel managers die bij me in coaching komen zijn zonder dat ze het beseffen in een totaal andere context belandt. Ze lopen vast en begrijpen niet precies hoe het komt. Veel organisaties vragen vaardigheden van werknemers die niet natuurlijk voor ze zijn, waar ze te veel moeite voor moeten doen.

Apen horen in de jungle, daar weten ze hoe het werkt, waar ze veilig zijn, waar ze voedsel halen, waar ze kunnen slapen et cetera. Organisaties gooien die apen vaak in de zee, geven ze zwemles, diploma A, B en C én een cursus reddingzwemmen om ze vervolgens aan de slag te laten gaan. Die apen moeten dan ongelooflijk hard werken om zich staande te houden, ze kunnen wel een beetje zwemmen, maar nooit zo goed als de andere dieren in de zee, de vissen.

Dus werknemers krijgen allerlei trainingen, communicatietraining, conflicthantering, positieve feedbacktraining et cetera. Diploma A, B en C dus….terwijl die apen het helemaal niet echt vóelen, echt snappen waar ze terecht zijn gekomen. In de zee wordt een andere taal gesproken, is een ander ritme, en zijn andere vaardigheden van belang. Dus ze werken zich het apelazarus, gebruiken veel meer energie dan de vissen en nóg lukt het niet. Terwijl ze vroeger in de jungle moeiteloos in bomen klommen, via lianen van de ene naar andere plek gingen en vanuit hun oorsprong konden functioneren.

Organisaties moeten beter nadenken over in welke context hun mensen goed functioneren, een goede technoloog hoort in zijn jungle. Uiteraard moeten ook de mensen zelf goed beseffen waar ze moeiteloos hun werk kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat er soms hard gewerkt wordt voor resultaat, maar alle energie die een aap verliest in de zee kan hij niet steken in zijn werk in de jungle. Daar waar hij kan excelleren.

Nadat ik Rudi had meegenomen in bovenstaande was hij stil…hij keek me geroerd en verbaasd aan. We praatten nog een beetje na en Rudi vertrok. Twee weken later zag ik hem terug.

A: Hoe is het ondertussen met je?
R: Ik ben een aap met zwemdiploma’s. Ik hoor niet in de zee! ……[lange stilte]………
R: [met overtuiging en grote lach] Ik ga terug! Terug de jungle in!
A: [argwanend] Nou Rudi…rustig aan jongen. Ik zie het jou niet doen!
R: [lacht]…echt!
A: Wil je een banaan om het te vieren?!

Dit heeft nog nooit iemand tegen me gezegd!

Rianne komt de Bloeikas binnen. Een verzorgde jonge vrouw, eind twintig, keurig pak, zakelijke uitstraling en beetje afstandelijk. Rianne werkt als projectleider bij een innovatief high tech productiebedrijf.

Tijdens het begin van het gesprek heb ik het gevoel dat ze heel erg haar best doet om geïnteresseerd te zijn. Ze zit op het puntje van haar stoel. Benen over elkaar geslagen. Ze zit duidelijk in een rol. Ik heb het gevoel alsof ze uit een fotoshoot is gestapt, waarbij een jonge Amerikaanse zakenvrouw wordt gefotografeerd, met maniertjes. Alsof ik met een barbiepop in gesprek ben.

A: Vertel eens, hoe is het met je?
R: [glimlacht] Eigenlijk wel goed hoor.
A: Hoe vind je jouw werk?
R: [glimlacht]. Ja eigenlijk leuk. Het is soms een beetje een mannenwereld, maar daar kan ik me heel goed in bewegen [veegt haar achter oor, glimlacht].
A: [zoete stem, lief] Oh, fijn. Jij staat je mannetje dus wel.
R: [glimlacht] Oh ja, zeker…[schuift beetje op stoel, maar blijft in actieve houding op het puntje van de zitting]

Deze conversatie gaat zo nog een tijdje door. Als een tenniswedstrijd. Rianne heeft oppervlakkige ademhaling. Ik ben duidelijk in gesprek met het masker, de reclame uiting, de ambitieuze en succesvolle projectleider. Ik ben er klaar mee. Ik voel geen verbinding, geen contact en geen echtheid.

R: [glimlacht] blablabla    blablabla…..bla bla….oh, nee hoor…bla bla….het gaat prima.

A: [tikje op haar knie, ik kijk haar recht in ogen] Rianne, ik ga je eerlijk vertellen hoe ik het zie. Als een soort spiegel.  [met telkens luidere stem] Ik vraag me af of jij van plastic bent, met je mooie make up, nette pak. Je lijkt op een barbiepop! Uitvoering ‘young high potential businesswoman’ ofzo…..Ik voel je niet! Ik hoor wat je zegt, maar het klinkt blikkerig, ingestudeerd. Waarom laat je jezelf niet gewoon zien! [luidste stem] WIE BEN JIJ EIGENLIJK ECHT?!

