Jeroen is de Alabastine

Jeroen is een man van rond de veertig jaar, werkt als manager in de financiële sector en voelt zich niet gelukkig. Hij heeft een opgeruimd voorkomen, beleefd en binnen de lijntjes. Hij ervaart zijn leven als te druk en weinig tijd voor zichzelf.

J: [glimlachend] Ik vind het leven inderdaad wel een beetje vol.
A: Een beetje vol….tja…..lijkt me niet echt een probleem. Bovendien vertel je het me met een glimlach….dus wat is precies het probleem?
J: [glimlachend] Nou, ik heb wel wat aan mijn hoofd.
A: [kijkt naar zijn hoofd]…ff kijken….ja! ik zie het. Je hebt twee oren aan je hoofd en ook een neus….Dan heb je twee ogen….die zitten meer ín jouw hoofd. En dan heb je ook nog haar óp jouw hoofd. Dus zijn het jouw oren of jouw neus waar je dan last van hebt?
J: [glimlachend]. Nou nee….dat was figuurlijk bedoeld natuurlijk.
A: [vrolijk] Ja natuurlijk, dom van me…..hoe bedoel je het dan letterlijk?
J: [glimlachend] Nou, het is soms wel druk thuis.
A: [vrolijk] Ja, met drie kinderen én een vrouw is het wel druk inderdaad. Lijkt me niet echt een probleem toch? [kijkt Jeroen nadrukkelijk aan] Vertel.nog.eens. heel.duidelijk……Wat..is..PRECIES..het probleem? En echt HEEL PRECIES.
J: [glimlacht, wil beginnen]
A: [onderbreekt]…En dus echt heeeeel precies Jeroen.
J: [glimlachend, beetje ongemakkelijk en stamelend] eh…nou…dat is wel moeilijk…eh….wil je het precies weten?
A: Nee, je moet goed luisteren Jeroen….ik wil het niet precies weten….maar HEEL precies. Snap je? Eigenlijk een beetje als een Zwitsers uurwerk. Dus to the point. In de roos. Zodat ik het precies snap. Anders werkt het natuurlijk niet. Dus niet figuurlijk….maar letterlijk…..
J: [glimlachend wil hij beginnen]
A: [onderbreekt weer] Dus zo duidelijk als mogelijk! Zo scherp als een koksmes! Zodat iedereen het helemaal snapt. Een nul of een één. Soort digitaal horloge eigenlijk. Nog exacter dan een Zwitsers uurwerk…een soort atoomklok. Zoiets….heb jij eigenlijk een goed horloge?
J: [geirriteerd…geeft toch antwoord…met een kleine glimlach]. Jazeker. Een mooie Longines….
A: [geinteresseerd naar horloge] Laat eens zien? Wow, mooie plaat. Hoe lang heb je hem eigenlijk al? Kadootje van jouw vrouw zeker? Of zelf aangeschaft? Nice…uh….waar waren we ook alweer? Hoe laat is het eigenlijk?
J: [geirriteerder] Het is kwart over twee! Laat me nu eens uitleggen wat het probleem precies is! Ik heb gewoon veel te weinig tijd voor mijzelf!
A: [duidelijk] Dat is niet heel precies Jeroen! Hoeveel te weinig tijd?
J: Nou, vroeger deed ik veel meer dingen voor mijzelf en….
A: [kijkt beetje verliefd naar buiten] Ja…..vroeger Jeroen…..langs het tuinpad van mijn vader….toen Ajax nog echt op Champions League niveau meedeed….toen koningin Beatrix er nog was…..die goeie oude tijd….het gaat wel veel over tijd vind je niet? Hoe laat is het eigenlijk?
J: [luid] Ik doe gewoon niets meer voor mezelf, Karien en de kinderen vragen zoveel tijd….en ook in mijn team loop ik continu alle gaten dicht….het is gewoon teveel….
A: [heel vrolijk] Jij bent dus gewoon Alabastine!
J: [verbaasd en beetje geirriteerd] Wat?! Waar slaat dat nou weer op
A: Jij ziet er wel heel netjes uit, maar eigenlijk ben jij gewoon vulmiddel….allesvuller. Superhandig, iedereen gebruikt het, als er een gat is, smeert het in het gat en flikkert het weer in de kast. Heel belangrijk, en volkomen onzichtbaar. Net als jij…..jij vult alle gaten en niemand die het ziet.
J: [beduusd] …..shit….ik ben niet blij met het beeld…..maar het klopt wel een beetje.
A: Dat stelt me teleur, is niet goed genoeg….het klopt maar een beetje?!
J: [vermoeid] Nee, meer dan een beetje….het klopt precies!
A: Ah, fijn dat je nu eindelijk duidelijk bent….het klopt precies…als een bus dus. Doe je eigenlijk ook een teamsport?
J: Ja, ik hockey….
A: Op welke positie?
J: [stil…..na een tijdje] Daar doe ik het ook! Ik sta links, eigenlijk mid, maar ook achter en voor…..ook daar….ook daar loop ik alle gaten dicht.[beduusd]

Jeroen laat het even bezinken, ik vul de karaf met water en ga weer zitten. Na een tijdje kijkt Jeroen me aan en begint te lachen.

J: [opgelucht] Shit Arno, dat is het precies. Ik voel me inderdaad soms gewoon vulling, ik ren de benen onder mijn lijf vandaan, zowel zakelijk als privé, en iedereen doet net alsof het heel gewoon is.
A: Dat is het ook, dit is jouw patroon en het systeem is daarop afgestemd. Het is dus heel gewoon.
J: Ja dat snap ik….maar niemand ziet hoe druk ik het heb.
A: Zeg je dat wel eens? Laat je dat blijken dan?
J: Ik ben het ook normaal gaan vinden….
A: Precies!
J: En soms vind ik het oprecht prima om Alabastine te zijn….maar ik mis mijn eigen tijd.
A: Gelukkig heb je een mooi horloge en kun je jouw eigen tijd aflezen.
J: [lacht] Zo is dat. Dank voor het inzicht man. Ik ga eens wat meer gaten laten vallen…..misschien heeft iemand anders nog Alabastine in de kelder….en dan ga ik weer eigen tijd invullen voor mijzelf!
A: Zeg dat nog eens? Wat zeg je precies?
J: [voluit] Dan ga ik eigen tijd invullen voor mijzelf!!

Vader, zoon en twee zakdoeken.

Ronald is de zoon, hij is vijfenveertig jaar en werkt als chirurg. Zijn vader heet Jaap en stopte vijftien jaar geleden als huisarts. Vorige week kwamen ze voor een vader en zoon gesprek en stapten gereserveerd de Bloeikas binnen. De mannen voelen zich duidelijk niet op hun gemak.

‘Toen mijn vader overleed, wist ik precies hoe het tussen ons zat’ zeg ik tijdens mijn verhaal. Op dat moment kijkt Ronald naar zijn vader, die stuurs voor zich uit kijkt. Ronald zoekt contact, schraapt zijn keel en kijkt naar zijn vader. Jaap reageert niet, lijkt iets af te wenden. ‘Er is altijd veel liefde tussen vaders en zonen, maar ze vinden het ingewikkeld dit te tonen en hierover te praten’. Opnieuw zoekt Ronald tevergeefs contact. Jaap negeert Ronald compleet. Ik besluit om het gesprek te verleggen.