Rianne heeft tranen in haar ogen, na mijn eerste woorden reageerde ze verontwaardigd, en voelde zich aangevallen. Dit maakte snel plaats voor een ENORM KWARTJE dat ik hoorde  vallen…..ze is stil. Kijkt me aan, in de war….Ik houd even mijn mond.

 R: [zonder glimlach] Dit heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd….[stil]…Ik had niet door dat….ik realiseerde me echt niet dat….[grote ogen] Is het zo duidelijk?

Ze vertelt hoe ze opgroeide, hoe haar werd geleerd voor zichzelf op te komen, hoe haar ouders vanuit Egypte moesten altijd vechten voor hun plek. Hoe ze altijd ‘schattig’ werd gevonden op school en tijdens haar studie. Hoe vreselijk ze dit vond waardoor ze zich wat stoerder wilde opstellen, ze werd afstandelijk en stond haar mannetje.

Ik vraag haar achterover te leunen, te ontspannen en we raken in gesprek over haar drijfveren. Haar stem wordt lager, ademhaling dieper en haar strakke houding ontspant. Ik zie de natuurlijke Rianne. Ik neem haar mee in hoe maskers werken, hoeveel energie het kost en dat maskers niet kunnen verbinden maar mensen wel.

A: Je hoeft niet zo hard te werken, je bent nog jong, je hoeft niet alles te weten….maar als je jezelf meer laat zien zoals nu ben je veel betrouwbaarder en veiliger. En als je het niet weet is het prima, stel je wat meer open, laat zien als je het weet….en ook als je het niet weet. Dat is prima. Je stem is dieper, je oogt veel fijner en nu voel ik je wel!

R: [tranen in haar ogen]….Nogmaals, dit heeft nooit iemand tegen me gezegd….ik vond het moeilijk te horen…..maar dankjewel.

Inez wist het eigenlijk al

Inez is een jonge vrouw van eind twintig, ze komt voor haar vierde sessie, de aanleiding is vermoeidheid. De eerste keer dat ze kwam was ze uitgeput en lusteloos, na die eerste sessie is ze via de bedrijfsarts ziekgemeld. De jaren hiervoor waren heel erg roerig, Inez had te maken met verlies en rouw, veranderingen van werkgever, oppakken van studie en een impactvolle verhuizing. De rust deed haar goed, de gesprekken over grenzen, haar patronen en  doorzetten gaven inzicht.

We zijn twee maanden in gesprek, ze is opgeknapt, voelt meer rust en stevigheid en we zijn in gesprek over haar relatie.

A: Hoeveel ruimte ervaar jij thuis?
I: Nou, nu overdag is het heerlijk. is Alfred aan het werk, en ik geniet en het is rustig.
A: Dus eigenlijk moet Alfred maar weg.
I: [geschrokken] Nee….natuurlijk niet!
A: [lacht] Nee, tuurlijk niet. Wat moet je zonder hem.
I: [weifelend] Ja….eh…precies dat
A: En met al die ruimte die je zelf kunt invullen. Hij bepaalt gelukkig hoe jij die indeelt en hoe jij jouw leven inricht. Dus dat is wel fijn, hoef je dat zelf niet te doen. Bovendien, in deze tijd, een vrouw alleen…….wil je nog een kop koffie?
I: [afwezig] eh, ja……

Ik sta op om koffie te maken. Inez blijft zitten.

Ze heeft in een eerder gesprek vertelt dat haar vriend zakelijk plannen heeft die ingrijpend zijn voor haar, wederom een verhuizing, meewerken in zijn bedrijf en daarmee het loslaten van haar eigen koers.

Als ik terugkom zit ze door het raam te staren, ze is in gedachten verzonken. Nadat ik ben gaan zitten kijkt ze me verbaasd aan.

I: eh, wat bedoel je eigenlijk?
A: Nee niks, je had toch geen melk in jouw koffie?
I: [verward] huh, nee. Of nou ja.
A: Precies dat. Lijkt me gewoon beter. Geen melk en vooral geen suiker. Dus wanneer gingen jullie ook alweer op wintersport?
I: [geïrriteerd] Wat bedoelde je net!
A: Gewoon, jullie zouden toch gaan skiën?
I: Nee….daarvoor!
A: [quasi verbaasd, lacht] Gaan jullie daarvoor ook skiën? Wat bedoelde jij nu eigenlijk?
I: Nou, over de relatie met Alfred!
A: Ah, dat. Het is fijn dat hij jouw leven indeelt toch? En wat zou jij zonder hem moeten. Hij brengt stabiliteit, toekomst en jij kunt je heel goed schikken. Dus dat bedoel ik….En jij hebt ook niet veel nodig, zeker geen ruimte toch?
I: [voorzichtig] Nou….wat je nu zegt, daar heb ik wel over nagedacht.
A: [tik op knie] Fijn! Dat is altijd goed. En je bent tot de conclusie gekomen dat het goed is toch?
I: Als het gaat over ruimte….en MIJN leven….Alfred doet helemaal zijn eigen ding. Hij gaat helemaal voor zijn nieuwe zaak, of ik het nou leuk vind of niet. Hij zegt dat hij het samen met mij wil doen….maar….