A: Jaap, ik zie dat Ronald contact met je probeert te maken, merk je dat niet?
J: Eh, nee, eerlijk gezegd niet echt.
A: Niet echt, maar wel een beetje toch Jaap?
J: Nou….
R: [lijkt te twijfelen] Pap?
J: [geagiteerd] Ja?!
A: Mannen, ik zeg wat ik zie. Het is mijn waarneming. Niet meer en minder. Benieuwd hoe jullie het ervaren. Ik zie dat Ronald een aantal keren nadrukkelijk contact met Jaap zoekt, maar Jaap doet alsof hij het niet merkt. Mijn waarneming is dat Jaap het wel merkt, maar niet weet hoe te reageren, en daarom verder afstand neemt. Dit doet Ronald zichtbaar pijn en verdriet. [dan kijk ik Jaap aan] En vermoedelijk jou ook.

Jaap slaat zijn ogen neer. Ronald is gespannen. Ik laat de stilte. Jaap speelt met zijn trouwring. Ronald kijkt naar mij. Het blijft stil.

A: Nu het zo lekker stil is, zet ik ff een plaatje op. Het heet papa, van Stef Bos. Misschien kennen jullie het wel.

Ronald en Jaap beginnen allebei te schuiven op hun stoel, er volgt een diepe zucht van beide kanten…..het voelt alsof ze zich overgeven.

Tijdens het lied komen de tranen bij Ronald, Jaap kijkt naar de grond, zeker niet naar zijn zoon, het lijkt alsof hij met kracht probeert zijn emoties te bedwingen.

A: Jaap! Kijk eens naar je zoon!
J: [staart naar de grond]
A: [Ik sta op en zeg vrolijk] Ok mannen. We stoppen! Jullie hebben lekker gepraat toch?

Jaap staat automatisch ook op en blijft een beetje onhandig staan. Ronald blijft stilletjes zitten. Voor het eerst draait hij naar Ronald, die met zijn hoofd in zijn handen zit. Jaap twijfelt, zet een stap richting zijn zoon en zakt door zijn knieën. Ronald grijpt zijn vader vast en Jaap omarmt hem. Er volgen veel tranen, een heel lange knuffel en zachtjes worden woorden gewisseld. Ik kan het niet horen, en eerlijk gezegd ben ik zelf écht geraakt dus ga maar zitten en aanschouw het tafereel.

Na enkele minuten laten ze elkaar los, er wordt verlegen en opgelucht gelachen, beide halen een zakdoek uit hun broek en snuiten hun volgelopen neus.

A: Zo! Er is contact zie ik! Vertel eens, hoe zit het eigenlijk tussen jullie?

Jaap begint te vertellen over zijn leven als huisarts, het te vroege overlijden van zijn eerste vrouw (van wie hij de trouwring nog draagt) en hoe hij het gezin met drie opgroeiende kinderen droeg. Hij werkte hard, was een geliefd huisarts, maar vond het gezin in zijn eentje draaien heel moeilijk. Hij kreeg snel na het overlijden van zijn vrouw een relatie, hij noemt het een vlucht, na twee jaar was het voorbij. Ronald ging als eerste studeren, de andere twee dochters verlieten het huis later. Jaap vertelt dat het als een opluchting voelde toen alle drie het huis hadden verlaten, en dat gevoel vond hij ingewikkeld. Jaap vertelt uitgebreid over hoe zwaar hij deze periode vond en hoe moeilijk hij het vond dat Ronald uit huis ging. Hij benoemt zijn onzekerheden en twijfels, soms geëmotioneerd, hij is helemaal open gegaan. Ronald luistert aandachtig en af en toe met ongeloof. Is dít zijn vader?! Ook benoemd Jaap hoe trots hij was toen Ronald medicijnen ging studeren, uiteindelijk als chirurg afstudeerde en nu al ruim tien jaar werkt. Al die tijd kijkt hij naar het vuur in de kachel, hij kijkt ons nauwelijks aan. Ronald golft mee met de emotie van zijn vader, hij is goed op hem afgestemd en lijkt te voelen hoe het voor zijn vader moet zijn geweest. Na een monoloog van twintig minuten kijkt Jaap op, eerst naar mij, en vervolgens, met moeite, durft hij Ronald aan te kijken.

R: Jezus pap!

Ze kijken elkaar aan en Ronald legt zijn hand op de onderarm van zijn vader. De sfeer is totaal veranderd.

A: Goed Jaap, prachtig verhaal! Maar geen antwoord op mijn vraag, hoe zit het eigenlijk tussen jullie? Misschien kan Ronald hier zijn kijk op geven?
R: Jezus pap….nou, ik weet ff niet waar te beginnen.

Vervolgens vertelt Ronald zijn hele verhaal. Ook mooi, verdrietig en herkenbaar. Na ongeveer tien minuten blijft wederom de onderlinge relatie onbesproken.

A: [Met grote lach] Mooi verhaal Ronald. Maar het zit in de familie volgens mij, ik wil nu gewoon antwoord op mijn vraag!

Ronald en Jaap zijn nu een team, tegenover mij, en hebben heel veel lol. ‘Het is inderdaad waar, we kunnen blijkbaar wel een verhaal vertellen, maar niet tegen elkaar hoe het zit ofzo.’ De mannen lachen, er is verbinding, maar ik krijg geen antwoord op mijn vraag.

Ik speel een teleurgestelde man. ‘Als jullie mijn vraag niet willen beantwoorden, dan is dat maar zo….stelletje medische….’

J: [kijkt Ronald aan] Arno, ik wil je best antwoord geven. [kijkt trots, bij het uitspreken is hij zichtbaar geëmotioneerd]. Ik hou heel veel van Ronald, en…..[emoties nemen over].
R: [betraand] …ik zoveel van jou pap…..

Ronald omarmt zijn vader, tranen, opluchting en wederom een grote lach gevolgd door twee zakdoeken.

Later is allang begonnen.

Sinds enige tijd heb ik Rudolf in coaching. Een man van 45 jaar, opgegroeid in een ondernemersgezin, zijn ouders hadden vier winkels, op zijn 22e kwam Rudolf ‘in de zaak’. Hij werd op zijn 32e directeur en eigenaar. Zes jaar later verkocht hij de winkels nadat zijn ouders waren gestopt. Momenteel is hij directeur van een bedrijf met 130 werknemers. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Sinds een jaar voelt hij zich niet meer goed, energie neemt af en is kortgeleden bij de huisarts geweest vanwege lichamelijke klachten.

Hij komt altijd binnen met een hoog energieniveau, goedlachs, altijd in voor gezelligheid en voordat hij binnenkomt is hij altijd aan het bellen. Zo ook deze keer…

A: Hé directeurtje! Klant aan de lijn?
R: Pffff…man man
A: Was het je vrouw?
R: [flauwe glimlach] ….onze productie loopt vast vanwege leveringsproblemen, twee mensen uit mijn management zijn ziek en zojuist hoorde ik dat mijn vader voor de derde keer in het ziekenhuis ligt.
A: Directeurtje, kom eens zitten. [energiek] Man, man wat een leven. Dat jij nog staat! The last man standing. Dat vind ik wel mooi aan jou! Lachen toch?! Lekker hard werken, actie in de tent! Dit is zoals ik je ken!
R: [vermoeide blik, staat nog steeds] Ik weet even niet meer waar ik het moet zoeken…alles komt tegelijk.
A: [pakt bij schouder] Directeurtje….kom eerst eens ff zitten. Of wil je al weer weg? Vind ik ook prima!…….. [R gaat zitten] Ik zou er gewoon mee stoppen als ik jou was. Vrij simpel. Je hebt toch een financiele buffer, je bent klaar met het gezeur en jouw vader heeft je nodig. Wat is eigenlijk het probleem?

R: [diepe zucht, flauwe glimlach en begint te vertellen] Makkelijk lullen Broere!, wat is eigenlijk het probleem? Al mijn hele leven ben ik aan het werk, bezig met de zaak, ouders die het druk hadden….[bla bla bla]….Ook tijdens de eerste jaren in de zaak altijd drukte, gedoe met personeel, maar ik vond het ook mooi….[bla bla bla] En de verkoop van de winkels was natuurlijk emotioneel pittig, maar zakelijk een topbeslissing, en ik vond het ook gaaf dat het lukte….[bla bla bla] En toen moest ik me zo nodig weer inkopen in deze zaak…mijn pa had altijd commentaar, wist het altijd beter….En nu de laatste jaren gaat het zakelijk ook goed, we groeien, ik krijg de boel aan de praat, maar nu met mijn pa….ik had het altijd over later. Later als ik groot ben, of later als ik met pensioen ga….[bla bla bla] Weet je, ik wordt helemaal gek van mezelf. Ik moet altijd overal een mening over hebben, ben altijd bezig, sta altijd aan, vind alles leuk, zakelijk belangrijk, ik loop de hele dag te rennen….En doe het allemaal voor later ofzo. Maar nu met mijn vader…die deed dat ook….. voor later….[R laat zijn hoofd in zijn handen rusten]

Het voelt alsof hij helemaal leeg is, alsof hij zijn hele leven opnieuw heeft beleefd en zich overgeeft. De energie is he-le-maal weg.

A: [schopje tegen knie, guitig, uitdagend] Weet je directeurtje? Ik vind dat je nogal overdreven reageert, je hebt het een beetje druk, wat kleine tegenslag en je ligt direct op apegapen. Tjongejonge zeg. Vroeger…….in de tijd van jouw vader waren er nog échte ondernemers……niet klagen maar dragen! Jouw vader had toch gelijk. Je bent geen echte ondernemer! Maar gelukkig leeft je vader nog, dus die kun je gewoon weer om advies vragen.
R: [ongeloof, bozig en vervolgens staat hij op, hoog tempo]. Ik geen ondernemer! Heb je net niet geluisterd? Wat ik allemaal doe, hoe hard ik werk, hoe ik leerde, hoe betrokken ik ben en hoe ik het familiebedrijf verder bracht…..[stopt, kijkt me verbaasd aan]

R: Arno, weet je dat ik mijn vader nooit heb verteld hoeveel ik van hem heb geleerd, hoe ik tegen hem opkeek, ik vond hem altijd een betweter, vervelend omdaf hij altijd weerwoord had, maar ik heb zo ongelooflijk veel van hem opgestoken, overgenomen en écht gezien wat ondernemen betekent. En hij wist heel goed oplossingen te vinden en indien buiten zijn invloedsfeer juist daarin te berusten…

De energie komt terug, de lach en de trotse Arthur komt tot leven….Arthur vertrekt, ik blijf een beetje verbaasd achter.

Twee weken later is Arthur er weer. Als ik hem vraag naar wat er nu gebeurde vorige keer antwoord hij: ‘Het voelde als een achtbaan, jouw geplaag maakte me boos en ook energiek. Mijn blik op mijn vader veranderde. En toen ik me realiseerde dat er problemen zijn die ik kan oplossen en situaties waarin ik geen invloed op heb, zoals mijn vader altijd zei, ontstond er enorme ruimte en voelde ik dat ik de goede dingen doe. En meer dan dat kan ik niet.’

Met een warme glimlach vertelde Arthur dat hij bij zijn vader was geweest en hem verteld hoe veel hij van zijn vader had geleerd en zijn strubbelingen in het leven, hard werken voor later enzo. ‘En toen zei mijn vader: Arthur, later is allang begonnen’

Er volgde een mooi vader en zoon gesprek, Arthur realiseerde zich dat hij nog steeds de goedkeuring van zijn vader zocht, het gesprek deed hem enorm goed. Arthur zijn vader is overigens weer thuis….

Waarom geven we apen zwemles?

Rudi komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, hij werkt als manager op de Zuidas, is 43 jaar en loopt vast. Hij komt een beetje over als een nerd, slim, bril en vooral op de feiten en inhoud.

A: [enthousiast] Rudi, de eerste keer dat ik je zag dacht ik direct: dat is een slimme man, en ook een echte nerd!
R: [beetje in de war] Een echte nerd?!
A: [met kracht] Ja man, bril, kijkt slim uit zijn ogen, beetje klunzig, beetje techneut, een echte nerd dus!
R: En is dat goed of slecht?
A: Tja….ik heb geen idee…wat vind je eigenlijk zelf?
R: Ik ben wel goed in mijn vak!
A: [flauwtjes] Tja….dat zal wel.
R: [passievol] Weet je? Misschien ben ik wel een nerd, maar ik weet precies waar ik het over heb, ik ben een echte technoloog en kon me helemaal verliezen als ik in het lab werkte. Dat was te gek!
A: Wat is dan eigenlijk het probleem?
R: Sinds ik manager ben…tja…weet ik het niet meer ofzo….raar toch?
A: Volgens mij ben je een aap met zwemdiploma’s!

Veel managers die bij me in coaching komen zijn zonder dat ze het beseffen in een totaal andere context belandt. Ze lopen vast en begrijpen niet precies hoe het komt. Veel organisaties vragen vaardigheden van werknemers die niet natuurlijk voor ze zijn, waar ze te veel moeite voor moeten doen.

Apen horen in de jungle, daar weten ze hoe het werkt, waar ze veilig zijn, waar ze voedsel halen, waar ze kunnen slapen et cetera. Organisaties gooien die apen vaak in de zee, geven ze zwemles, diploma A, B en C én een cursus reddingzwemmen om ze vervolgens aan de slag te laten gaan. Die apen moeten dan ongelooflijk hard werken om zich staande te houden, ze kunnen wel een beetje zwemmen, maar nooit zo goed als de andere dieren in de zee, de vissen.

Dus werknemers krijgen allerlei trainingen, communicatietraining, conflicthantering, positieve feedbacktraining et cetera. Diploma A, B en C dus….terwijl die apen het helemaal niet echt vóelen, echt snappen waar ze terecht zijn gekomen. In de zee wordt een andere taal gesproken, is een ander ritme, en zijn andere vaardigheden van belang. Dus ze werken zich het apelazarus, gebruiken veel meer energie dan de vissen en nóg lukt het niet. Terwijl ze vroeger in de jungle moeiteloos in bomen klommen, via lianen van de ene naar andere plek gingen en vanuit hun oorsprong konden functioneren.

Organisaties moeten beter nadenken over in welke context hun mensen goed functioneren, een goede technoloog hoort in zijn jungle. Uiteraard moeten ook de mensen zelf goed beseffen waar ze moeiteloos hun werk kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat er soms hard gewerkt wordt voor resultaat, maar alle energie die een aap verliest in de zee kan hij niet steken in zijn werk in de jungle. Daar waar hij kan excelleren.