Inez vertelt dat ze zich nu realiseert hoeveel ze aanpast, dat ze na haar roerige jaren een soort veiligheid bij Alfred voelde, maar haar eigen koers helemaal heeft losgelaten. Nu merkt ze hoeveel hij bepaalt en hoe weinig rekening hij met Inez houdt. Tijdens het gesprek merkt ze dat het al heel lang dwarszit, maar dat ze het nooit eerder zo kon zien. Ze is nu bezig haar grenzen beter aan te geven op haar werk, en merkt hoe goed dat voelt en ook wat het aan ruimte en lucht oplevert. Ze realiseert zich nu hoe ze dat thuis ervaart. Ze gaat een beetje beduusd naar huis en ook met een duidelijke opdracht om het thuis te bespreken.

Twee weken later komt ze de Bloeikas binnen. Ze wil me duidelijk iets vertellen.

A: [vrolijk] Vol verwachting klopt mijn hart…vertel Inez!
I: [stralend] Ik heb de relatie verbroken!

Ze vertelt me hoe ze het de avond na onze sessie aan Alfred voorlegde, ze gaf aan dat ze niet nogmaals wilde verhuizen en geen zin had om met hem te gaan meewerken in zijn nieuwe zaak. Hij schrok ervan en het was een pittig gesprek. Toen ze er een paar dagen later nogmaals over spraken bleek dat hij niet voornemens was zijn plannen aan te passen, zijn nieuwe zaak en de verhuizing kregen prioriteit boven de relatie.

Toen maakte Inez het uit. Vertrok, nam haar spullen mee naar een vriendin waar ze tijdelijk kan inwonen. Uiteraard was er verdriet bij haar, maar tegelijkertijd een enorme opluchting. Ze besefte hoeveel ze was aangepast en dat ze haar eigenheid en koers had losgelaten vanuit angst en de geboden veiligheid.

Nu voelt zich weer krachtig, met plezier in werk, weer aan het opbouwen, geeft grenzen duidelijker aan en ervaart heel veel ruimte om haar eigen leven vorm te geven.

Na deze sessie heb ik haar nog twee keer gezien, ze is op koers, voelt zich vrij en ziet ook vooral in hoe haar patroon versterkt werd in onzekere tijden. Terugkijkend liet ze haar eigenheid gaan toen ze vijf jaar geleden in zeer roerige tijden verzeild raakte.

Ze durft weer te spelen, maakt eigen keuzes, voelt zich luchtiger en heeft weer de energie om zich te richten op datgene wat voor haar belangrijk is.

I: Toen we elkaar vier maanden geleden voor het eerst spraken had ik dit nooit verwacht. Maar als ik heel eerlijk ben wist ik het eigenlijk al heel lang, dat dit een keer ging gebeuren. Het was moeilijk, maar ik ben heel erg blij dat ik de keuze heb gemaakt.

Hey Google!

Bastiaan komt de Bloeikas binnen. Het is een man van tegen de veertig die door zijn werkgever is doorgestuurd. Hij werkt als marketingman voor een grote dienstverlener.

Hij komt voor zijn tweede sessie en kampt met overspanningsklachten. Zijn vader is al heel lang ziek, al tijdens Bastiaan zijn pubertijd werd er rekening met hem gehouden. Pa Henk was bepalend in het systeem, zijn humeur domineerde. Momenteel is zijn vader bedlederig, Bastiaan staat zijn ouders veel bij. Daarnaast heeft Bastiaan net een tweede zoontje gekregen én heeft een drukke baan.