Nadat ik Rudi had meegenomen in bovenstaande was hij stil…hij keek me geroerd en verbaasd aan. We praatten nog een beetje na en Rudi vertrok. Twee weken later zag ik hem terug.

A: Hoe is het ondertussen met je?
R: Ik ben een aap met zwemdiploma’s. Ik hoor niet in de zee! ……[lange stilte]………
R: [met overtuiging en grote lach] Ik ga terug! Terug de jungle in!
A: [argwanend] Nou Rudi…rustig aan jongen. Ik zie het jou niet doen!
R: [lacht]…echt!
A: Wil je een banaan om het te vieren?!

Frank doet zwaar depressief.

Frank komt de Bloeikas binnen, hij komt voor zijn tweede sessie. Hij heeft de diagnose zwaar depressief gekregen, staat op een wachtlijst voor behandeling, zoekt tussentijds hulp en komt daarom bij mij.

Hij is 24 jaar, woont nog thuis, heeft problemen met studeren, benoemd een laag zelfbeeld en onzeker over zichzelf en de toekomst. Hij straalt somberheid uit, zwarte kleding en een sombere blik. Hij vermijd zoveel mogelijk oogcontact en doet continu zijn mouwen over zijn handen. Alsof hij zich zo weinig mogelijk wil laten zien.

Het gesprek gaat over zijn afgelopen week, het vermijden van mensen en situaties en ook over zijn pestverleden. Ook hebben we het over echt authentiek gedrag en net alsof. Daar heeft hij een enorme hekel aan. Ik maak veel lol met hem en er is al veel meer lach en energie dan in de eerste sessie.

A: Wat is nu precies het probleem?
F: [vaag] Weet ik eigenlijk niet. Het is….tja….onzekerheid of laag zelfbeeld?
A: Hoe onzeker ben je dan? Tussen de nul en de tien.
F: [moeizaam] Nou…een twee of zo?
A: Ben je er zeker van?
F: Mwa…ja…zoiets.
A: [vrolijk] Klinkt inderdaad niet heel zeker…..dus die onzekerheid klopt! Mooi. En dan ff jouw zelfbeeld….hoe verschrikkelijk ben jij?
F: [zwaar] Nou….het is wel laag….ja….
A: Hoe voel jij je als je alleen in een ruimte bent, bijvoorbeeld op jouw kamer?
F: [veert op, licht] Dan ben ik best optimistisch, vrolijk en druk…
A: [verbaasd] Huh? Dus je zit hier als een zoutzak, somber met zwarte kleren en een zwaar gemoed. En als je dan alleen bent…..dan ben je optimistisch? Vrolijk? En….druk? [lacht hard]
F: [opener met twijfel en glimlach] Ja….eigenlijk wel….
A: [lacht weer] Nu ben ik echt volkomen in de war! Dan is jouw zelfbeeld toch niet heel laag? Je vind jouzelluf dan wel leuk toch?! Of niet….ik weet het echt niet meer….jij?
F: [lacht] Nee…maar als ik dan ineens vrolijk ga doen…..met die mensen om mij heen….dat is toch heel raar? Dat zijn ze niet van me gewend…dan snappen zij er niets meer van. En het voelt ook raar voor mijzelf.
A: Dus ff voor mij…..ik ben geen psycholoog en al helemaal geen psychiater…dus waarschijnlijk zit ik er helemaal naast. En ik heb geen ervaring met gevallen zoals jij, die ZWAAR depressief zijn. Maar let op: Dus, ook al VOEL jij je vrolijk….dan DOE je somber….omdat anderen het anders raar vinden? Klopt dat?
F: [verward] Ja….volgens mij wel….het is toch raar dat ik dan vrolijk doe als ik zwaar depressief ben?
A: [doet in de war] Ja maar….huh….als je vrolijk BENT en alleen? Dan doe je wel vrolijk?
F: Ja! Als ik alleen op mijn kamer ben….dan wel!
A: Hoe doe je dat dan? Hoe uit je dat?
F: [lacht ongemakkelijk….alsof hij iets niet durft te zeggen] ff nadenken.
A: [tikje tegen voet] Nee! Niet nadenken, gewoon zeggen! Ik wil het weten.
F: [gespannen verlegen lachje] Nou….in mijn kamer, dan luister ik leuke muziek, ben ik best op mijn gemak en zelfs af en toe dansen!
A: [staat op] Huh!!!!!! Dus dan kan de zoutzak ineens bewegen? En dansen???? En ZINGEN?????? Hoe zit dat dan met authentiek gedrag en net alsof…..Ik ben helemaal de weg kwijt Frank…

Frank voelt zijn authentieke gedrag en neigingen dus wel, maar heeft door zijn ontwikkeling, pestverleden en continu op- en aanmerkingen afgeleerd om zichzelf te zijn. Alleen als hij alleen is durft hij dat….en is hij best wel positief. Tijdens het gesprek vertelt hij hoe hij is gevormd, ervaringen in jeugd, hoezeer in zijn thuissituatie het moeilijk is om een echt gesprek te voeren, de mantel der liefde, net als of gedrag.

A: Dus ff voor mij….jij….de depressieve zwartgeklede zoutzak…bent dus best optimistisch en vrolijk?
F: [grote lach] Ja!
A: [kijkt met warmte aan, hand op schouder] En waarom lieve jongen……waarom laat je dat dan niet meer zien?
F: [in één klap klein en onzeker] ik…ik weet niet hoe dat moet..

Frank moet enorm huilen.

A: Maar JIJ hebt dus geen laag zelfbeeld, jij DENKT dat anderen dat van jou hebben. En als anderen jou zien ga je somber doen en alleen voel je je vaak prima. [opgewekt] En jij kunt echt geweldig goed toneelspelen, daar zou je iets mee moeten doen. Of misschien moet je gaan werken met blinden. Die zien niet hoe depressief of vrolijk je eruit ziet!
F: [glimlacht] Dat zou echt goed zijn!

We besluiten de sessie, Frank gaat in gesprek met diegene in zijn vriendengroep bij wie hij zich het veiligst voelt, en zichzelf echt tonen.

Als hij naar vertrekt loopt hij best kwiek….

A: Hohohoho Frank….pas op, je gaat weer naar buiten….daar zien mensen je….dus je moet zo lopen [Ik slot met gebogen rug en kijk half uit mijn ogen].

Frank loopt lachend naar buiten….

Ik ben echt verbaasd, Frank dóét zoals de diagnose zwaar depressief vraagt, hij loopt al enkele jaren met klachten en is zo vergroeid geraakt dat hij richting zijn omgeving niet durft te veranderen…

De weken erna zie ik hem vrolijker worden, eerlijker en lichter. Hij durft wat meer, krijgt weer structuur en is aan het veranderen. Dit is niet makkelijk, zijn omgeving was inderdaad gewend aan zijn depressieve rol en reageerd soms ongemakkelijk. Wel maakt hij stappen.

Hij vertelt me dat hij zich juist serieus genomen voelde door de humor en het absurde. De gedachten die hij had, benoemde ik letterlijk, ook al waren ze heel vreemd. Juist dát benoemt hij als verbindend.

Het is dat ik ooit een heel goede provocatief coach heb gehad….en dat ik me veel beter voel dan destijds…..anders zou ik direct weer gaan. Wat een vak!

Inez wist het eigenlijk al

Inez is een jonge vrouw van eind twintig, ze komt voor haar vierde sessie, de aanleiding is vermoeidheid. De eerste keer dat ze kwam was ze uitgeput en lusteloos, na die eerste sessie is ze via de bedrijfsarts ziekgemeld. De jaren hiervoor waren heel erg roerig, Inez had te maken met verlies en rouw, veranderingen van werkgever, oppakken van studie en een impactvolle verhuizing. De rust deed haar goed, de gesprekken over grenzen, haar patronen en  doorzetten gaven inzicht.

We zijn twee maanden in gesprek, ze is opgeknapt, voelt meer rust en stevigheid en we zijn in gesprek over haar relatie.

A: Hoeveel ruimte ervaar jij thuis?
I: Nou, nu overdag is het heerlijk. is Alfred aan het werk, en ik geniet en het is rustig.
A: Dus eigenlijk moet Alfred maar weg.
I: [geschrokken] Nee….natuurlijk niet!
A: [lacht] Nee, tuurlijk niet. Wat moet je zonder hem.
I: [weifelend] Ja….eh…precies dat
A: En met al die ruimte die je zelf kunt invullen. Hij bepaalt gelukkig hoe jij die indeelt en hoe jij jouw leven inricht. Dus dat is wel fijn, hoef je dat zelf niet te doen. Bovendien, in deze tijd, een vrouw alleen…….wil je nog een kop koffie?
I: [afwezig] eh, ja……

Ik sta op om koffie te maken. Inez blijft zitten.

Ze heeft in een eerder gesprek vertelt dat haar vriend zakelijk plannen heeft die ingrijpend zijn voor haar, wederom een verhuizing, meewerken in zijn bedrijf en daarmee het loslaten van haar eigen koers.

Als ik terugkom zit ze door het raam te staren, ze is in gedachten verzonken. Nadat ik ben gaan zitten kijkt ze me verbaasd aan.

I: eh, wat bedoel je eigenlijk?
A: Nee niks, je had toch geen melk in jouw koffie?
I: [verward] huh, nee. Of nou ja.
A: Precies dat. Lijkt me gewoon beter. Geen melk en vooral geen suiker. Dus wanneer gingen jullie ook alweer op wintersport?
I: [geïrriteerd] Wat bedoelde je net!
A: Gewoon, jullie zouden toch gaan skiën?
I: Nee….daarvoor!
A: [quasi verbaasd, lacht] Gaan jullie daarvoor ook skiën? Wat bedoelde jij nu eigenlijk?
I: Nou, over de relatie met Alfred!
A: Ah, dat. Het is fijn dat hij jouw leven indeelt toch? En wat zou jij zonder hem moeten. Hij brengt stabiliteit, toekomst en jij kunt je heel goed schikken. Dus dat bedoel ik….En jij hebt ook niet veel nodig, zeker geen ruimte toch?
I: [voorzichtig] Nou….wat je nu zegt, daar heb ik wel over nagedacht.
A: [tik op knie] Fijn! Dat is altijd goed. En je bent tot de conclusie gekomen dat het goed is toch?
I: Als het gaat over ruimte….en MIJN leven….Alfred doet helemaal zijn eigen ding. Hij gaat helemaal voor zijn nieuwe zaak, of ik het nou leuk vind of niet. Hij zegt dat hij het samen met mij wil doen….maar….


Inez vertelt dat ze zich nu realiseert hoeveel ze aanpast, dat ze na haar roerige jaren een soort veiligheid bij Alfred voelde, maar haar eigen koers helemaal heeft losgelaten. Nu merkt ze hoeveel hij bepaalt en hoe weinig rekening hij met Inez houdt. Tijdens het gesprek merkt ze dat het al heel lang dwarszit, maar dat ze het nooit eerder zo kon zien. Ze is nu bezig haar grenzen beter aan te geven op haar werk, en merkt hoe goed dat voelt en ook wat het aan ruimte en lucht oplevert. Ze realiseert zich nu hoe ze dat thuis ervaart. Ze gaat een beetje beduusd naar huis en ook met een duidelijke opdracht om het thuis te bespreken.

Twee weken later komt ze de Bloeikas binnen. Ze wil me duidelijk iets vertellen.

A: [vrolijk] Vol verwachting klopt mijn hart…vertel Inez!
I: [stralend] Ik heb de relatie verbroken!

Ze vertelt me hoe ze het de avond na onze sessie aan Alfred voorlegde, ze gaf aan dat ze niet nogmaals wilde verhuizen en geen zin had om met hem te gaan meewerken in zijn nieuwe zaak. Hij schrok ervan en het was een pittig gesprek. Toen ze er een paar dagen later nogmaals over spraken bleek dat hij niet voornemens was zijn plannen aan te passen, zijn nieuwe zaak en de verhuizing kregen prioriteit boven de relatie.

Toen maakte Inez het uit. Vertrok, nam haar spullen mee naar een vriendin waar ze tijdelijk kan inwonen. Uiteraard was er verdriet bij haar, maar tegelijkertijd een enorme opluchting. Ze besefte hoeveel ze was aangepast en dat ze haar eigenheid en koers had losgelaten vanuit angst en de geboden veiligheid.

Nu voelt zich weer krachtig, met plezier in werk, weer aan het opbouwen, geeft grenzen duidelijker aan en ervaart heel veel ruimte om haar eigen leven vorm te geven.

Na deze sessie heb ik haar nog twee keer gezien, ze is op koers, voelt zich vrij en ziet ook vooral in hoe haar patroon versterkt werd in onzekere tijden. Terugkijkend liet ze haar eigenheid gaan toen ze vijf jaar geleden in zeer roerige tijden verzeild raakte.

Ze durft weer te spelen, maakt eigen keuzes, voelt zich luchtiger en heeft weer de energie om zich te richten op datgene wat voor haar belangrijk is.

I: Toen we elkaar vier maanden geleden voor het eerst spraken had ik dit nooit verwacht. Maar als ik heel eerlijk ben wist ik het eigenlijk al heel lang, dat dit een keer ging gebeuren. Het was moeilijk, maar ik ben heel erg blij dat ik de keuze heb gemaakt.

Fryslan boppe Jelle!

Jelle komt voor de derde sessie de Bloeikas binnen. Hij is net veertig geworden, is een slimme man die na de TU Delft bewust weer naar Friesland is teruggekeerd om te wonen en werken. Sinds negen maanden is hij manager van de afdeling innovatie en ontwikkeling van een groot zuivelconcern.

Jelle is een beetje introvert en een man wiens brein overuren draait. Ook heeft is hij een geboren Fries met dito tongval. Hij vond het erg spannend om in coaching te komen, zeker naar een positief provocatief coach, maar na twee sessies begint hij het leuk te vinden.