A: Vertel eens ff Bastiaan, hoe gaat het eigenlijk als je bij jouw ouders bent?
B: [vermoeid] Nou, als ik er ben loop ik op eieren.
A: [kijkt naar Bastiaan zijn schoenen] Zien er schoon uit, vandaag niet geweest dus?
B: [glimlacht] Bij wijze van spreken dan….[guitig] lul!
A: En verder?
B: Zoals ik zei, ik doe voorzichtig, wil mijn vader niet nog lastiger maken.
A: Is hij zo lastig? Hij is toch ziek of zo? Die arme man wil gewoon een liefhebbende zoon!
B: Je moest eens weten. Hij commandeert me gewoon!
A: [geschrokken] Zoals Kim Jung Un of Hitler toch niet?
B: [lacht hard] Nou, ik ken ze niet, maar het is echt heel duidelijk!
A: Hij is ziek Bastiaan, heb een beetje respect en mededogen zeg!
B: [geirriteerd] Het is dat het mijn vader is…..maar anders…
A: Anders wat Bastiaan…zou je het dan niet doen? Doe je het dus voor de erfenis? Wat slecht man. Anders zou je een zieke man dus gewoon in de steek laten!
B: [nog bozer] Ik doe het al mijn hele leven! Ik wordt schijtziek van hem. Hij commandeert me al zolang ik me kan heugen. Alles staat in het teken van zijn ziekte. En meneer doet maar net of het allemaal normaal is. Mijn moeder is kapot, ik ben kapot….en hij ligt maar in zijn bedje. En als er dan hulp komt….dan doet hij alsof het allemaal prima gaat….zodra die weer weg zijn….dan zijn wij de pisang.
A: [met nadruk] Je hebt het er zelf naar gemaakt chef! Natuurlijk commandeert hij jou, jij bent een mak lammetje, durft niet op te staan tegen hem, als jij geen tegengas geeft vindt hij het natuurlijk heel normaal dat je ja-en-amen zegt. Dat is jouw eigen keuze Bastiaan! Je komt hier een beetje zielig doen, loopt hier jouw bloedeigen vader af te zeiken, om vervolgens weer als een dienaar zijn eten te brengen, hem naar de mond te praten zodat hij zich goed voelt in zijn koningsbedje. Hij heet Henk toch? Koning Hendrik de eerste of de tweede? Hoeveel slaven heeft hij eigenlijk?
B: [geirriteerd en beduusd] Ja, wat moet ik dan! Het is mijn vader!
A: Je hebt gelijk….je bent een soort prins, jouw vader de koning. De erfenis is natuurlijk aanstaande. Dus…
B: [onderbreekt, boos] Het gaat niet om de erfenis Arno!
A: [vrolijk] Volgens mij moet jij jouw naam veranderen….. naar Google. Hey Google…breng me thee. Hey Google…doe mijn boodschappen. Hey Google…wil je even je mond houden? Hey Google…wat is de weersverwachting? Hey Google…
B: [glimlachend] Nou….dat zou inderdaad geen gek idee zijn. Koning Hendrik en prins Google…..[lacht]

B: Ik baal eigenlijk voornamelijk van mijzelf Arno. Mijn vader is echt ziek, depressief, al tientallen jaren, maar nu heel erg. En nu jij beschrijft hoe het systeem is, schrik ik eigenlijk. Het is echt zo, ik ben heel voorzichtig met hem, behandel hem als een koning en uiteraard rekent hij hierdoor op mijn hulp. Maar ik ben zo ongelooflijk gesloopt, ik kan niet meer.
A: [vrolijk] Misschien wordt hij wel negentig! Koningen kunnen heel oud worden, kijk maar naar Elizabeth!
B: Oh man….daar moet ik niet aan denken!
A: [boos] Jij gunt jouw vader dus geen lang leven!
B: Jawel….maar ik wil niet meer zo dienend zijn, dat moet echt veranderen!
A: Wat zeg je? Hey Google…doe eens…
B: [onderbreekt, duidelijk] Ik heet Bastiaan! Ik ga met hem in gesprek. Dit moet veranderen!

Twee weken wandelt Bastiaan weer de Bloeikas binnen.
A: [opgewekt] Hey Google! Hoe is het?
B: [breeduit lachend] Veel beter man.
A: Hey Google…wat is er gebeurd

Bastiaan vertelt dat het inzicht in het gezinssysteem hem liet realiseren dat hijzelf iets moet veranderen en hij niet zijn vader de schuld moest geven. Dat was verwarrend én verhelderend. Hij ging het gesprek aan met zijn ouders. gaf aan meer eigen ruimte nodig te hebben en dus niet meer iedere dag naar ze toe te gaan. Hij sprak een andere frequentie af en liet zijn ouders meegenieten van Hey Google….Dat is nu een soort kreet in het paleis van Koning Hendrik geworden.

B: Ik vond het oprecht moeilijk het gesprek te voeren, ik bemerkte dat ik mijn moeder niet wilde opzadelen met nog meer. Tegelijkertijd gaf de weerstand tegen mijn vader hem ook een soort van….zelfstandigheid ofzo….Hij moest echt lachen om Hey Google en Koning Hendrik. Het gesprek werd zelfs een beetje gezellig….Ik denk dat mijn vader echt inziet dat ik ruimte nodig heb, dat hij me claimt en dat onbewust doet. Het belangrijkste is dat ik me heb uitgesproken, ik vond het eng, maar uiteindelijk viel het mee….en ervaar ik meer ruimte.