A: Hoe zat het ook alweer Jelle? Ik vergeet telkens waarom je hier bent.
J: [kijkt naar zijn handen] Nou, ik weet niet of ik mijn werk nog leuk vind….
A: Kijk Jelle, dat weet ik wel!
J: [Kijkt op]. Nou, hoe dan?
A: Dat is mijn werk….snap je? Een geboren Fries die notabene Jelle heet gaat na het gymnasium naar de TU Delft….daar zijn allerlei niet Friezen, die ook leuk blijken te zijn….na vier jaar natuurlijk afgestudeerd….cum laude eigenlijk?
J: Nee….net niet…
A: Wat is cum laude eigenlijk in het Fries? In het Nederlands is het volgens mij met lof ofzo….wat is lof in het Fries?
J: [veert op] Dat is priizgje?
A: Wat?
J: PRIIZGJE….Dat is het. Dus cum laude is Mei Priizgje!
A: [lach] Nou Jelle, sil ik et efkes in it Frysk probjerje? Frysllan boppe!
J: [grote lach] Doch dat mar net, it hat gjin sin!
A: [geïrriteerd] Ben je me nu aan het corrigeren? Daar ben ik niet van gediend…
J: Oh, sorry Arno. Dat is niet mijn bedoeling…dit soort dingen gebeurd me ook telkens vaker op mijn werk.
A: Dat je mensen corrigeert op hun belabberde Fries bedoel je?
J: Nee…dat niet. Maar dat ik mensen aanspreek en ze dat niet leuk vinden….
A: Ik zei toch dat ik het weet?
J: Wat bedoel je daar toch mee? Wat weet je dan?
A: Ja, of jij je werk nog leuk vindt of niet. Dat weet ik.
J: Uh, ok. Hoe weet je dat dan?
A: Dat is mijn werk….dat heb ik toch gezegd? Maar even….hoe heette jouw zeilboot ook alweer? Daar was iets mee toch? Volgens mij heb ik je wel eens zien varen dan. Het was een lichtblauwe Randmeer toch? Ik denk vorig jaar op het Hegermeer, kan dat? Ergens in juni? Was een mooie dag weet ik nog.
J: [verward] Dat kan wel kloppen ja. We hebben de boot in Woudsend liggen. Hij heet Enigma.
A: Ja precies! Klopt! Enigma! Ik weet het zeker. Wat toevallig toch? Wat betekent Enigma ook alweer?
J: [helemaal aan] Enigma betekent raadsel of mysterie….dat is ook het leuke aan het werk op de afdeling innovatie, ik moest allerlei oplossingen verzinnen voor onze machines en processen, dat zijn allerlei raadsels eigenlijk. Ik was heel goed in het oplossen ervan…
A: En wat is Enigma eigenlijk in het Fries?
J: Oef, dat weet ik niet…
A: Nou zeg…ik dacht dat jij een echte Fries was. En het woord voor raadsel of enigma weet je dan niet? Dat is echt een raadsel toch?
J: [lacht hard] Ja….ja….eigenlijk wel…ik ga het opzoeken. [Jelle pakt telefoon, toetst Enigma in en laat me het scherm zien]. Zie je? Het woord kan niet vertaald worden via de vertaalapp…

Het gesprek gaat verder, maar ik dwaal bewust helemaal af. De sfeer is gemoedelijk, Jelle blijft beleefd, af en toe prik ik een beetje….maar de initiële vraag, of hij zijn werk nog leuk vind is lange tijd niet het onderwerp. Ondanks dat ik het zijdelings aanraak realiseert Jelle zich het niet…..Na een uurtje ronden we de sessie af.

J: Nog even terug…..je zei toch dat je het weet?
A: [guitig] Ja….ik wel….
J: Wil je me het vertellen?
A: Nou…ik vraag me af of je het wel echt wilt weten….ik dacht dat je zo van raadsels hield. Dit is echt een Enigma, maar met een duidelijke uitkomst!
J: [lijkt te aarzelen] ….nou…kom maar op!
A: Ok. Let op….komt ie…..ben je er klaar voor? Ik ga het zeggen, en dan moet je direct naar huis. Want er staat een volgende client voor de deur. Ok? Dus ik kan het niet meer toelichten….
J: [diepe zucht, zet zich schrap] ok, kom maar op.
A: Jij vind jouw werk heel erg leuk, het is echt iets voor jou! Tot over twee weken Jelle.

Jelle lijkt beduusd, is stil, geeft me een hand en gaat verward de deur uit….

Twee weken later komt hij binnen, voordat hij zit begint hij vol overtuiging tegen me te praten.

J: Jij met je Enigma, je wist het helemaal niet, je zat er helemaal naast! Ik heb er goed over nagedacht, over wat er gebeurde tijdens de sessie, maar ik vind het management helemaal niet leuk! Ik wil gewoon weer de inhoud in. Daar ben ik hartstikke goed in…..

J: [kijkt opgelucht en speels naar me] En ik heb al een gesprek gehad met mijn directeur, we gaan een vervanger voor me zoeken en ik ga weer lekker terug de inhoud in.

Grutte Pier of de GVR…

Sybe komt voor het eerst de Bloeikas binnen. Het is een man van begin veertig die in zijn werkkleding binnen komt. Het is een reus! Een reus uit noord Friesland, ongeveer twee meter, honderdvijftig kilo en alles aan hem is groot.

Hij geeft me een enorme hand en stelt zich voor ‘SYBE!’ zegt hij met luide stem, hij kijk me indringend en bozig aan en neemt plaats…..ik ben onder de indruk.

Sybe komt via zijn werkgever, hij werkt in een productie omgeving in de transportsector. Dit is een man die niet gewend is om over zichzelf te praten en ik heb zijn vertrouwen nog niet.

A: Jemig Sybe, ik ben onder de indruk! Wat ben jij groot!
S: [fronst] Dat klopt.
A: Nou ik vind je niet gewoon groot, een reus!
S: [glimlach] Nou…
A: [met veel gebaar en enthousiasme] Een soort woeste Fries. Ik weet het, je bent een afstammeling van Grutte Pier!
S: [lacht hard] Ja? Vind je mij een reus?
A: Nou, ik weet het niet, maar ik denk dat jij twee keer zo groot en sterk bent als ik….en ik vind mezelf geen kabouter!
S: [lacht nog harder] Nou ja, ik ben inderdaad niet de kleinste. Maar een reus……[lacht nog wat]….Grutte Pier….mooi!
A: En dan denk ik? Wat kan een reusachtige man zoals jij nou eigenlijk voor een probleem hebben. Misschien stoot je jouw hoofd dagelijks en ben je daarom soms in de war….maar verder….kan ik me niet voorstellen dat jij een probleem hebt. Dus wat kom je eigenlijk doen?
S: [weer de lach] Nou, ik heb een harde kop hoor….dus dat is het niet…
A: Mooi. Wat is het dan wel?

S: [zijn gezicht veranderd en wordt onzeker] Nou….het gaat gewoon niet zo goed met me.
A: Dan hoop ik wel dat het heel erg groot is, jouw probleem bedoel ik, een reuzeprobleem!
S: [valt stil]…..het is allemaal wel wat moeilijk….om te zeggen…..wij praatten vroeger nergens over……het begon na mijn scheiding een aantal jaren geleden…
A: [vrolijk] Nou, dat lijkt me heerlijk, lekker veel ruimte voor jezelf, ik denk dat jouw partner klem zat, jij bent zo groot, dus de reus kan zich weer vrij bewegen. Alleen misschien iets te veel ruimte. Ben je eenzaam?
S: [grote ogen]….Nou…..eh…..misschien wel ja
A: Misschien? Heb je iemand die aandacht voor je heeft of niet? Anders ben je eenzaam toch?
S: [waterige ogen] Ik zorg niet goed voor mezelf, ik heb eigenlijk geen vrienden en voel me vaak te veel….
A: [tik tegen kuit] Ja! Je bent ook teveel! Dus dat klopt. Jij neemt zoveel ruimte in dat…..
S: [zacht] Juist niet….ik probeer me zoveel mogelijk aan te passen aan…
A: Ben je vroeger gepest?
S: [schrikt] Eh…..op de basisschool….toen was ik..
A: [onderbreekt] Dus jij hebt geleerd om je aan te passen, stil te zijn en zoveel mogelijk zorgen dat niemand je iets kan doen…..alleen voor een reus is het lastig om zich te verstoppen toch?

Sybe begint een heel verhaal over zijn jeugd, het plotselinge verlies van zijn moeder, hoe hij en zijn gezin niet wist om te gaan met de emotie, vervolgens het pesten om de basisschool, zijn ongemak in sociale situaties, hoe lief hij is voor zijn grootouders en zijn gevoel van eenzaamheid, niet goed genoeg zijn, hieruit volgende verslavingen et cetera.

Sybe vertelt, ik bevraag hem, maak lol met hem en zorg dat hij tot de kern komt. Hij toont zijn onzekerheid en is heel kwetsbaar. Ik smelt voor deze man.

S: [kijkt me aan met een vermoeide blik] Nou. Dat is het.
A: Voor iemand die niet goed over zijn gevoel praat Sybe, heb je net een mooi verhaal verteld.
S: Ja he?
A: Ja man. Een mooi en ook verdrietig verhaal. Ken jij de GVR?
S: huh
A: De Grote Vriendelijke Reus. Dat ben jij Sybe, jij bent een grote en vriendelijke reus. Maar jij hebt een boze uitstraling, je bent imposant groot en luid. Dat is jouw manier om mensen op afstand te houden, dat is gekomen door het pesten van vroeger. Jij laat mensen maar heel moeilijk toe. En ze vinden je een rare kwibus die ze met rust laten. Maar zolang jij jezelf niet laat zien….

Sybe luistert aandachtig en hij geeft blijk van veel herkenning. De spanning en bozige uitstraling zijn verdwenen en hij lijkt zich helemaal ok te voelen.

Sybe is een typisch voorbeeld van een man die anderen niet dichtbij laat komen en het hierdoor moeilijk vind om te verbinden. Door met hem te spelen in het begin van de sessie, mijzelf kwetsbaar op te stellen en te benoemen wat ik ervoer lukte het snel om zijn vertrouwen te winnen, hij vertelde zijn hele verhaal….

Sybe vertrekt opgelucht, zelf ben ik eigenlijk ook wel opgelucht. Omdat ik de moed had mijn intuïtie te volgen en uit te spreken alsook omdat het weer lukt om met deze totaal andere man dan ikzelf  te verbinden.

High five voor Edith

Edith komt voor de tweede keer de Bloeikas binnen, een slimme, zorgelijke en onzekere dame. Ze doet me denken aan een lief en angstig klein muisje dat heel goed om zich heen kijkt, snel iets te eten pakt als het veilig is en dan direct weer door het gaatje verdwijnt.

Ze is rond de vijftig, is getrouwd en heeft vijf kinderen waaronder een drieling. Haar leven is anders gelopen dat ze had gehoopt. Ze groeide op in een gezin waarin veiligheid en voorspelbaarheid keuzes domineerden. Ze begon een studie culturele antropologie (haar ogen schitteren nog steeds als ze daar over vertelt), echter na twee jaar ging ze toch maar accountancy doen (net als haar vader) vanwege baankansen. Ze studeerde in Amsterdam en voelde zich goed en vrij.

Ze kon (via haar vader) een baan krijgen bij een groot accountantskantoor…..en daar werkt ze nog steeds. Ze ontmoette haar huidige man nog voor ze ging studeren, een stabiele en lieve vent. Sinds bijna tien jaar is hij langdurig ziek en kan daardoor niet langer het uitdagende werk doen wat hij deed, hij is voornamelijk huisman en daarmee niet gelukkig. En dan zijn er vijf kinderen tussen de 17 en 25 waarover ze zich zorgen maakt.

Tijdens het eerste gesprek vertelde ze me het hele verhaal, ze leek zich er voor te schamen, er waren veel tranen en ze leek zich te hebben neergelegd bij haar lot. Dus het eerste gesprek ging deels als hieronder beschreven.

E: Mijn man vind zichzelf helemaal mislukt, een loser.
A: En als ik jou dit hoor zeggen denk ik……dat klopt! Hij voegt natuurlijk helemaal niets toe. Mislukt dus!
E: Nou…hij is wel lief en kan heerlijk koken.
A: Precies! Mislukt toch? Dat is toch geen man, zeg nou zelf….dat vind je toch zelf ook!
E: Nou…hij is echt lief… en kan natuurlijk niets aan zijn ziekte doen….maar hij zou heus wel iets meer initiatief kunnen nemen…hij is zo…..
A: [lacht] Hij is heel lief…..de lieve loser
E: [schuldige blik] Ja….ik vind hem eigenlijk ook wel een loser….[breekt, tranen met tuiten]
A: [vrolijk] Dus daar zijn jullie het over eens! Mooi toch!
E: [lacht en huilt] Nou, mooi….weet ik niet….maar het lucht wel op om dit eens te zeggen.

Gedurende het gesprek blijkt dat Edith helemaal geen eigen ruimte heeft (en neemt). Ze is kostwinner en werkt hard. Thuis deelt al haar eigen ruimte met vooral haar kinderen.

Ze loopt al haar kinderen langs met hun problemen, studieresultaten en ik hoor hoe beschermend ze voor de kinderen is. Ze vertelt bedeesd.

A: ok, Julian, de oudste heeft na een moeilijke start zijn studie bijna afgerond, heeft een leuke vriendin en is klaar voor de volgende stap. Dat klopt toch?
E: Ja.
A: [high five met Edith]. Goed gelukt!

A: Twee van de drieling zijn aan het studeren toch? En Jan heeft zijn MBO afgerond en is lekker aan het werk toch? Zijn ze verslaafd?
E: Eh, nee…?
A: In aanraking met justitie?
E: [glimlacht] Nee…ook niet.
A: Denk je dat ze gelukkig zijn?
E: [lacht] ja…volgens mij wel
A: [high five met Edith] Four down, one to go!

A: De jongste…..tja…..die gaat voor galg en rad.
E: [lacht] Nou…dat valt wel mee denk ik
A: Hij heeft het moeilijk toch? Problemen op school, wil niet luisteren. Maar hij is zeventien, een puber, wil ruimte die hij niet krijgt. Lijkt me vrij normaal pubergedrag toch? Herken je wat hij voelt?
E: Nou….niet altijd….maar ik snap hem wel hoor.
A: Maar hij is verloren…..het zwarte schaap….dus jouw bezorgdheid is terecht….ik denk dat de politie binnenkort aan de deur staat….dat je hem mag bezoeken….twee keer per maand…
E: [schiet in de lach] Nou, zo erg is het echt niet hoor, hij doet zijn best en heeft veel vrienden. Dat het niet lukt op school snap ik wel….hij heeft gewoon een andere interesse op dit moment…maar dat komt…[realiseert zich wat ze zegt en haar blik veranderd]
A: [high five met Edith, met veel energie en enthousiasme]….Gelukt! Edith…..al.jouw.kinderen.zijn. gelukt!!!!!

Ze komt nu binnen voor de tweede keer, ik vroeg haar wat het meest is bijgebleven van de vorige sessie.

E: [twinkel] De high fives! Toen ik naar huis reed vorige keer had ik een ander perspectief, de kinderen zijn veel verder dan ik dacht. De afgelopen weken heb ik ook met een andere bril naar ze kunnen kijken. Ik ben eigenlijk heel trots hoe wij het als gezin doen en hebben gedaan de afgelopen tijd!…..en toen je het had over eigen ruimte…..
E: [met een beetje schuldige maar vrolijke blik] Ik heb het wielrennen weer opgepakt, ik heb afgelopen weken iedere zondag weer gefietst! Heerlijk….

Edith onthield dus het spelen, de positieve energie met warmte naar de feitelijke situatie. Het is mooi te merken hoe je mensen kunt raken door niet mee te gaan in hun zorgelijke energie, maar juist te spiegelen en met warmte uit te dagen.

De kern van provocatief werken is om mensen met warmte, humor en uitdaging in beweging te krijgen. Bij Edith is dat gelukt!

Hey Google!

Bastiaan komt de Bloeikas binnen. Het is een man van tegen de veertig die door zijn werkgever is doorgestuurd. Hij werkt als marketingman voor een grote dienstverlener.

Hij komt voor zijn tweede sessie en kampt met overspanningsklachten. Zijn vader is al heel lang ziek, al tijdens Bastiaan zijn pubertijd werd er rekening met hem gehouden. Pa Henk was bepalend in het systeem, zijn humeur domineerde. Momenteel is zijn vader bedlederig, Bastiaan staat zijn ouders veel bij. Daarnaast heeft Bastiaan net een tweede zoontje gekregen én heeft een drukke baan.

A: Vertel eens ff Bastiaan, hoe gaat het eigenlijk als je bij jouw ouders bent?
B: [vermoeid] Nou, als ik er ben loop ik op eieren.
A: [kijkt naar Bastiaan zijn schoenen] Zien er schoon uit, vandaag niet geweest dus?
B: [glimlacht] Bij wijze van spreken dan….[guitig] lul!
A: En verder?
B: Zoals ik zei, ik doe voorzichtig, wil mijn vader niet nog lastiger maken.
A: Is hij zo lastig? Hij is toch ziek of zo? Die arme man wil gewoon een liefhebbende zoon!
B: Je moest eens weten. Hij commandeert me gewoon!
A: [geschrokken] Zoals Kim Jung Un of Hitler toch niet?
B: [lacht hard] Nou, ik ken ze niet, maar het is echt heel duidelijk!
A: Hij is ziek Bastiaan, heb een beetje respect en mededogen zeg!
B: [geirriteerd] Het is dat het mijn vader is…..maar anders…
A: Anders wat Bastiaan…zou je het dan niet doen? Doe je het dus voor de erfenis? Wat slecht man. Anders zou je een zieke man dus gewoon in de steek laten!
B: [nog bozer] Ik doe het al mijn hele leven! Ik wordt schijtziek van hem. Hij commandeert me al zolang ik me kan heugen. Alles staat in het teken van zijn ziekte. En meneer doet maar net of het allemaal normaal is. Mijn moeder is kapot, ik ben kapot….en hij ligt maar in zijn bedje. En als er dan hulp komt….dan doet hij alsof het allemaal prima gaat….zodra die weer weg zijn….dan zijn wij de pisang.
A: [met nadruk] Je hebt het er zelf naar gemaakt chef! Natuurlijk commandeert hij jou, jij bent een mak lammetje, durft niet op te staan tegen hem, als jij geen tegengas geeft vindt hij het natuurlijk heel normaal dat je ja-en-amen zegt. Dat is jouw eigen keuze Bastiaan! Je komt hier een beetje zielig doen, loopt hier jouw bloedeigen vader af te zeiken, om vervolgens weer als een dienaar zijn eten te brengen, hem naar de mond te praten zodat hij zich goed voelt in zijn koningsbedje. Hij heet Henk toch? Koning Hendrik de eerste of de tweede? Hoeveel slaven heeft hij eigenlijk?
B: [geirriteerd en beduusd] Ja, wat moet ik dan! Het is mijn vader!
A: Je hebt gelijk….je bent een soort prins, jouw vader de koning. De erfenis is natuurlijk aanstaande. Dus…
B: [onderbreekt, boos] Het gaat niet om de erfenis Arno!
A: [vrolijk] Volgens mij moet jij jouw naam veranderen….. naar Google. Hey Google…breng me thee. Hey Google…doe mijn boodschappen. Hey Google…wil je even je mond houden? Hey Google…wat is de weersverwachting? Hey Google…
B: [glimlachend] Nou….dat zou inderdaad geen gek idee zijn. Koning Hendrik en prins Google…..[lacht]

B: Ik baal eigenlijk voornamelijk van mijzelf Arno. Mijn vader is echt ziek, depressief, al tientallen jaren, maar nu heel erg. En nu jij beschrijft hoe het systeem is, schrik ik eigenlijk. Het is echt zo, ik ben heel voorzichtig met hem, behandel hem als een koning en uiteraard rekent hij hierdoor op mijn hulp. Maar ik ben zo ongelooflijk gesloopt, ik kan niet meer.
A: [vrolijk] Misschien wordt hij wel negentig! Koningen kunnen heel oud worden, kijk maar naar Elizabeth!
B: Oh man….daar moet ik niet aan denken!
A: [boos] Jij gunt jouw vader dus geen lang leven!
B: Jawel….maar ik wil niet meer zo dienend zijn, dat moet echt veranderen!
A: Wat zeg je? Hey Google…doe eens…
B: [onderbreekt, duidelijk] Ik heet Bastiaan! Ik ga met hem in gesprek. Dit moet veranderen!

Twee weken wandelt Bastiaan weer de Bloeikas binnen.
A: [opgewekt] Hey Google! Hoe is het?
B: [breeduit lachend] Veel beter man.
A: Hey Google…wat is er gebeurd

Bastiaan vertelt dat het inzicht in het gezinssysteem hem liet realiseren dat hijzelf iets moet veranderen en hij niet zijn vader de schuld moest geven. Dat was verwarrend én verhelderend. Hij ging het gesprek aan met zijn ouders. gaf aan meer eigen ruimte nodig te hebben en dus niet meer iedere dag naar ze toe te gaan. Hij sprak een andere frequentie af en liet zijn ouders meegenieten van Hey Google….Dat is nu een soort kreet in het paleis van Koning Hendrik geworden.

B: Ik vond het oprecht moeilijk het gesprek te voeren, ik bemerkte dat ik mijn moeder niet wilde opzadelen met nog meer. Tegelijkertijd gaf de weerstand tegen mijn vader hem ook een soort van….zelfstandigheid ofzo….Hij moest echt lachen om Hey Google en Koning Hendrik. Het gesprek werd zelfs een beetje gezellig….Ik denk dat mijn vader echt inziet dat ik ruimte nodig heb, dat hij me claimt en dat onbewust doet. Het belangrijkste is dat ik me heb uitgesproken, ik vond het eng, maar uiteindelijk viel het mee….en ervaar ik meer ruimte.